In welk opzicht zijn mensen geschapen naar het beeld van G-d ?

26 En God zeide: Laat Ons41 mensen42 maken, naar Ons43 beeld,44 naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen45 der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee,46 en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

zie ook genesis 5:1 ; 9:6; kollosenzen 3:10 ; efeziers 4:24.
Teksten en verwijzingen nrs 44 en 47 uit statenvertaling:

http://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Gn1.htm

De vraag is niet gesteld vanuit een bepaalde overtuiging .
Ik zoek naar oplossingen tijdens mijn zoektocht, en hoop hierbij het respect naar andere overtuigingen toe hoog te houden.

Toegevoegd na 1 uur:
De vraag is niet gesteld vanuit een bepaalde stroming binnen een geloofsovertuiging.
benaderd beter wat mijn bedoeling is.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Jouw uitgangspunt is mij helder en zeer te waarderen. Jouw vraag komt met name voort uit de teksten in het boek Genesis. De mens is als uiterlijke verschijningsvorm (manifestatie) van God geschapen. Vgl. God als de Oceaan. De uiterlijke verschijningsvorm is: de druppel. Echter, de druppel bevat alle eigenschappen van de oceaan. Dezelfde gelijkenis geldt: God als het eeuwige Vuur met de vlam, de mens, als manifestatie van dat Vuur. De vlam die dezelfde eigenschappen bezit als het vuur. Hijzelf is Geest, het Vormloze, evenals het Vuur en de Oceaan "vormloos" zijn. De bijgevoegde tekst in Kolossenzen geeft aan dat het in de Bijbel niet gaat om de uiterlijke verschijningsvormen van de mens dan wel om de goddelijke eigenschappen die bij zijn schepping aan de mens meegegeven zijn. Eigenschappen, of te wel verstandelijke vermogens, om te denken, te vervaardigen, te overleggen enz. enz. Deze, door God aan de mens, meegegeven eigenschappen maakten de mens tot heer en meester over de gehele schepping, incl. de dieren. Kol.3:10. “Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, waarbij geen onderscheid is tussen Griek en Jood, besneden of onbesneden, barbaar en Skyth, slaaf en vrije, maar alles en in allen is Christus”. Met de “oude mens” wordt hier dus de leugenachtige eigenschappen van de menselijke natuur bedoeld en met de “nieuwe mens” de Christus-eigenschappen. Het zijn die eigenschappen die zich, door zijn geloof in Christus, in de christen ontwikkelen “in waarachtige gerechtigheid en heiligheid”. Efeze 4 vs 24. Dit betreft de druppel, die uiteindelijk opgaat in de Oceaan; de vlam die opgaat in het Eeuwige Vuur; de christen die Thuisgekomen is.

Volgens de bijbel is het niet toegestaan een afbeelding van God te maken. ik denk dat je bij 'gelijkenis' dus niet zozeer aan uiterlijk moet denken. Waarom zou je er geen afbeelding van mogen maken? Misschien omdat zo'n beeld - wat puur uiterlijk is - alleen maar afleidt van het wezenlijke van God? Nee, ik denk aan de kenmerkende zaken waarin een mens van een dier verschilt, de zaken zijn waarin wij op God lijken: intelligentie, verstandelijke vermogens, zelf beslissingen kunnen nemen, maar boven dat en vooral: het vermogen om lief te hebben. In mijn beleving zijn wij daarin geschapen naar Gods beeld. Naarmate wij als mens in ons leven groeien in ons vermogen om lief te hebben, worden we meer Christe-lijk (= gelijk aan Christus) en komt het beeld van God beter tot zijn recht.

Dat we „naar Gods beeld” zijn gemaakt, betekent dat we ondanks zonde en onvolmaaktheid bepaalde eigenschappen van God kunnen weerspiegelen (Romeinen 5:12). We kunnen creatief zijn. En we hebben een mate van wijsheid, een rechtvaardigheidsgevoel en het vermogen zelfopofferende liefde voor elkaar te tonen. We kunnen ook terugkijken op het verleden en plannen maken voor de toekomst. — Spreuken 4:7; Prediker 3:1, 11; Micha 6:8; Johannes 13:34; 1 Johannes 4:8. Daarnaast hebben mensen een moreel besef met een geweten. Dat feit wijst ons op één manier waarop we ons geweten sterker, betrouwbaarder kunnen maken, namelijk: door meer over de Schepper te weten te komen en dichter tot hem te naderen.

