wat word er bedoeld in Galaten 2 : 19?

ik maak een verslag voor godsdienst en moet het vers uitleggen , vooral de laatste zin snap ik niet:" Met Christus ben ik gekruisigd"

Toegevoegd na 10 minuten:
letterlijk staat er dit "Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd".

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Hoi, om deze vers te begrijpen moet wat om deze verzen lezen. Ik zal hierbij de herziene statenvertaling gebruiken om de betekenis uit te leggen van "met Christus ben ik gekruisigd". De achtergrond waarin Galaten is geschreven is een brief die Paulus aan de kerkelijke gemeente in de stad Galatie stuurde, dit stuk was dus aan gelovige christenen geschreven. Het stuk waar deze vers in hoort begint bij Galaten 2 vanaf vers 15 en duurt tot vers 21. De thema van dit stuk gaat over de fouten die wij als mensen maken, en dus ook als christenen in de maatschappij. vers 15 en 16 zeggen dat een mens niet eer bij God (dus een plaats in de hemel) verdient door zijn goede daden (hier slaat 'de werken van de wet' op) op deze wereld maar door zijn/haar geloof in Jezus Christus als Zijn zoon. Vers 17 zegt echter dat dat als wij als christenen Jezus proberen af te spiegelen in de maatschappij en wij doen iets slechts, Jezus en God gelijk als slecht moet worden weggelegd. Volstrekt niet! Vers 18 spreekt dan over het afbreken en opbouwen. Wij als christenen zijn ervan overtuigd dat wij om Jezus af te spiegelen een aantal 'slechte' dingen in ons leven moeten afbreken (de banden ermee moeten breken). Als wij die dingen weer gaan opbouwen, bewijzen wij namelijk dat wij zelf overtreders zijn in het principe dat wij Jezus aan onze naasten willen laten zien. De banden (met mensen die het promoten) die christenen kunnen verbreken zijn verkeerde dingen als drugs, seks voor het huwelijk, samenwonen, uitgaan en dronken worden, overspel, moorden, stelen, etc. Vers 19 spreekt dus over dat wij als christenen ons hele leven hebben ingericht naar de Bijbel en dat wij dus voor God zouden leven ipv onszelf. Hier komen wij bij jouw stuk in vers 20 "met Christus ben ik gekruisigd". Hiermee wordt dus bedoelt dat wij ons oude natuur met die banden die wij hebben gebroken, met Jezus hebben gekruisigd waardoor ze voor God niet meer aan ons kunnen worden toegerekend als zonde. Hierdoor leven wij niet meer voor onszelf, maar leeft Christus in mij; en zover ik in het vlees leef (mijn menselijke lichaam), leef ik met mijn hart en gedachte in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven. Dit bekrachtigt en verheldert het verder. Vers 21 zegt daarom ook, dat als je een plaats in de hemel zou kunnen krijgen door je eigen goede daden hier op aarde, het offer van Jezus aan het kruis eigenlijk voor spek en bonen was.

Eerst het vers: [19] Want staande* onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. Volgens de Willibrordvertaling-1978 is de exegese: 'Door de wet, die Christus aan het kruis heeft gebracht (zie 3, 13) heeft de christen (ik) alle betrekkingen met de wet verbroken (gestorven voor, (=met betrekking tot) de wet). Want door geloof en doop heeft hij deel aan Christus' gestorven en gekruisigd zijn ten aanzien van wet en zonde en tevens aan zijn verheerlijkt 'leven voor God'; daardoor is hij gerechtvaardigd, vlgs. Rom. 6, 1-11, 7, 1-6; 10,4. Nog steeds moeilijk. Maar als je het daarop volgende vers leest wordt het misschien toch duidelijker: [20] Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij. [21] Ik doe de genade van God niet teniet: als de wet ons kon rechtvaardigen, dan zou Christus voor niets gestorven zijn.’

