Bron: © Canva. Wat hebben we te besteden in 2026?
De koopkracht van Nederlandse huishoudens stijgt in 2026, maar minder dan eerder werd verwacht. Waar op Prinsjesdag nog werd uitgegaan van een gemiddelde stijging van 1,3 procent, laten nieuwe berekeningen van het Nibud zien dat daar nu nog zo’n 0,9 procent van overblijft.
Omgerekend betekent dit voor veel mensen ongeveer 40 euro extra per maand. Die kleine plus is kwetsbaar: hogere vaste lasten of tegenvallende omstandigheden kunnen het voordeel snel laten verdampen.
Lagere loonstijging drukt koopkracht
De belangrijkste reden voor de neerwaartse bijstelling is de loonontwikkeling. Eerder werd uitgegaan van een gemiddelde stijging van de cao-lonen met 4,2 procent, maar de verwachting is inmiddels bijgesteld naar ongeveer 3,7 procent. Daarmee wordt een algemene koopkrachtdaling voorkomen, maar de ruimte blijft beperkt. Volgens het Nibud zijn huishoudens daardoor gevoeliger geworden voor externe factoren, zoals een koude winter met hoge energiekosten of verdere prijsstijgingen in het dagelijks leven.
Grote verschillen tussen huishoudens
De koopkrachtontwikkeling pakt in 2026 zeer verschillend uit. Voor veel middeninkomens blijft de stijging klein, terwijl sommige groepen nauwelijks vooruitgaan. Alleenstaanden met een modaal of iets hoger inkomen zien hun koopkracht beperkt toenemen, terwijl tweeverdieners zonder kinderen soms niet verder komen dan enkele tientjes per maand.
Er zijn echter ook groepen die er relatief beter voor staan. Huishoudens met een inkomen onder het minimumloon zien hun koopkracht gemiddeld sterker stijgen. Dit komt vooral door een extra verhoging van de arbeidskorting, die laagbetaalde werkenden meer netto inkomen oplevert. Juist voor mensen met onzeker of deeltijdwerk zorgt dit voor wat extra financiële ademruimte.
De tekst gaat onder de video verder >>
Zzp’ers en huishoudens zonder loonstijging kwetsbaar
Voor zelfstandigen zonder personeel is het beeld minder positief. De verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek zorgt ervoor dat er voor veel zzp’ers nauwelijks koopkrachtwinst overblijft. In sommige gevallen daalt hun koopkracht zelfs licht.
Ook huishoudens die in 2026 geen loonstijging krijgen en hetzelfde inkomen houden als in 2025 lopen risico. Als vaste lasten stijgen, bijvoorbeeld door energieprijzen of huurverhogingen, kan hun koopkracht onder druk komen te staan. Voor deze groep is de kans reëel dat de koopkracht per saldo daalt.
Pensioenstelsel zorgt voor uiteenlopende effecten
Bij gepensioneerden spelen grote verschillen, mede door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. AOW’ers met een aanvullend pensioen die nog onder het oude stelsel vallen, zien hun koopkracht gemiddeld met iets meer dan 1 procent stijgen.
Voor gepensioneerden die sinds 1 januari onder het nieuwe pensioenstelsel vallen, kan de koopkrachtstijging hoger uitpakken. Pensioenfondsen mogen in dat geval een deel van hun reserves verdelen, omdat de dekkingsgraden gunstig zijn. Adviesbureau Aon berekende dat fondsen die al zijn overgestapt hun aanvullende pensioenen gemiddeld met circa 13 procent verhogen. Voor huishoudens met een groter aanvullend pensioen kan dit oplopen tot honderden euro’s per maand extra. Wie vooral afhankelijk is van de AOW en een klein aanvullend pensioen heeft, merkt daar echter minder van.
Huurtoeslag en andere veranderingen
Een belangrijke wijziging in 2026 is dat huurders met een hogere huur voor het eerst in aanmerking kunnen komen voor huurtoeslag. Ook mensen in de middenhuur of vrije sector kunnen daardoor recht krijgen op een bijdrage. Zo kan een alleenstaande met een inkomen rond de 40.000 euro en een huur van ongeveer 1.000 euro per maand tientallen tot zelfs meer dan honderd euro huurtoeslag ontvangen. Bij hogere inkomens loopt dit bedrag snel terug.