De bijbel is, ongeacht welke vertaling je gebruikt, duidelijk over wat Gods belangrijkste eigenschap is, namelijk liefde ("God is liefde", 1 Johannes 4:8). Mensen gedijen eveneens heel goed op liefde. Alles gaat over de liefde (of juist het gebrek daaraan), namelijk films, muziek, boeken, ... Liefde is geregeld een hoofdthema en vrijwel altijd een factor. Wat mij (persoonlijk) betreft trouwens is dat ook een zeer sterk bewijs tegen de evolutie ("sterkste overwint"), maar dat terzijde. Maar qua uiterlijk is een mens juist NIET gelijk God: “God is een Geest” (Johannes 4:24). En wij zijn van vlees en bloed omdat wij in een habitat leven van water, lucht, e.d. Aangezien de bijbel zegt dat vlees en bloed geen deel kunnen hebben aan het koninkrijk (1 Kor. 15:50) zijn mensen dus niet qua uiterlijk/bestaansvorm gelijk God.

Hallo Amedeus, Je moet zo wie zo niet denken aan een visuele overeenkomst tussen de mens en God. Het woord 'beeld' heeft de betekenis van 'evenbeeld'. De mens is materie en God niet. - Het feit dat de Satan Eva kan verlokken met: dan zul je als God zijn, kennende goed en kwaad, geeft al aan dat naar Gods beeld geschapen zijn ook niet betekend dat ze een gelijk onderscheidingsvermogen als God hadden. - Evenmin hebben ze en scheppende kracht, anders had God voor Adam Eva niet hoeven te scheppen. - Ook het alziend en alwetende eigenschap van God kan hier niet mee worden bedoeld, anders hadden Adam en Eva zich niet verborgen voor God of zich laten verleiden door de slang. Eigenlijk blijven er dan 3 aspecten over: rechtvaardigheid en heiligheid, eeuwig levend, kennis van de verborgen zaken. * Het eerste blijkt ook uit de verwijzing die je maakt naar Efeze 4. * Het laatste blijkt uit Kol. 3. * Het eeuwig leven blijkt uit Genesis 3 dat dit een afgesneden zaak was voor de mens na de zondeval, zie vers 22: Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven! Na dit vers blijft het verrassend stil over dit onderwerp, pas in de Psalmen wordt er weer over gesproken in Psalm 21, 22 en 49. Op een profetische wijze spreek Daniel er later over: En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. Het nieuwe testament is vervolgens een explosie aan teksten (met name Johannes en Paulus) dat dit het deel zal zijn. Tot slot is er een goddelijke eigenschap die de mens in het leven ontvangt, maar vermoedelijk, voor het grootste deel, in de eeuwigheid geen waarde zal hebben, dat zijn namelijk de gave van de Geest 1 Kor 12 en Rom 12: * wijsheid * overdragen van kennis * geloof * kracht om te genezen * kracht om wonderen te doen * profeteren, boodschappen van God doorgeven * onderscheid maken in wat wel en niet van de Geest afkomstig is * klanktaal * uitleg van klanktaal * bijstand verlenen * troosten * liefdadigheid * leiding geven Van uitgaande dat de nieuwe schepping volmaakt zal zijn zoals de eerste schepping, dan zou hier worden gewezen op: rechtvaardigheid en heiligheid, eeuwig levend, kennis van de verborgen zaken en ten dele gave van de Geest.

in het opzicht dat god de wereld heeft gecreëerd en dat ook mensen dingen kunnen creëren. God schiep ons naar zijn evenbeeld omdat wij dus ook scheppings vermogen hebben:)

