hoe meten ze de de afstand van sterren

Wat ik me afvraag is hoe ze de afstand tot een ster berekenen. In wetenschappelijke artikelen hebben ze het er altijd over dat een bepaalde ster of sterrenstelsel miljoenen lichtjaren ver weg is. Nu zijn miljoenen lichtjaren in kilometers afstand al lastig, het concept dat je in feite hetzelfde jaren terugkijkt in de tijd vind ik nog moeilijker te bevatten. Maar nu vraag ik me af: Hoe weten ze dat ze zoveel tijd terugkijken, oftewel dat ze die afstand kijken?
Ze kunnen er bij wijze van spreke geen meetlat naast leggen. De manier waarop ik denk dat ze de afstand beredeneren - de ingestelde sterkte van de lens verrekent met de grootte van het object waarnaar ze kijken- kan alleen maar gecontroleerd worden door mensen die dezelfde apparatuur gebruiken als zij. Dus wie zegt dat als zij zeggen dat een sterrenstelsel 400 miljoen lichtjaar ver weg is dit in werkelijk niet 2 miljoen lichtjaar is? Ik bedoel 1 lichtjaar is al zo moelijk te visualiseren, laat staan 400 miljoen. Graag een antwoord, wie het weet krijgt een sticker ;)

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Als de ster niet al te ver staat (in de buurt van een paar 100 lichtjaren of zo), dan gebruikt men een parallax-meting: ( zie foto1) Men meet de positie van de ster in de zomer en in de winter. Doordat we onze baan om de zon goed kennen (en dus het afstandsverschil in onze positie tussen zomer en winter weten) kun je met eenvoudige geometrie uitrekenen hoe ver de ster van ons af staat. Als de ster veel verder staat, dan wordt de parallaxverschuiving praktisch nul en werkt deze techniek niet meer. Men gebruikt dan een lichtmeting: men meet de hoeveelheid sterlicht dat de aarde bereikt en berekent daaruit hoe ver de ster ongeveer van ons af staat. Deze techniek is veel minder nauwkeurig omdat men een aanname moet maken over hoeveel licht de ster oorspronkelijk uitgezonden heeft (meestal door een vergelijking te maken met bekende sterren die dichter bij staan).

"Voor nabijgelegen sterren geldt: Parallax: houd een vinger gestrekt voor je, sluit één oog, en dan het andere, en je ziet de achtergrondobjecten iets verschuiven ten opzichte van je vinger. Door hier een berekening op los te laten gebaseerd op de afstand tussen je twee uitgangspunten (in geval van een half jaar op aarde, zo’n 300 Gm), en de waargenomen verschuiving ten opzichte van de achtergrond, kun je de afstand tot aan het object berekenen. De exacte formule weet ik niet uit m’n hoofd, maar was dacht ik niet al te ingewikkeld. Sommige sterren zijn helderder dan anderen, en naarmate de sterren verder van je af staan worden ze relatief minder helder. Omdat de wetten van luminositeit ons zeggen dat de helderheid van het licht kwadratisch met de afstand afneemt, kunnen we dan de intrinsieke luminositeit van de sterren berekenen. Stop deze gegevens in een tabel, en je krijgt het patroon dat in de link aangegeven staat. De gemaakte tabel kun je vervolgens gebruiken om verdere sterren te classificeren volgens dezelfde methode. Hierbij doen we voor he gemak de aanname dat de wetten van het universum ook daadwerkelijk universeel zijn, en dat deze zich dus op dezelfde manier ontwikkelen. Tot nog toe is er geen informatie bekend die aanduid dat dit een onjuiste aanname is; hoe ver we ook terugkijken in het verleden (afstand=tijd), zwaartekracht en licht lijkt zich constant hetzelfde te gedragen. Als je dan lokaal een behoorlijke sample hebt, kun je op zoek naar de afstanden van verder gelegen objecten als andere sterrenstelsels. Hiervoor gebruik je standaardkandelaars als bijvoorbeeld Type IA supernovae, en Cepheïde variabelen, waarvan de intrinsieke helderheid bekend is, afhankelijk van een paar factoren (voor de variabelen zijn dit bijvoorbeeld de snelheid waarmee de helderheid schommelt). Je kunt ook gebruik maken van roodverschuiving. Als je de helderheid van sterren weet, kun je aan de slag met het uitzoeken van de grootte. Dit is gerelateerd aan de luminositeit, omdat hetere sterren helderder licht afgeven, en grotere sterren relatief koeler zijn. Aan de samenstelling van een ster kun je afleiden in welke fase van ontwikkeling deze zich bevind, omdat de samenstelling een indicatie geeft over de type kernfusie die op dat moment plaatsheeft. Je kunt de massa (en dus de grootte) berekenen op basis van zwaartekrachteffecten. Dit alles bij elkaar zou dezelfde kant uit moeten wijzen, waardoor je uiteindelijk een behoorlijk kloppend model krijgt."

Bronnen:
http://www.goeievraag.nl/vraag/bepaald-ste...

Als je de afstand naar de eerste ster weet en de afstand naar de 2e ster kan je middels de stelling van pythagoras de afstand tussen de 2 sterren onderling berekenen. je weet de hoek(en) immers, en je weet de 2 hoeken waartussen de 2 sterren staan. Of je het in centimeters/meters of lichtjaren uitdrukt maakt dan niet meer uit.

Bronnen:
http://www.wiskundeonline.nl/lessen/StPyth...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100