Daarnaast blijven toeslagen en belastingkortingen een belangrijke rol spelen in de uiteindelijke koopkracht. Voor sommige huishoudens pakt dit gunstig uit, terwijl anderen juist te maken krijgen met een snellere afbouw.
Nibud waarschuwt voor schijnzekerheid
Volgens het Nibud is de gemiddelde koopkrachtstijging van 0,9 procent geen garantie dat iedereen er daadwerkelijk op vooruitgaat. Juist omdat de marge klein is, kunnen onverwachte kosten of prijsstijgingen het voordeel volledig tenietdoen. Het instituut adviseert huishoudens daarom om hun inkomsten en uitgaven goed in kaart te brengen en te controleren of zij recht hebben op toeslagen.
Met behulp van de online koopkrachtberekenaar kunnen mensen zien hoe de veranderingen voor hun persoonlijke situatie uitpakken. Dat is vooral relevant voor huishoudens met wisselende inkomens, zelfstandigen en mensen zonder loonstijging.
Bronnen:
Nibud, Aon, RTL Z, Metronieuws
Lees hieronder wat we eerder over koopkracht schreven >>
Koopkracht ouderen stijgt, maar wat schiet je daarmee op?

11 oktober 2025 – De koopkracht van ouderen stijgt in 2026 gemiddeld met 1,3%, zo rekent het Centraal Planbureau (CPB) voor. Dat klinkt positief, zeker na jaren van prijsstijgingen en onrust op de energiemarkt. Toch is de vraag wat jij daar werkelijk van merkt. Want terwijl het kabinet de AOW, uitkeringen en toeslagen verhoogt, loopt de inflatie opnieuw op.
door Ad Killian
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bedroeg de inflatie in september 2025 alweer 3,3%, flink boven het Europese gemiddelde van 2,8%.
Het verschil tussen krap en comfortabel rondkomen
De overheid voert in 2026 een inflatiecorrectie door, ook wel COLA (Cost of Living Adjustment) genoemd. Dat betekent dat je uitkering, AOW of pensioen meegroeit met de stijgende prijzen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) meldt dat het minimumloon per 1 januari 2026 stijgt naar €14,71 per uur, een toename van ruim 2%.
Omdat de AOW daaraan gekoppeld is, gaat ook die uitkering omhoog. Voor een alleenstaande AOW’er betekent dat ongeveer 30 tot 35 euro extra per maand. Dat lijkt misschien bescheiden, maar kan net het verschil maken tussen krap en comfortabel rondkomen.
Toeslagen worden verruimd
Ook veel pensioenfondsen hebben ruimte om te indexeren. Volgens het Ministerie van Financiën kunnen de meeste fondsen de pensioenen in 2026 met gemiddeld 4 procent verhogen, afhankelijk van hun financiële positie. De hogere rente en verbeterde dekkingsgraden zorgen daarvoor de nodige ruimte.
Daarnaast verruimt de overheid de toegang tot toeslagen. Zo kunnen huurders met een relatief hoge huur en een laag inkomen vanaf 2026 in meer gevallen huurtoeslag krijgen. De aanvraagtermijn voor toeslagen wordt bovendien verlengd tot het einde van het volgende jaar, zodat niemand door administratieve vertraging buiten de boot valt.
Lees verder onder de video >>
De ene oudere merkt er meer van dan de andere
Toch is er ook een keerzijde. Want die 1,3% koopkrachtstijging is een gemiddelde: de ene oudere merkt er meer van dan de andere. Wie een klein aanvullend pensioen heeft of hoge zorgkosten betaalt, ziet de winst vaak direct verdwijnen in hogere vaste lasten. De inflatie mag dan iets afvlakken naar een verwachte 2,3% in 2026, de prijzen van energie, boodschappen en vervoer blijven hoog. CBS-cijfers laten zien dat brandstof, elektriciteit en voedingsmiddelen de belangrijkste prijsdrijvers blijven.
Wat levert het jou concreet op?
- Je AOW stijgt in 2026 met ruim 2%, wat neerkomt op ongeveer 30 tot 35 euro netto per maand.
- Als jouw pensioenfonds indexeert met gemiddeld 4%, krijg je mogelijk tussen de 40 en 60 euro extra.
- De zorgtoeslag en huurtoeslag worden iets verhoogd en toegankelijker gemaakt, waardoor je tot 20 euro per maand meer kunt ontvangen.
