Metaaldetectie aan het einde van een productieproces, ja of nee?

Hier in Nederland hebben de meeste fabrieken een metaaldetectie om te zorgen dat er geen metaal in het eten/drinken terecht komen. In Hongarije zijn er fabrieken die geen metaaldetector hebben, omdat ze van mening zijn dat ze stukjes metaal die eventueel in het eten/drinken zitten wel kunnen zien. Wat vinden jullie?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Klinkklare onzin... Als je in een bottelarij lijn 60.000 flessen per uur vult (wat voorkomt bij de grotere brouwerijen) kan je dat echt niet met het oog controleren. Steekproeven nemen is ook niet voldoende want je wilt toch 100% zekerheid. Om dat te bereiken moet je alle exemplaren in een populatie testen. Wat eten betreft; je mag mij vertellen hoe je etenswaren (wat meestal ondoorzichtig is) op het oog gaat controleren of er metaalresten erin zit. Ik vind het wel zo prettig dat producten op zulke stoffen (een ook bijvoorbeeld op aanwezigheid van glas) gecontroleerd wordt.

Dat is trouwens niet aan het einde maar in het midden van het produktieproces. Bij Spa in de belgische ardennen is er speciaal toestel voor en is de kans dat er een vreemd voorwerp (metaal of om het even wat)in de fles terecht komt nihil. De flesdop heeft ook een zogenaamde veiligheidssluiting zodat de consument kan zien of de fles al geopend was.

Daar waar het zinnig is om te controleren op dat soort dingen wordt dat wel degelijk gedaan. Alle kleine ongeregeldheden opsporen en uit je eindproduct halen is niet redelijkerwijs mogelijk of nodig. Niettemin zijn de kwaliteitscontroles zeker binnen de EU behoorlijk streng. Zeker bij bedrijven die een naam hoog te houden hebben.