''God had vast een engeltje nodig'' Waar in de Bijbel staat dat?

Dit zeggen verwarde mensen weleens wanneer er iemand te overlijden komt.
Tijdens Bijbelstudie is mij ooit verteld, dat dood, gewoon hartstikke dood is.
Geen geest, geen hiernamaals en pas als Jezus terugkomt, zullen de doden in opstanding komen en nog 1 kans krijgen of ze naar Paradijs mogen voor eeuwig leven.
Maar niet als engeltjes.

Dus ik vroeg me af, in welke brief/vers van de Bijbel staat dat je na je dood een engeltje word..
of een demon voor de slechten dan?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het staat nergens.

Misschien zijn dat wel mensen met een iets ander geloof dan jij hebt. Er zijn ook geloven waarbij er wel wordt geloofd in de aanwezigheid van engelen. Daarnaast kan het ook een troost gevende uitspraak zijn, welke ook uitgesproken kan worden door niet gelovige mensen. Net zoals je kan zeggen; Op aarde een goed persoon minder, de hemel er een rijker. Maar is er in jou geloof dan ook geen hemel?

Het staat er ook niet. Het is meer een uitdrukking die verzachtend kan werken als iemand zijn hoofd breekt over het waarom, als er weer eens een geliefd iemand op relatief jonge leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige verruilt.

Als voor jouw dood, hartstikke dood is, is Jezus ook hartstikke dood. Dan komt Hij ook niet meer terug. Als er geen hiernamaals is, waarom zouden we dan nog een kans krijgen om in het paradijs te komen. Wel een beetje tegenstrijdig allemaal.

Dit is typisch een zinnetje om iets onbegijpelijks als de dood te verklaren op een kinderlijk wijze. de dood is onverbiddelijk en je kan dus hooguit vertrouwen op God en zijn wijsheid. Tegenover de dood is iedereen als een machteloos kind maar er staat wel iets over de opstanding matheus 22:23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem. Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken. Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder. Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot den zevende toe. Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven. In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad? Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods. Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel. En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden. beetj ouderwets maar wel duidelijk dacht ik

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100