Een plus van 80 tot 100 euro per maand
Samen kan dat voor sommige ouderen een plus betekenen van 80 tot 100 euro per maand. Maar dat voordeel wordt deels tenietgedaan door de hogere prijzen. Wie 350 euro per maand uitgeeft aan boodschappen en 150 euro aan energie, betaalt bij een inflatie van 3,3% al snel 17 euro per maand extra. En ook verzekeringen, gemeentelijke heffingen en abonnementen stijgen verder in prijs.
De overheid probeert de koopkracht nog wat te ondersteunen via tijdelijke maatregelen, zoals het langer laag houden van de accijnzen op benzine en diesel. Dat scheelt aan de pomp, maar kost de schatkist wel 1,6 miljard euro per jaar. Volgens Rabobank is het “een pleister op de wonde”, maar geen structurele oplossing. Op langere termijn is het belangrijker dat lonen, pensioenen en toeslagen in balans blijven met de kosten van levensonderhoud.
Meer koopkracht klinkt goed, maar nauwelijks voelbaar
Voor veel ouderen blijft de realiteit dus dat het vooruitzicht op meer koopkracht goed klinkt, maar in de praktijk nauwelijks voelbaar is. Zeker voor mensen met een klein pensioen of weinig spaargeld is de rek uit het budget. De lichte stijging in inkomen wordt snel opgeslokt door duurdere boodschappen, hogere zorgpremies en energierekeningen.
Precies! Hoe krom kan het zijn? AOW’ers hebben hun hele leven gewerkt en premie betaald. Dat je hun koopkracht dan bewust achterstelt “zodat werken loont”, is geen beleid maar regelrechte discriminatie van ouderen. 👎 #CafeKockelmann #AOW
— Greta T 🎗️ (@magnifique48) September 27, 2025
Terwijl miljoenen gepensioneerden vanaf 2008 maar liefst 33-43% (PMT) in koopkracht gedaald zijn doordat niet geïndexeerd mocht worden door DNB. Ook dit jaar 0% indexatie (PMT)!
— Margreet Westerbeek🚜 (@leveninvrijheid) September 18, 2025
Ouderen worden onder sturing vd overheid steeds meer beroofd van hun inkomen. Makkelijk doelwit!
Blijf kritisch
Daarom is het verstandig kritisch te blijven kijken naar je financiële situatie.
- Controleer of je recht hebt op extra toeslagen, bijvoorbeeld nu de regels soepeler worden.
- Kijk ook of je pensioenfonds in 2026 indexeert.
- Maak gebruik van lokale regelingen voor ouderen, zoals energiecompensatie of gemeentelijke steun.
Kleine aanpassingen kunnen een groot verschil maken
De verwachting van een gemiddelde koopkrachtstijging van 1,3% is een bemoedigend signaal. Maar zolang de inflatie hoger ligt dan die stijging, voelt het voor veel ouderen alsof ze er niks mee opschieten. De overheid belooft verlichting, maar jij merkt pas echt verschil als de prijzen stabiliseren en de stijging van je inkomen structureel hoger wordt dan de stijging van je vaste lasten.
Bronnen:
CPB, CBS, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ministerie van Financiën, Rijksoverheid.nl, Nibud
Lees hieronder wat we eerder over koopkracht schreven >>
Gaat jouw koopkracht ook flink omhoog volgend jaar?

13 december 2024 – Na magere jaren stijgt de koopkracht in de komende jaren eindelijk weer, aldus de Rabobank. De bank voorspelt dat de lonen in 2025 en 2026 sterker gaan stijgen dan de inflatie. Dit leidt tot een toename in welvaart. Volgens het laatste koopkrachtonderzoek, uitgevoerd in samenwerking met het CBS, is er nu sprake van positieve vooruitzichten.
door Ad Killian
Een positieve impact op koopkracht Jan Modaal
In de afgelopen jaren hadden veel mensen te maken met financiële beperkingen,. Voorheen was er een daling van 1,2% in 2022 en slechts een minimale stijging van 0,3% in 2023. De komende jaren pakken gunstig uit, met een verwachte koopkrachtstijging van 2,9% per jaar.
De personele gevolgen voor een gemiddelde werknemer, zoals Jan Modaal, tonen een positieve ontwikkeling. Jan gaat er netto 132,09 euro per maand op vooruit in 2025, hoewel het belangrijk blijft te noteren dat deze winst in koopkracht ook afhangt van stijgende kosten van levensonderhoud.
