Wat is de exegese achter "het bokje niet koken in de melk van zijn moeder" in de Joodse wet (zie toelichting)?.

In de vraag "Wat zegt de Bijbel over dierenmishandeling?' van enkele dagen geleden werd in een antwoord dit als voorbeeld aangehaald dat mensen goed met dieren om moeten gaan. De exegese waarnaar gerefereerd werd zegt "... De Geschreven Tora geeft niet direct de reden waarom het bokje niet in de melk gekookt mag worden. Uiteraard mogen wij sowieso concluderen dat het om humaniteit van dieren gaat..." (De volledige tekst is te vinden op http://www.faq-online.nl/index.php?file=article&art_id=125&page=3).

De hele exegese gaat volgens mij verder over dat je vlees en melk niet gezamenlijk moet bereiden, wat ik verder wel begrijp. Maar ik kan de gedachtesprong niet maken dat dit ook over de humaniteit van dieren gaat.

En nu ik dit zit te typen, wat is "humaniteit van dieren"?

Toegevoegd na 1 uur:
Beetje raar, als je op de link klikt kom je niet op het betreffende artikel maar op de index pagina van de site. Je kunt dan in de dropbox bovenaan regel 4 selecteren, dan kom je op de betreffende exegese.

Weet jij het antwoord?

/2500

Dit gebod in de Mozaïsche wet, dat driemaal in de bijbel voorkomt, kan ons helpen Jehovah’s mededogen en fijngevoeligheid en zijn zienswijze ten aanzien van wat gepast is te begrijpen. Het onderstreept ook zijn afschuw van valse aanbidding. Een bokje of een ander dier in de melk van zijn moeder koken, zou indruisen tegen Jehovah’s natuurlijke ordening der dingen. God had in de melk van de moeder voorzien om het bokje te voeden en te laten groeien. Verder wordt wel verondersteld dat het koken van een bokje in de melk van zijn moeder een heidense rite is geweest om het te laten regenen. Als dat zo was, zou het verbod gediend hebben om de Israëlieten te beschermen tegen de zinloze en harteloze religieuze gebruiken van de naties rondom hen. De Mozaïsche wet verbood de Israëlieten uitdrukkelijk in de inzettingen van die naties te wandelen. — Leviticus 20:23. Ten slotte zien we in de bewuste wet Jehovah’s tedere mededogen. De Wet bevatte feitelijk diverse geboden die moesten voorkomen dat dieren wreed werden behandeld en dat er werd ingegaan tegen de natuurlijke gang van zaken. Zo was het bij de Wet verboden om een dier te offeren dat niet minstens zeven dagen bij zijn moeder was geweest, een dier en zijn jong op dezelfde dag te slachten en zowel de moedervogel als haar eieren of jongen uit een nest te halen. — Leviticus 22:27, 28; Deuteronomium 22:6, 7. Het is duidelijk dat de Wet niet slechts een ingewikkelde verzameling geboden en verboden was. De beginselen ervan bijvoorbeeld dragen bij tot een verheven moreel besef dat werkelijk Jehovah’s schitterende eigenschappen weerspiegelt. Toegevoegd na 1 minuut: Bron:Vraag van lezers in de Wachttoren van 2006 1/4 blz. 31