Waardoor is de soortelijke warmte van ijs tweemaal zo klein als van water?

De soortelijke warmte van ijs is iets van 2000 J die van vloeibaar water is 4000J. Het kost dus tweemaal zoveel energie om water 1 graad te verhogen dan ijs.
Nu heeft ijs naaste de waterstofbruggen ook nog een kristalrooster. Mijn eerste gedachte was dat juist door het bestaan van dat rooster de soortelijke warmte juist hoger zou zijn. Blijkbaar dus niet. Is het dan zo dat het rooster ervoor zorgt dat er juist minder waterstofbruggen zijn zodat de soortelijke warmte minder is?

En geldt dat dan eigenlijk voor alle bevroren/vaste stoffen dat daarvan de soortelijke warmte lager is? Of is water ook wat dat betreft een uitzondering?

Weet jij het antwoord?

/2500

"De soortelijke warmte hangt ten nauwste samen met de inwendige vrijheidsgraden (trillingswijzen, rotaties, translatiebewegingen, elektronische overgangen) waarin de toegevoegde thermische energie terecht kan. Zijn er maar weinig vrijheidsgraden beschikbaar dan zal de temperatuur sneller omhoog gaan dan wanneer er veel zijn. Daarom heeft een vloeistof in de regel een hogere soortelijke warmte dan de overeenkomstige vaste stof, omdat de moleculen vrijer zijn zich te bewegen in de vloeistof." Zoals ik al bedacht, zitten moleculen in een vaste stof vast in een structuur. Bij vloeistoffen hebben ze meer bewegingsvrijheid, dus is de soortelijke warmte hoger dan in vaste toestand.

Bronnen:
https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Soortelijke_warmte

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100