Waarom kunnen er alleen structuurformules worden gevormd van moleculaire stoffen?

ik heb morgen een SE ( schoolexamen ) maar vraag me toch af waarom als je kijkt naar die structuurformules zijn het alleen maar moleculaire stoffen (niet-metalen) , hoe zit dat dan met zouten? krijgen die een soort van rooster?(ionen-rooster) ik denk echt dat we zo'n vraag krijgen. Iemand nog tips waar ik om moet letten de hoofdstukken gaan over: Atoombouw en periodiek systeem & en dus moleculaire stoffen.

ps. er word in het boek uitgelegd wat polaire atoombindingen zijn maar niet wat a-polaire atoombindingen zijn iemand een idee?(graag in begrijpelijke taal)

Weet jij het antwoord?

/2500

Structuurformules worden meestal gebruikt om complexere verbindingen weer te geven. EEN molecuul formule kan nl (vaak) meerdere structuurformules hebben (en het gaat dan dus om verschillende stoffen) door de structuurformule kun je zien wat het is. Een hele simpele: (met 1 c in het midden) dus: CH3-CH2-CH2-CH3 of CH3-CH-CH3 / CH3 Excuses dat het er zo raar staat Metalen worden meestal metaalzouten en die zijn zo simpel dat de structuurformule voor zich spreekt Het verschil tussen polair en apolair is een hele andere vraag, zie hiervoor ook wikilink Ze zijn elkaars tegenovergestelde en grofweg kun je 2 polaire vloeistoffen met elkaar mengen en 2 apolaire vloeistoffen met elkaar mengen maar polair met apolair geeft een zg tweefasen systeem, dat ontmengt. Vet en water is daar een huis tuin en keuken voorbeeld van en water en benzine ook Toegevoegd na 4 minuten: Ik hoop dat ik je hiermee niet weer helemaal in verwarring breng maar er ZIJN voorbeelden van metaalionen in structuurformules maar dit zijn wel bijzondere verbindingen, zie het plaatje, dat heet chelatie en daarmee zit een metaalion in een organisch systeem met hele sterke electronegatieve "armen" waardoor slecht oplosbare metalen opeens wel in oplossing kunnen gaan

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Apolaire_verbinding

Apolaire bindingen worden ook wel covalente bindingen genoemd . Daarnaast heb je elektrovalente bindingen. Zouten zitten inderdaad in een kristalstructuur. Metalen hebben echter een ionenrooster waar de vrije elektronen elektrische geleiding mogelijk maken. Bij zouten kan dit alleen als ze in ionen gesplitst zijn , dus oplosbare zouten in water. Als zout zelf is er wel sprake van elektrovalente binding maar droog zout is geen (goede) geleider van stroom. Toegevoegd na 9 minuten: Stuctuurformules zijn zinvol waar de vorm van de stof met alleen de brutoformule niet duidelijk is. Met de IUPAC benaming wordt echter de structuur omschreven en dan is er geen structuurtekening nodig.

Elk atoom heeft een soort trekkracht. Dat is de kracht waarmee hij elektronen naar zich toe kan trekken. Chloor bijvoorbeeld, heeft een relatief hoge trekkracht. Chloor zal de elektronen dicht naar zich toe trekken. Denk aan zoutzuur: HCl. Cl heeft een veel grotere trekkracht dan H. Als ze gaan binden gaan 1 elektron van Cl en 1 elektron van H samen een binding vormen. Normaal zou je denken dat dat precies tussen de twee atomen in is. nope Cl heeft een grotere trekkracht dan H, dus zullen de elektronen dichter bij Cl gaan zitten dan bij H. Dan heeft Cl dus eigenlijk een elektron teveel, en waterstof een te weinig, dus is er een lading ontstaan. Dan spreek je van een polaire binding. Is het zo duidelijk?? iig Succes morgen! Toegevoegd na 10 minuten: ik was vergeten te vertellen wat apolair dan is. Dat is niet moeilijk. Als de elektronen echt midden tussen de atomen zitten, dan is er geen verschil in lading en is de binding apolair. Omdat gelijke atomen gelijke trekkracht hebben, zijn alle moleculen die bestaan uit 1 soort atomen (F-F, Cl-Cl, H-H, O=O) apolair. let goed op de cijfers in moleculen. H2O is wat anders dan HO etc. Moet je ook naamgeving doen? zorg dan dat je het rijtje voorzetsels goed kent (mono, di, tri, tetra, penta, hexa, hepta, octa, nona en deca)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100