Wat staat er in de bijbel over mensen/situaties die begonnen te twijfelen aan het geloof?

En dan in vroege stadiums en latere. Staan er ook directe/indirecte tips?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Johannes de Doper. Hij zei eerst vol vuur over Jezus: Hij is het! (Joh 1;29-35) Maar toen hij in de gevangenis zat vanwege zijn geloof begon hij te twijfelen. Misschien omdat Jezus zo anders was dan Johannes verwacht had. Johannes had het beeld van Jezus als Degene die het oordeel brent (Hij doopt met vuur, zuivert de dorsvloer, verbrandt het kaf). Zie Luk 3:16-17 Wat deed Johannes toen? Hij stuurde twee vrienden naar Jezus met de vraag: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus geeft dan antwoord: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.’ (Luk 7:22-23) De indirecte tips: - blijf niet in je eentje lopen met je twijfels, deel het met vrienden. - ga ermee naar Jezus toe (bid, of vraag je vrienden dat voor je te doen). Kijk naar wie Hij is en wat Hij doet en gedaan heeft. Accepteer Hem zoals Hij is.

Bronnen:
Bijbel: Johannes 1; Lukas 3; Lukas 7

Volgens mij staat er dat je je dan moet afvragen of je wel écht gelooft. En iemand die van zijn geloof afvalt, heeft zijn verlossing niet verloren, simpelweg omdat hij hem nooit heeft kunnen krijgen,door geloof. Ik hoop dat ik het zo een beetje duidelijk heb uitgelegd.

Je zou kunnen denken aan bijv. Gideon en andere bijbelgedeelten over gelovigen die God om een teken vroegen. Dat zijn niet direct situaties van geloofstwijfel in de zin van "bestaat God wel", maar het wijst wel de weg waar je naartoe moet met je twijfel: Leg het voor aan God, en ja, vraag maar of hij je nieuwe kracht wil geven.

Misschien Jakob, in z'n gevecht met God? (cq een engel)

Zelfs Jezus’ discipelen twijfelden soms (Mattheüs 14:30; Lukas 24:36-39; Johannes 20:24, 25). De Bijbel beschrijft gebrek aan geloof dan ook als „de zonde die ons gemakkelijk verstrikt” (Hebreeën 12:1). De apostel Paulus schreef: „Niet alle mensen bezitten geloof” (2 Thessalonicenzen 3:2). Dat wil niet zeggen dat sommigen niet tot geloven in staat zijn. Het is eerder zo dat velen geen moeite doen om geloof te verwerven. Maar God zal de inspanningen zegenen van degenen die dat wel doen. Daarom is het goed kwesties te identificeren die twijfels oproepen. De discipel Thomas bijvoorbeeld twijfelde eraan dat Jezus uit de doden was opgewekt, ook al zeiden andere discipelen dat ze hem hadden gezien. Thomas wilde bewijzen. Het resultaat? Jezus gaf hem het bewijs dat hij nodig had voor een sterk geloof . Via de Bijbel verschaft God de antwoorden die we nodig hebben om onze twijfels weg te nemen. Velen verliezen bijvoorbeeld hun geloof in God omdat ze hem direct of indirect de schuld geven van de oorlogen, het geweld en de ellende waarmee de mensheid te kampen heeft. Maar de de Bijbel geeft daar een antwoord op.Degene die oprecht zoekt, zal antwoorden vinden. (Mattheüs 7:7-11) 7 Blijft vragen, en het zal U gegeven worden; blijft zoeken, en GIJ zult vinden; blijft kloppen, en er zal U opengedaan worden. 8 Want al wie vraagt, ontvangt, en al wie zoekt, vindt, en al wie klopt, hem zal opengedaan worden. 9 Of is er soms iemand onder U die wanneer zijn zoon om brood vraagt, hem een steen zal geven? 10 Of misschien zal hij om een vis vragen — hij zal hem dan toch geen slang geven? 11 Als GIJ dus, ofschoon GIJ slecht zijt, goede gaven aan UW kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan UW Vader, die in de hemelen is, goede dingen geven aan wie hem erom vragen!

De discipelen van Jezus waren op zeker moment met hun bootje in een storm terecht gekomen. Toen zij Jezus op het water zagen lopen riep Petrus: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ We kunnen hier uit leren dat wij de stormen in ons leven kunnen doorstaan naarmate wij een innerlijke relatie met Hem hebben.

Bronnen:
Mattheüs 14 vanaf vers 22. 2 Timothëus...