In mijn bijbelvertaling (nieuwe wereldvertaling) staat het zo: (Galaten 2:19) Wat mij betreft, ik ben door middel van de wet gestorven ten aanzien van de wet, opdat ik levend zou worden ten aanzien van God. Waarom kon de apostel Paulus zeggen: „Wat mij betreft, ik ben door middel van de wet gestorven ten aanzien van de wet”? — Gal. 2:19. De woorden van de apostel vormen een onderdeel van een argumentatie waardoor hij aantoont dat iemand zich niet door „werken der wet” kan rechtvaardigen voor God. Paulus schreef: „Wij die van nature joden zijn en geen zondaars uit de natiën [die de Mozaïsche wet niet hadden en die zich, bezien vanuit het standpunt van de joden, op een wetteloze wijze gedroegen], en die weten dat een mens niet ten gevolge van werken der wet rechtvaardig wordt verklaard, maar alleen door middel van geloof jegens Christus Jezus, zelfs wij hebben ons geloof in Christus Jezus gesteld, opdat wij ten gevolge van geloof jegens Christus rechtvaardig verklaard mogen worden en niet ten gevolge van werken der wet, want ten gevolge van werken der wet zal geen vlees rechtvaardig worden verklaard.” — Gal. 2:15, 16. De Wet maakte Paulus bewust van het feit dat hij zich er eenvoudig niet volmaakt aan kon houden. Ze veroordeelde hem als een zondaar die de dood verdiende. Hoe nauwgezet hij de vereisten van de Wet ook zou trachten na te komen, hij zou bemerken dat hij te kort schoot (Rom. 7:7-11). Aldus „ben [ik] door middel van de wet gestorven ten aanzien van de wet”. Of, zoals Today’s English Version het onder woorden brengt: „Voor zover het echter de Wet betreft, ben ik dood — gedood door de Wet zelf — opdat ik voor God zou leven.” Doordat Paulus in geloof Jehovah’s regeling voor redding door bemiddeling van Christus aanvaardde, werd hij door God rechtvaardig verklaard om opnieuw te leven. Aldus kwam hij geestelijk tot leven. Ten gevolge van zijn geloof kwam de apostel onder de invloed van de heilige geest te staan, waarvan de vruchten in zijn leven ten toon werden gespreid. Daarom voegde Paulus eraan toe: „opdat ik levend zou worden ten aanzien van God.” — Gal. 2:19. Hopelijk heb je hier wat aan?

Samegevat lijkt Paulus aan te geven, dat de gelovige dood is voor de wet (de Thora ). De gelovige leeft daarom niet langer voor of door de wet ( maar vanuit de kracht en leiding van Gods Geest) voor God. Ons vleselijke gevoelens gaan tegen Gods Geest van nature in en moeten worden afgelegd( bij het kruis) . Paulus eigen wil en verlangens werden gekruisigd/afgelegd. Hij deed alleen nog Gods wil voor zijn leven.

Als je vers 19 moet uitleggen dan staat er: “Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven”. De rest staat in vers 20 e.v. De apostel Paulus legt dit als volgt verder uit. Romeinen 7 vers 7: “ De Wet (van Mozes) zegt: gij zult niet begeren”. En wie dat doet, dus daaraan gehoorzaamt, zal daardoor (eeuwig) leven. http://www.biblija.net/biblija.cgi?l=nl&set=10&id16=1&m=Gal+3 vers 12. Ter vergelijking. De overheidswet zegt: geef richting aan als je op de fiets zit en af wilt slaan. Maar ik moet de eerste nog tegenkomen die dat in zijn leven altijd heeft gedaan. Dus iedereen in ons land, die gefietst heeft, heeft deze wet overtreden en is in feite strafbaar! En niemand was in staat om aan die eis: “gij zult niet begeren” te voldoen (=gehoorzamen). En dus zou geen mens behouden kunnen worden (= eeuwig leven). De betekenis van “Want ik ben door de wet voor de wet gestorven” is: omdat ik niet kan voldoen aan de eis (om niet te begeren) van de door God gegeven wetten aan Mozes ben ik verloren (in overtreding en strafbaar). Deze conclusie geldt voor alle christenen; zij allen missen het eeuwige leven die hun heil via deze weg zoeken. Maar de zin gaat verder: . . . . om voor God te leven. Hier gaat het om een andere manier (= buiten de wet om) om toegang te verkrijgen tot het Koninkrijk Gods. “Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven” http://www.biblija.net/biblija.cgi?l=nl&set=10&id16=1&m=Rom+3 vers 21 De gerechtigheid Gods (=de aanneming tot Zijn Koninkrijk) kan alleen door het geloof in Jezus Christus.