In de katholieke Schoolcatechismus staat het zo verwoord: “De ziel is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, doordat ze begaafd is met verstand en wil, en geroepen tot het bovennatuurlijk leven van de genade.” Ook St. Thomas zegt heel uitdrukkelijk dat het de ziel is die op Gods beeld gelijkt, hij verwijst hierbij naar Efeze 4 vers 23 en 24: “gij moet u vernieuwen naar de inwendige geest; gij moet den nieuwen mens aantrekken, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.” De menselijke wil is vrij en de mens kan net als God kiezen voor het ene of het andere, is in die zin anders dan de dieren, die niet een wil en verstand hebben. Daarom is de mens ook verantwoordelijk te houden voor zijn daden, itt de dieren. De mens is Gods beeld, en op Hem gelijkend, die tweede toevoeging zwakt de eerste af, de mens is enigszins op God gelijkend. Het gelijk willen zijn aan God is juist de kern van de zondeval (Gen. 3, 5). Wat met dat beeld van God zijn bedoeld wordt blijkt uit het vervolg van dit vers waar staat: “hij heerse over de vissen der zee, de vogels in de lucht, de viervoetige dieren, en over heel de aarde met alles, wat er op kruipt”. Het gaat er dus om dat de mens (onder)koning is over de aarde en over haar mag en moet heersen, de mens vertegenwoordigt God op aarde. Niet veel later staat in het boek Genesis in hoofdstuk vijf vers drie: “Adam was honderd dertig jaar oud, toen hij als zijn beeld, op zich gelijkend, een zoon verwekte, wien hij de naam Set gaf.” Seth wordt beeld van Adam genoemd, hij is het stamhoofd van de familie, Kaïn was immers door de moord op zijn broer onwaardig om stamhoofd te zijn. Het vers daarna staat dat Adam nog vele zonen en dochters kreeg, maar van die zonen en dochters wordt niet gezegd dat ze zijn beeld zijn, omdat ze geen stamhoofd zijn. Geheel in lijn daarmee zegt 1 Kor. 11 vers 7: “De man moet zijn hoofd niet bedekken, daar hij het evenbeeld is en de glorie van God; maar de vrouw is de glorie van de man.” De man is evenbeeld en glorie van God, maar de vrouw is de glorie van de man, er wordt dus op dit punt een tegenstelling tussen man en vrouw gemaakt. Dit heeft te maken met de scheppingsordening die in vers drie beschreven wordt: “het hoofd van iederen man is Christus; het hoofd van de vrouw is de man; het hoofd van Christus is God.” Dat is dus de tweede manier waarop we beeld van God zijn.

De mens geschapen naar het beeld en/of gelijkenis van God? Hoe is dat te rijmen met de verstandelijke-, auditieve-, visuele- en lichamelijke beperkingen waarmee mensen geboren worden. Bijvoorbeeld ook diverse genetische ziekten w.o. ADCA (een hersenziekte met grote gevolgen) of Cyclopia (mensen met één oog). Allemaal foutjes in beeld en gelijkenis? Of om nog maar iets te roepen: Mensen met staarten! De langste staart ooit bij een mens gemeten van een man uit India (Chande Oram) was 33 cm lang en bedekt met haar (Bewijs van evolutietheorie of foutje natuur ?). Periode beeld van neanderthaler tot moderne mens onbespreekbaar; toch zijn het weetjes waar ik mee zit!

Daar Gods Zoon zei dat zijn Vader „een Geest” is, sluit dit elke lichamelijke gelijkenis tussen God en de mens uit (Jo 4:24). De mens bezit veeleer eigenschappen die een weerkaatsing of een weerspiegeling vormen van de eigenschappen van zijn hemelse Maker en hem duidelijk van de dieren onderscheiden. Deze eigenschappen zijn de volgende naar welke de mens ook gemaakt is en ze ,zij het nu in onvolmaakte mate, kan weerspiegelen; Liefde ,zijn overheersende eigenschap (..er wordt zelfs gezegd dat God liefde is!) Wijsheid Gerechtigheid Macht

Bronnen:
http://wol.jw.org/nl/wol/d/r18/lp-o/1200002149