Hoe maak je een chemische vergelijking, gelijk?

Het staat uitgelegd in mijn scheikunde boek maar ik snap er niks van. Dit bedoel ik dus met zo'n vergelijking:
... Mg + ... O2 -> ... MgO

En dan het antwoord is dan:

2 Mg + 1 O2 -> 2 MgO

Kan iemand mij dit simpel uitleggen? Bedankt.

Weet jij het antwoord?

/2500

De aantallen moeten aan beide kanten wel kloppen: Mg + O2 kan natuurlijk nooit 1 MgO opleveren, immers er zijn 2 O's in de verbinding. Bij het antwoord zie je dat de aantallen aan beide kanten kloppen: Mg + Mg + O + O = MgO + Mgo (oftewel 2x)

Het cijfer achter het element geeft aan hoeveel vrije elektronen zich nog kunnen binden aan andere vrije elektronen. Als er niets achter staat is er slechts één vrij elektron. Magnesium (Mg) heeft één vrij elektron. Zuurstof (O2) heeft twee vrije elktronen. Zo kan je ook nog fosfor hebben met drie of vijf vrije elektronen, maar daar hebben we het hier even niet over. Om nu op jouw vergelijking terug te komen, de vrije elektronen moeten gelijk gemaakt worden. Dus als je één molecuul zuurstof hebt, met twee vrije elktronen, dan zullen er twee moleculen magnesium, met elk één vrij elektron, aan verbonden moeten worden om de verbinding compleet te maken. Dan krijg je dus 2(moleculen) Mg + 1(molecuul) O2-> 2(moleculen) MgO(magnesiumoxide).

Het hele idee is dat er links en rechts steeds evenveel atomen staan. Dat kun je het makkelijkst doen in een soort tabelletje. Ik vind het handig om eerst met breuken te werken om de aantallen atomen links zo klein mogelijk te houden. Mg O2 MgO 1 1/2 1 Nu vermenigvuldig je links en rechts met 2 en het is gepiept, maar de methode werkt ook erg goed bij complexere reactievergelijkingen.

Dat heeft te maken met de wet van Lavoisier: ''Bij een chemische reactie is de totale massa van de beginstoffen gelijk aan de totale massa van de reactie producten.'' In jouw voorbeeld reageren een bepaald aantal magnesiumatomen (Mg) met een bepaald aantal zuurstofatomen (O2) (voor de pijl), waarbij een bepaald aantal magnesiumoxide (MgO) moleculen ontstaan. Om te zorgen dat de massa voor en na de reactie gelijk zijn, moet je zorgen dat er voor en na de reactie evenveel magnesium en zuurstof atomen aanwezig zijn. Dit doe je als volgt: Voor de pijl staat O2. Dit betekent dat er voor de reactie 2 zuurstofatomen waren. Na de pijl staat MgO. Je ziet dat er hier dus maar 1 zuurstofatoom in zit. Je wilt dit kloppend maken, dus zet je een 2 voor 'MgO'. Nu zijn er voor en na de reactie 2 zuurstofatomen. Maar er zijn nu ook 2 Mg-atomen. Dit los je op door voor de pijl ook een 2 voor 'Mg' te zetten. Er zijn nu van elke atoomsoort evenveel atomen voor als na de reactie aanwezig; je hebt de vergelijking kloppend gemaakt. succes!

Als je werkt met zouten dan kijk je naar de ladingen van de atomen waarmee je werkt, omdat die ladingen samen 0 moeten zijn. Dan heb je een elektrisch ongeladen oplossing: Stel je wilt kobaltchloride oplossen: CoCl2 --> Co(2+) + 2 Cl(1-) De (2+) en de 2x (1-) bij elkaar opgeteld maakt 0. Stel je wilt opgelost kopersulfaat indampen: Cu(2+) + SO4(2-) --> CuSO4 De (2+) en de (2-) maken samen weer 0. Je kunt de lading van het kation (plusdeeltje) neerzetten bij de de hoeveelheid van het anion (mindeeltje) en vice versa, daarna hoef je enkel te vereenvoudigen en de vergelijking is al kloppend. Als je werkt met organische stoffen, dan moeten het aantal deeltjes voor de pijl gelijk zijn aan het aantal deeltjes na de pijl: Stel je wilt methaan verbranden: a CH4 + b O2 --> c H2O + d CO2 - Voor de pijl heb je 1 C-atoom en na de pijl heb je 1 C-atoom; a=1 en d=1 1 CH4 + b O2 --> c H20 + 1 CO2 - Voor de pijl heb je 4 H-atomen en na de pijl heb je 2 H-atomen; a=1 en c=2 1 CH4 + b O2 --> 2 H2O + 1 CO2 - Voor de pijl heb je 2 O-atomen en na de pijl heb je 4 O-atomen; b=2 en d=1 1 CH4 + 2 O2 --> 2 H2O + 1 CO2 Er zijn voor de pijl net zoveel C,O,H-atomen als na de pijl, dus is de reactie kloppend. Nu zijn er met ingewikkeldere reacties wiskundige oplossingen die andere antwoorden geven dan waar je op uitkomt als je deze manier gebruikt. Maar voor de de reacties die je op de middelbare school krijgt voldoet deze methode.

Het aantal stoffen voor en na de pijl moet gelijk zijn. We beginnen bij de O's: Voor de pijl staan 2 O's en na de pijl staat 1 O. Deze aantallen kunnen we gelijk maken door de O2 met 1 te vermenigvuldigen en de MgO met 2. De vergelijking wordt nu: ...Mg + 1 O2 --> 2MgO Nu gaan we kijken naar de Mg: Na de pijl staat het aantal Mg vast. Dit zijn er 2. Voor de pijl moet je dus ook 2 Mg's hebben, er staat er nog maar 1. De twee krijg je door de Mg met 2 te vermenigvuldigen. De vergelijking wordt nu: 2 Mg + 1 O2 --> 2MgO Een ander voorbeeld. Stel, we nemen een andere vergelijking: ...C6H12O6 + ...O2 --> ...H2O + ...CO2 Het is het handigst om hierbij niet bij een willekeurig element te beginnen. Het makkelijkst is om te beginnen bij een element die maar in één stof voor en in één stof na de pijl staat. Dit is hierbij de H of de C. Laten we beginnen bij de H. Voor de pijl staan 12 H's, na de pijl staan er 2. Om dit gelijk te krijgen, zet je voor de C6H12O6 een 1 en voor de H2O een 6. De vergelijking wordt nu: 1 C6H12O6 + ...O2 --> 6 H2O + ...CO2 Dan gaan we verder met de C. Voor de pijl staan 6 O's, deze kun je niet meer veranderen, want de 1 staat vast. Na de pijl staat 1 C. Dus voor de CO2 moet een 6 komen te staan. De vergelijking wordt nu: 1 C6H12O6 + ...O2 --> 6 H2O + 6 CO2 Het enige wat we nu nog niet hebben behandeld zijn de O's. Na de pijl staan het aantal O's vast. Dit zijn er 18. Voor de pijl staan al 6 O's vast. Er moeten dus nog 12 O's worden toegevoegd. Dit krijg je door een 6 voor de O2 te zetten. De vergelijking wordt nu: 1 C6H12O6 + 6 O2 --> 6 H2O + 6 CO2

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100