Schrijf je "linkeroog" of "linker oog"?

Ik ben geneigd om "linker oog" te schrijven, dus "linker" als bijvoeglijk naamwoord bij "oog" als zelfstandig naamwoord. Ik twijfel echter of ik niet "linkeroog" zou moeten schrijven, dus "linkeroog" als (samengevoegd) zelfstandig naamwoord.

Ik merk namelijk dat ik bij lichaamsdelen geneigd ben "linker" en "rechter" als bijvoeglijk naamwoord te gebruiken: linker oog, rechter oor, linker schouder, rechter voet, enzovoort. Maar als ik het over de weg heb, ben ik geneigd om er een samengevoegd zelfstandig naamwoord te maken: in het VK rijdt men aan de linkerkant (dus niet: linker kant) van de weg.

Welke schrijfwijze is juist?
En is het altijd dezelfde schrijfwijze, of is er verschil in schrijfwijze voor lichaamsdelen en ander gebruik van "linker" en "rechter"?

Weet jij het antwoord?

/2500

Linkeroog. Linker en rechter worden aan het volgende woord vast geschreven als het links-zijn of rechts-zijn een vaste eigenschap is, zoals bij lichaamsdelen en kledingstukken: linkerarm, rechtervoet, linkerschoen, rechterbroekspijp. Maar ook bijvoorbeeld rechtermiddenvelder, linkerspits, rechterrijstrook en rechterbovenhoek worden aan elkaar geschreven. In al deze woorden is 'rechts' of 'links' een vaste eigenschap: hoe je het ook wendt of keert, je linkerarm blijft altijd je linkerarm en je rechtervoet altijd je rechtervoet. Een linkerspits is ook een linkerspits als de doelman hem rechts ziet, en een snelweg kan twee (of zelfs meer) rechterrijstroken hebben. Linker en rechter als toevallige eigenschap Als iets zich ‘toevallig’ links of rechts bevindt, ligt los schrijven meer voor de hand: dat linker boek, die rechter computer, het rechter stukje taart. Rechter en linker zijn namelijk bijvoeglijke naamwoorden. Daardoor kun je zeggen: ‘Welk boek wil je: het rechter of het linker?’ (Delen van samenstellingen die geheel bestaan uit zelfstandige naamwoorden kun je niet zo gebruiken: ‘Welke fiets wil je: de bak- of de race-?’ is geen normale Nederlandse zin.) Aaneenschrijven bij toevallige eigenschap Aaneenschrijven is bij toevallige combinaties overigens niet ‘fout’. Als er bijvoorbeeld twee boeken naast elkaar liggen, kun je het ene het rechterboek en het andere het linkerboek noemen. Als je echter rechter boek en linker boek schrijft, maak je extra duidelijk dat de boeken toevallig zo lagen, gezien vanuit jouw perspectief. Door onderscheid aan te brengen tussen de vaste en de toevallige eigenschap ‘links’ of ‘rechts’ kun je verschil maken tussen linker oever (op dat moment bekeken) en linkeroever (stroomafwaarts gezien), en tussen linker schoen (in een rij schoenen op een schoenenrek bijvoorbeeld) en linkerschoen (voor de linkervoet).

Bronnen:
https://onzetaal.nl/taaladvies/linkeroever...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100