Waarom zijn er maar 110 verschillende soorten atomen en meer dan een miljoen verschillende moleculen?

Alvast heel erg bedankt voor je antwoord

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dit zijn twee vragen die eigenlijk weinig of niets met elkaar te maken hebben. Verder is de eerste vraag strikt genomen verkeerd, want er zijn niet "maar 110" soorten atomen ... op dit moment zijn dat er 118. Er is geen oorzakelijk verband tussen de miljoenen mogelijke moleculen en het kleine aantal van "maar 110" elementen (= soorten atomen). Als je het wilt vergelijken, kan je Lego nemen ... in een set Lego zitten 20, 100 of 200 verschillende stenen en als je maar genoeg van die sets koopt kan je complete steden bouwen. Maar alhoewel er "maar" een beperkt aantal soorten Lego-"atomen" (=stenen) bestaat, zeg 5000 op dit moment, zou de firma Lego er zo nog eens 1000 of desnoods 10.000 kunnen bedenken en dan zou je nog wat meer verschillende steden kunnen bouwen. Met soorten atomen is iets dergelijks aan de hand. Diverse wetenschappers "fantaseren" er fors op los en zo heeft men uitgedacht hoe de atoomsoorten boven de 118 er uit zouden kunnen zien. Het is een erg ingewikkeld verhaal (je kan er over lezen in de bron die ik meegeef) maar het komt er op neer dat maar weinig combinaties van neutronen en protonen stabiel genoeg zijn om in een laboratorium (heeeel kortdurend) gemaakt te kunnen worden. Met heel kortdurend moet je denken aan minder dan een miljardste van een miljardste van een seconde soms of zelfs nog korter. Sommigen denken dat boven atoomnummer 126 geen elementen meer "gevonden" (d.w.z. snel gemaakt) kunnen worden, anderen denken dat dat 155 of zo moet zijn en weer anderen 172. Er is ook iemand die denkt dat er geen grootste atoomnummer bestaat en dat er altijd zwaardere atoomsoorten gemaakt kunnen worden. Wat al die theoriën wel gemeen hebben is dat er onder die hogere atoomnummers groepjes zijn die veel langer kunnen bestaan dan de andere, al is het nog steeds super-kort. Dergelijke groepjes zijn "eilanden van stabiliteit" zoals in die bron genoemd. Samenvattend is een antwoord op je vraag waarom er "maar 110" atoomsoorten bestaan dat dat komt doordat grotere atomen dan 118 zo instabiel worden dat ze (te) snel uiteenvallen om als atoomsoort te kunnen bestaan. Daar zijn weer uitzonderingen op (die "eilanden van stabiliteit") maar waar die uitzonderingen precies zitten is men het niet over eens en men is het er ook niet over eens of er wel een grootste atoomsoort bestaat. Je vraag over die miljoenen moleculen is door anderen al goed genoeg beantwoord, zij het dat het niet zo is dat alleen met koolstof langere ketens van atomen bestaan.

Bronnen:
http://en.wikipedia.org/wiki/Extended_peri...

Omdat moleculen zijn samengesteld uit verschillende atomen. Een atoom kan per definitie maar uit één atoom, met een vast aantal protonen bestaan. Maar moleculen kunnen uit allerlei verschillende atomen bestaan, vooral organische moleculen. Die bevatten namelijk altijd een keten van koolstofatomen en koolstof is het enige atoom dat lange ketens kan vormen. Aan elke schakel van die keten kunnen andere atomen gebonden zijn en zo ontstaan ontelbaar veel mogelijkheden voor het vormen van moleculen.

Bronnen:
J.D. Fast. Materie en leven. Aula...

Atomen worden gevormd uit protonen, neutronen en elektronen. De kern bestaat uit nuetronen en protonen waarbij de neutronen een neutrale lading hebben en de protonen een gelijke maar tegengestelde lading aan elektronen. Deze laatste draaien in schillen om de kern heen. Het atoomnummer bepaald wat voor een atoom een atoom is. En het atoomnummer wordt bepaald door het aantal protonen in de kern. Een is waterstof, twee is helium, etc... In de kern zijn verschillende configuraties mogelijk. Dat wordt bepaald door het aantal neutronen. Zo heb je koolstof 11, 12, 13 en 14. Dat zijn isotopen en dit getal geeft het totaal van protonen en nuetronen in de kern weer. Chemisch zijn deze isotopen gelijk omdat in alle isotopen het aantal protonen gelijk, voor koolstof 8, is en alleen het aantal neutronen verschilt. Voor alle atomen zijn er isotopen. Moleculen worden gevormd door atomen. Dit gebeurt omdat de elektronen, die zich in schillen om een atoomkern bevinden, over atomen gedeeld gaan worden. Meestal is dit de buitenste schil. Een atoom heeft evenveel elektronen in de schillen zitten als protonen in de kern maar als er een ontbreekt dan kan het er een lenen van een ander atoom. Dat levert dan een chemische verbinding tussen deze atomen en vormt dus een molecuul. Hiervoor geldt de parallel van het alfabet. Ofwel, je hebt 26 letters en kunt daar oneindig veel woorden mee vormen. Zo kun je dus met een beperkt aantal atomen een oneindige hoeveelheid verschillende moleculen vormen. Er zijn allerlei regels en wetten die hiervoor gelden en bovenstaande is een vereenvoudigde voorstelling va zaken maar is wel hoe het werkt.

Atomen zijn kort gezegd kleine deeltjes , waarvan er 110 verschillende soorten bestaan. Die atomen kunnen allemaal met een andere atoomsoort of met dezelfde atoomsoort een molecuul vormen. Dit kan dus op oneindig veel manieren gebeuren en dus zijn er oneindig veel moleculen. Atomen zijn als het ware bakstenen die met dezelfde of met een andere soort bakstenen een muur kunnen maken.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100