waar staan de woorden van jezus in de gevangenis tijdens de laatste nacht?

in de gevangenis van kajafas.

Weet jij het antwoord?

/2500

Onder andere in mattheus 26 staan Jezus woorden voor de grote raad van kajafas. Een aantal minuten geleden stelde je deze vraag ook, en toen heb ik geantwoord met diverse andere tekstgedeeltes. Waarschijnlijk wordt deze vraag verwijderd, als de mods dit ontdekken, dus extra uitwijding lijkt me dan niet nodig.

In Mattheüs 26:64-68 . . .Jezus zei tot hem: „Gijzelf hebt [het] gezegd. Maar ik zeg ulieden: Van nu af zult GIJ de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht en [hem] zien komen op de wolken des hemels.” 65 Toen scheurde de hogepriester zijn bovenklederen en zei: „Hij heeft gelasterd! Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Ziet! Nu hebt GIJ de lastering gehoord. 66 Wat is UW mening?” Zij gaven ten antwoord: „Hij verdient de dood.” 67 Daarop spuwden zij hem in het gezicht en gaven hem vuistslagen. Anderen sloegen hem in het gezicht 68 en zeiden: „Profeteer ons, Christus: Wie is het die u geslagen heeft?”

Matthéüs 26:57-68; 26:3, 4; Markus 14:53-65; Lukas 22:54, 63-65; Johannes 18:13-24; 11:45-53; 10:31-39; 5:16-18. JEZUS wordt gevangengenomen en naar Annas geleid, de invloedrijke voormalige hogepriester Door dit oponthoud om Annas te bezoeken, heeft Annas' schoonzoon, de hogepriester Kajafas de tijd om het Sanhedrin, het uit 71 leden bestaande joodse hooggerechtshof, bijeen te roepen alsook valse getuigen te verzamelen. De overpriester Annas ondervraagt Jezus nu over zijn discipelen en over zijn onderwijs. Jezus geeft echter ten antwoord: „Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb altijd onderwijs gegeven in een synagoge en in de tempel, waar alle joden bijeenkomen; en ik heb niets in het geheim gesproken. Waarom ondervraagt gij mij? Ondervraag hen die hebben gehoord wat ik tot hen heb gesproken. Zie! Zij weten wat ik heb gezegd.” Hierop geeft een van de beambten die bij Jezus staat, hem een klap in het gezicht en zegt: „Is dat de manier waarop gij de overpriester antwoord geeft?” „Indien ik verkeerd heb gesproken,” antwoordt Jezus, „leg dan getuigenis over het verkeerde af; maar indien het goed was, waarom slaat gij mij?” Na deze woordenwisseling zendt Annas Jezus geboeid naar het huis van Kajafas. Daar verhoort het Sanhedrin Jezus. Weken voordien, nadat Jezus Lazarus had opgewekt, had het Sanhedrin al besloten dat hij moest sterven. En net twee dagen eerder, op woensdag, hadden de religieuze autoriteiten te zamen beraadslaagd om Jezus door een listig plan te grijpen en hem te doden. Vóór zijn verhoor was hij in feite al veroordeeld! Er worden nu pogingen gedaan om getuigen te vinden die een vals getuigenis zullen afleggen om een aanklacht tegen Jezus te kunnen opbouwen. Maar er kunnen geen getuigen worden gevonden die een eensluidend getuigenis afleggen. Kajafas weet hoe gevoelig de joden ervoor zijn als iemand beweert de Zoon van God te zijn. Arglistig dwingt Kajafas Jezus nu een bekentenis af: „Ik stel u onder ede bij de levende God, ons te zeggen of gij de Christus, de Zoon van God, zijt!” Ongeacht wat de joden denken, Jezus is werkelijk de Zoon van God. En te blijven zwijgen, zou uitgelegd kunnen worden als een loochening van het feit dat hij de Christus is. Daarom antwoordt Jezus moedig: „Ik ben het; en gijlieden zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht en hem zien komen met de wolken des hemels.” Hierop zegt het Sanhedrin dat Jezus de dood verdient.