Schrijf je "linkeroog" of "linker oog"?
Ik ben geneigd om "linker oog" te schrijven, dus "linker" als bijvoeglijk naamwoord bij "oog" als zelfstandig naamwoord. Ik twijfel echter of ik niet "linkeroog" zou moeten schrijven, dus "linkeroog" als (samengevoegd) zelfstandig naamwoord.
Ik merk namelijk dat ik bij lichaamsdelen geneigd ben "linker" en "rechter" als bijvoeglijk naamwoord te gebruiken: linker oog, rechter oor, linker schouder, rechter voet, enzovoort. Maar als ik het over de weg heb, ben ik geneigd om er een samengevoegd zelfstandig naamwoord te maken: in het VK rijdt men aan de linkerkant (dus niet: linker kant) van de weg.
Welke schrijfwijze is juist?
En is het altijd dezelfde schrijfwijze, of is er verschil in schrijfwijze voor lichaamsdelen en ander gebruik van "linker" en "rechter"?