Vanaf wanneer en wie konden eigenaar/bezitter van grond zijn?

Tegenwoordig kun je een stuk grond kopen van een andere particulier of overheid door overschrijving in het kadaster, je bent dan eigenaar van dat stuk grond.
Maar wanneer en wie hadden vroeger de gronden in bezit als eigenaar. Was het heel vroeger alleen de koning die de gronden bezat of was de heer, baron, graaf en hertog ook eigenaar van hun heerlijkheid, baronie, graafschap of hertogdom?
Of waren er ook nog anderen zoals boeren of rijke mensen of regenten die eigenaar konden zijn? Zo ja, vanaf wanneer?
En vanaf wanneer kon in principe iedereen eigenaar van een stuk grond zijn?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het lijkt mij dat er al in de prehistorie sprake is geweest van eigendom. Ik kan mij niet voorstellen dat vroege landbouwers hun akkers niet als hun eigendom beschouwden vanwege de hoeveelheid werk die ze er in staken. Dat betekent wel dat het antwoord op jet vraag in de prehistorische mist verloren is gegaan.

De eigendom van grond in formele zin (d.w.z. bekrachtigd met geschriften) kwam al voor bij de Egyptenaren, Grieken en Romeinen, vooral wanneer de landerijen behoorden bij een tempel, bij een schathuis of een versterkte stad of burcht. betaling in grond kwam ook voor: een Romeins soldaat die zijn lange diensttijd had verricht, werd beloond met een stuk land, dat hem officieel werd toegekend; maar dit ging veelal mondeling. In deze oude tijden moest men veelal ingezetene (burger van een stad of staat) zijn om land te kunnen bezitten; in sommige naties zoals het oude Perzie was alles en iedereen formeel bezit van de heerser. in het oude Rome konden ook slaven grond hebben: een tuintje om wat voedsel te verbouwen. In de vroege middeleeuwen werden landerijen aan de Kerk of aan (veelal) edelen geschonken; daar bestaan vaak nog oorkonden van die als bewijs golden. Soms bekrachtigd door een bisschop of koning, graaf of hertog, veelal met zegellak en een stempel van de zegelring van de bevoegde autoriteit. Dit systeem (het feodale stelsel) heeft in onze streken zeker 1000 jaar gefunctioneerd: er was sprake van een getrapt in leen geven van grond door de leenheer aan de leenman. Als wederdienst was de leenman iets verschuldigd: zijn knechts moesten zoveel dagen per jaar voor de leenheer werken; vierde de leenheer feest dan verwachtte hij van de leenmannen bijdragen als ossen om te slachten, vaten wijn of een aantal zakken graan, gedroogde vis etcetera. Vaak betaald in natura. Horigen waren de knechts die gekoppeld waren aan een stuk land: kreeg het land een andere eigenaar, dan ging het bezit van de horigen ook over. Alleen een vrij man kon in deze periode grond bezitten; boeren waren vrijwel altijd horigen of lijfeigenen. Gewoonterecht (common law) speelt in landen als verenigd Koninkrijk nog steeds een grote rol en ook in Nederland heeft dit tot aan de tijd van Napoleon grotendeels stand gehouden. dankzij Napoleon werd grondbezit (en ander bezit) geregistreerd, om dit te kunnen doen moest men ook een achternaam gaan gebruiken. In verschillende niet-westerse culturen wordt/ werd op een geheel eigen wijze tegen grondbezit aangekeken; zo bestaat/bestond daar vaak wel gemeenschappelijk, maar geen individueel grondbezit.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100