wat is het nut van de mens op kleur te zien?

we zien wel dat bladeren groen zijn en rozen rood. maar wat is het nut voor ons om die kleuren waar te nemen. waarom precies dit spectrum? waarom geen uv of infrarood of juist helemaal geen kleur?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Helemaal geen kleuren zien is niet handig. Het is fijn dat wij zaken als bloed en vuur goed kunnen onderscheiden, en dat we bijvoorbeeld vruchten snel zien. Als die, net als de bladeren, allemaal dezelfde kleur hebben, zie je ze gauw over het hoofd. Dat is niet handig voor je overlevingskansen. Ik ga natuurlijk uit van onze verre voorouders, zó ver dat er zelfs nog geen mensen bestonden. Kleurcontrast helpt ons dingen waar te nemen: prooidieren, maar ook roofdieren, vruchten, water, mals gras (een groen veld in de verte is de moeite waard om naartoe te gaan, maar een geel, verdord veld waarschijnlijk niet), soortgenoten... Uv kunnen zien zou op zich handig kunnen zijn. Veel insecten kunnen dat. Ik weet niet of je wel eens een uv-foto van een bloemkelk hebt gezien, maar zo'n kelk bevat echt heel uitnodigende 'landingsbanen' voor bijen en andere insecten die de bloem nodig heeft voor zijn voortplanting, terwijl die helemaal niet kunnen zien. We zouden dan ook zonder melding van het KNMI weten of de kans op zonnebrand groot is, of dat het wel meevalt met de hoeveelheid uv-straling. Infrarood kunnen zien kan soms handig zijn in het donker, maar overdag heb je er minder aan. En of je kookplaat warm is of niet, kunnen we - ook van een afstandje - voelen, dus dáárvoor hoeven we geen ir te kunnen zien. Maar de vraag 'waarom' is in de context van de evolutie eigenlijk een verkeerde vraag. Door toeval (mutaties) ontstaan er allerlei eigenschappen, en dan bepaalt de omgeving of die eigenschappen nuttig zijn of niet. Dus als er bij toeval op de noordpool een zwart poolvosje geboren wordt, zal het waarschijnlijk sterven voordat het zich kan voortplanten en zwarte kindertjes kan krijgen. Maar als de noordpool ineens pikzwart zou uitslaan, zou zo'n vosje een groot voordeel hebben ten opzicht van zijn witte soortgenootjes, en zouden er steeds meer zwarte vosjes komen. Dit voorbeeld is natuurlijk overdreven, maar je snapt wat ik bedoel. Zo komt het dat bepaalde salamanders en vissen, die nooit in het licht komen, blind zijn. Hun ogen hadden in hun omgeving geen nut voor de overleving, en zijn dus langzaam aan het verdwijnen, omdat dieren zonder ogen, of half-aangelegde ogen, zich net zo goed kunnen voortplanten als dieren mét ogen. Maar als bepaalde eigenschappen bij een bepaalde soort nooit vanzelf zijn ontstaan, zal die soort ze dus niet hebben, ook al zouden ze in principe een voordeel opleveren. Dus dat wij geen uv kunnen zien, (verder bij reactie).

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100