Ik denk aan Corach, Dathan en Abiram. De aarde opende zich en verslond hen met alles wat zij hadden. Dit was om hun ongeloof. Zie bijvoorbeeld: Deuteronomium 11: 6 Daarboven, wat Hij gedaan heeft aan Dathan, en aan Abiram, zonen van Eliab, den zoon van Ruben; hoe de aarde haar mond opendeed, en hen verslond met hun huisgezinnen, en hun tenten, ja, al wat... Op meerdere plaatsen wordt er over dit oordeel geschreven.

Thomas twijfelt volgens de Bijbel over de wederopstanding van Jezus (vzmh). Jezus (vzmh) zou daarom vervolgens aan hem verschijnen, vragen of Thomas soms eerst zijn vingers in de kruiswonden wil steken voor hij gelooft dat Jezus (vzmh) is opgestaan en zeggen: Zalig die niet zagen, maar toch geloven.

Ik ga geen teksten aanhalen, dat hebben anderen gelukkig al gedaan maar bij iedere godsdienst geldt dat als je niet in die specifieke god gelooft je verloren bent en naar de hel/vagevuur en meer van die termen gaat, dus ook in de bijbel. Ongeloof tracht men in het geloof tegen te gaan door mensen bang te maken en te vertellen dat het dan slecht met je afloopt. De grote grap is natuurlijk dat als je echt niet gelooft je ook niet bang gemaakt kan worden met bijvoorbeeld een duivel want daar geloof je dan ook niet in.

Over twijfelen aan het geloof staan een hoop voorbeelden in de bijbel. Daaruit blijkt dat niet alle twijfel schadelijk is. Soms moet je eerst zeker zijn van de feiten voordat je iets gelooft. Religieuze aansporingen die erop neerkomen dat je eenvoudigweg dient te geloven en aan niets moet twijfelen, zijn gevaarlijk en bedrieglijk. Het is waar dat de bijbel zegt dat liefde ’alle dingen gelooft’ (1 Korinthiërs 13:7). Een liefdevolle christen is beslist bereid degenen te geloven die zich in het verleden betrouwbaar betoond hebben. Maar Gods Woord waarschuwt ook tegen ’geloof hechten aan elk woord’ (Spreuken 14:15). Vaak is een eerlijk, nederig onderzoek van de feiten nodig om de waarheid vast te stellen. Er is ook een twijfel die wordt gedefinieerd als een onzekerheid van geloof of opvatting, die vaak invloed heeft op besluitvorming. Bijvoorbeeld toen Satan Eva’s geest infecteerde met twijfels over God „Is het werkelijk zo dat God heeft gezegd dat gij niet van elke boom van de tuin moogt eten?”, vroeg hij (Genesis 3:1). De onzekerheid die door deze onschuldig klinkende vraag gecreëerd werd, had invloed op haar besluitvorming. De discipel Jakobus begreep duidelijk het schadelijke effect van dit soort twijfel. Hij waarschuwt dat wanneer u tot God bidt, ’blijf dan in geloof vragen, zonder ook maar enigszins te twijfelen’. Als onze band met God aan twijfels onderhevig is, worden we „gelijk een golf van de zee, die door de wind gedreven en heen en weer geslingerd wordt”. We worden als „een besluiteloos man, ongestadig in al zijn wegen” (Jakobus 1:6, 8). We ontwikkelen een onzekerheid van geloof die ons aan het wankelen brengt. Bijgevolg worden we, net als met Eva gebeurde, kwetsbaar. Goede, persoonlijke geestelijke voeding is absoluut van essentieel belang. Jezus Christus benadrukte dit toen hij zei: „De mens moet niet van brood alleen leven, doch van elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt.” — Mattheüs 4:4. We moeten hetzelfde doen als de mensen die in de stad Berea woonden. We „onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren” (Handelingen 17:11). We ’vergewisten ons ervan wat de goede en welgevallige en volmaakte wil van God was’ en verzekerden ons ervan dat wat we gehoord hadden, waar was (Romeinen 12:2; 1 Thessalonicenzen 5:21).

Als je twijfelt aan het geloof dan moet je in actie komen, en God kan ook een ander op je pad sturen. Neem het voorbeeld van de verovering van Jericho. Toen Jozua het niet meer zeker wist of twijfelde dan kreeg hij de opdracht om 7 dagen om de stad heen te lopen. Toen Elia twijfelde moest hij naar een weduwe gaan en haar laatste eten opeten. Zij gehoorzaamde en ze overleefden samen de hongersnood.