Waarom houdt de tong zoveel van vet en suikers als het zo slecht voor je is en minder van eiwitten (aangezien het snel vult) en juist goed voor je is?

Weet jij het antwoord?

/2500

Vet en suikers zijn energie leveranciers. 'vroegah' toen we nog leefden als verzamelaars was het lastig om aan voldoende energie te komen. Toen was het dus van groot belang om te proeven of er wel genoeg energie in zit: je tong proeft suikers dus erg goed.

Als je probeert in de vrije natuur je kostje bij elkaar te scharrelen, zul je al snel merken dat groente, fruit en granen relatief makkelijk bereikbaar zijn, maar dat je voor eitwitten en vetten een hoop meer moeite moet doen. Mensen met een sterke voorkeur voor die smaken en de bereidheid ook daadwerkelijk de moeite te nemen om die vetten en eiwitten (!!) te bemachtigen, hadden een duidelijk evolutionair voordeel. Daarom zijn we er - ook nu we er ruimschoots zoniet veel te veel van in ons dieet hebben terwijl we niet meer de arbeid verrichten die nodig is om het te verteren - zo vreselijk dol op. Collateral dammage van een succesvol evolutionair proces. De voorkeur voor zoet heeft weer een andere oorsprong : voedsel (fruit en groente) dat bitter of zuur is, is vaak giftig en/of slecht voor je. Zoete vruchten en groenten zijn eigenlijk vrijwel altijd goed. Bovendien is het één van de eerste smaken die we leren kennen ; moedermelk is zoet. Daardoor associëren we alles wat zoet is met goed, ongevaarlijk en bevredigend, en eten we ook daarvan inmiddels meer (en uit HEEL andere bronnen) dan we strikt gezien nodig hebben.

Moedermelk is vet en zoet. Het is aangeboren om de smaak en mondsensatie daarvan lekker te vinden en sterker, ze blijven lekker. In de oertijd was dat geen probleem, want door regelmatige schaarste moest je als opgroeiend kind vanzelf wel leren kauwen en ook om zuur en bitter te leren waarderen. Was er een keer wat overvloed aan fruit en honing dan kon je daarmee een vetvoorraadje in je lichaam opslaan als reserve voor de winter of andere schrale tijden. Vooral sinds we granen zijn gaan telen als makkelijke koolhydratenleveranciers is de kans op tekorten een stuk minder. We zijn echter in evolutionair opzicht niet meegegroeid en slaan de overmaat aan calorieën die we door middel van die extra koolhydraten naar binnen krijgen even makkelijk op als lichaamsvet als in de oertijd, toen er nog wel regelmatig periodes van tekorten waren. Dat is de gezondheidsspagaat waarin de moderne mens zich bevindt.

Op de tong zitten de ontvangers van smaken, de receptoren. Ze zitten overal op de tong vedeeld, maar op verschillende plaatsen zitten ze dichter op elkaar en dat maakt dit dichtheidsgebied gevoeliger voor een bepaalde smaak. Op het puntje van de tong ligt het gebied dat zoet herkent Langs de zijkanten worden de zuren geproefd, De zijkanten tussen zoet en zuur nemen'zout' waar. De achterkant herkent vooral bittere smaken, Van het midden v.d. tong tot achter in de keel 'proeven' we 'umami', gemengde smaken zoals kerrie. Toch is het niet zo dat specifieke gebieden op de tong alleen maar zoet, zuur, zout, bitter proeven. Als je suiker op de hele tong aanbrengt op verschillende plaatsen, ontdek je dat je zoet bijna overal proeft. De verschillende smaakreceptoren zijn willekeurig op de tong verdeeld maar door de dichtheidsverschillen is de ene plek op de tong 'smaakgevoeliger' dan de andere. Door die dichtheidsverschillen reageert de voorkant van de tong eerder op zoet dan de achterkant. Smaakherkenning is dus meestal een samenstelling van zout, zuur en bitter, waarbij het zoet zorgt voor harmonie. Suiker wordt heel vaak toegevoegd om smaken voller en lekkerder naar onze smaken te maken. Zuur wordt lekkerder, bitter wordt niet zo bitter maar geeft een lekker accent, scherpe smaken worden minder scherp en dit geldt ook voor zout. denk aan zoute drop, augurken, soepen en sauzen. Zonder zoete smaakgever zouden we het niet lekker vinden. We hebben een aangeboren voorkeur voor zoet. Zoet is verleiding en heeft een enorme aantrekkingskracht. Dit werd eeuwen geleden al ontdekt en honing, vruchten, planten, stengels, bladeren werden al sinds mensenheugtenis als zoetstof gebruikt. Duizenden jaren geleden kwamen er al exotische, heerlijke vaak zeer zoete producten zoals Turks fruit bijv, naar Europa. Overal zit suiker in, althans alle samengestelde producten. Alleen zuivere producten kunnen suikerloos zijn. Wij zijn inmiddels dus als eerste prettige smaakstof bekend geworden met suiker en daarom is het er al letterlijk met de paplepel ingegoten dat we zoet lekker vinden.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100