De Rabobank benadrukt dat de exacte hoogte van de inflatie nog onduidelijk is en afhankelijk van factoren zoals handelsbeperkingen door Trump en het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB).
- Lees ook: Inflatie beïnvloedt onze gezondheid.
Koopkracht binnen verschillende groepen
Ondanks de positieve vooruitzichten voor de algemene koopkrachtstijging, profiteren niet alle groepen in de samenleving hiervan. Uit de berekeningen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) blijkt dat sommige groepen, zoals zzp’ers en bepaalde gepensioneerde huishoudens, mogelijk een koopkrachtdaling ervaren in 2025.
Gepensioneerden profiteren van stijgende AOW-uitkering
Het verschil in koopkrachtontwikkeling is te wijten aan de diverse financiële regelingen en belastingaanpassingen die variëren per inkomensgroep. Met name zelfstandigen worden getroffen door een afnemende zelfstandigenaftrek, terwijl gepensioneerden profiteren van stijgende AOW-uitkeringen en aanvullende pensioenen.
Een goede reden om alvast voor volgend jaar een paar leuke vakanties te plannen.
Hierdoor is het voor individuen belangrijk om inzicht te krijgen in hun specifieke situatie, bijvoorbeeld door gebruik te maken van hulpprogramma’s zoals de WerkUrenBerekenaar.
Impact van belastingen en toeslagen op het inkomen
Belastingwijzigingen en toeslagaanpassingen spelen een belangrijke rol in de koopkrachtontwikkelingen van 2025 en 2026. Er komt een nieuwe indeling van belastingschijven waarbij het tarief in de 1e schijf daalt en in de 2e schijf stijgt. Hoewel dit voor sommige lagere inkomensgroepen een belastingvoordeel betekent wordt dit gedeeltelijk tenietgedaan door een verlaging van de algemene heffingskorting.
Verder blijven de toeslagen over het algemeen stabiel. Met lichte aanpassingen zoals een verhoging van de zorgtoeslag voor lage inkomens en veranderingen in de huur- en kinderbijslag.
Studenten, daarentegen, zien een verslechtering in hun financiële plaatje door het wegvallen van tijdelijke koopkrachtmaatregelen, ondanks de herinvoering van de basisbeurs.
Dit alles maakt het cruciaal voor jou om je financiële situatie grondig te evalueren. Gaat jouw koopkracht wel of niet flink omhoog?
Bronnen:
Nibud, CPB, Rabobank I Foto: Canva
Lees hieronder wat we eerder over koopkracht schreven >>
Koopkracht stijgt: broekriem kan gaatje losser

25 oktober 2023 – Als we de nieuwe cijfers van van kredietbeoordelaar S&P Global Ratings moeten geloven, kan de broekriem volgend jaar weer een gaatje losser. We krijgen meer te besteden omdat de economie aantrekt. De koopkracht stijgt.
S&P Globaal gaat uit van een koopkracht stijging van 1,8 procent, naarmate de inflatie afneemt.
Laagste werkloosheid in de eurozone
De inflatie neemt af van 4,9 procent in 2023 tot 2 procent in 2026. De werkloosheid zal met 3,7 procent in de jaren 2023-2026 tot de laagste in de eurozone behoren.
Rijk, open, veelzijdig en veerkrachtig land
Nederland is de 5e economie van de Europese Unie. Het bureau geeft aan dat Nederland zijn AAA/A-1+ status behoudt. Daarmee behoren we tot de kredietwaardigste landen ter wereld. We zijn volgens S&P Global een rijk, open, veelzijdig en concurrerend land. Tijdens de Corona-epidemie bleken we zelfs een van de veerkrachtigste landen te zijn. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft hierin geen verandering gebracht.
Veelheid aan politieke partijen staat vooruitgang in de weg
Nadeel is dat in Den Haag veel politieke partijen zitten die mee willen beslissen over welke richting het op moet met ons land. Dat maakt het nemen van belangrijke beslissingen er niet eenvoudiger op. De kans bestaat dat er na de verkiezingen in november een regering wordt gevormd waarvoor het moeilijk wordt om met nieuwe plannen te komen.
Bron: RTLNieuws
Let op! Startpagina geeft geen financieel advies, alleen tips en informatie. Raadpleeg bij vragen altijd een financieel adviseur.