Zijn baby's van dieren in beginsel juist tam of juist angstig?

Stel je hebt een nestje waarin een kleintje ter wereld komt. Hij leeft helemaal afgezonderd op zijn ouders na. Na jaren komt daar een ander beest of mens bij. Hoe zal hij deze benaderen? Met een 'naïeve' blik of juist met angstige afstandelijkheid? Of scheelt dat heel erg per diersoort? Ik ga hierbij wel uit van een goeie normale volwassen wording.
Dit naar aanleiding van de ervaring van C Darwin die zijn vinkjes op de galapagos eilanden heel makkelijk kan oppakken omdat ze nooit veel vreemden hadden gezien. Maar geldt dit voor alle/de meeste dieren of misschien alleen voor zijn vinkjes?

Weet jij het antwoord?

/2500

In beginsel zijn de jonge diertjes niet bang, en in sommige gevallen blijft dat zo, mits ze goed behandeld worden door mensen. Jonge katjes kennen tot een week of 7 geen angst, en kunnen tot die tijd dus makkelijk gewend raken aan allerlei zaken, en aan mensen die ze hanteren. Bij jonge vogeltjes verschilt het. De meeste jonkies kennen geen angst zolang ze gevoerd worden. Tegen de tijd dat ze zelf gaan eten worden ze ook bang voor mensen. Sommige vogels echter worden snel tam: kraaiachtigen bijvoorbeeld moet je echt gericht van je vervreemden tegen de tijd dat ze zelf kunnen eten. Jonge dieren kennen dus een periode waarin ze geen angst kennen, en aansluitend op die periode blijven sommige dieren tam mits je daarop aanstuurt.

Rieneke geeft een prima antwoord maar beperkt zich tot huisdieren en dieren in gevangenschap. Wilde dieren zijn bij hun geboorte vrijwel zonder uitzondering zo tam dat ze elk wezen, mens of dier, dat in hun nabijheid komt, zonder vrees behandelen. Het zijn de ouders die door hun reactie op de indringer hun jongen leren angst voor bepaalde dieren en mensen te ontwikkelen. Komen dieren weinig of niet in aanraking met mensen, dan kan de tamheid lang aanhouden. Het is mij overkomen dat kruisbekken, een vogelsoort die af en toe invasiegewijs vanuit de Siberische taiga naar Nederland komt, mij en andere mensen tot op zeer korte afstand lieten naderen en eerder nieuwsgierig dan bang reageerden. Ze hadden hun hele leven nog nooit een mens gezien, hun ouders ook niet, en toonden dus geen angst. Na enkele weken verblijf in Nederland hadden ze die wel en gedroegen zich een stuk voorzichtiger. Een uitzondering hierop vormen slangen. Veel dieren en zelfs mensen hebben daar een aangeboren angst voor. Zie de link.

Bronnen:
http://vorige.nrc.nl/wetenschap/article187...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100