Wat wilde Jezus de mensen duidelijk maken toen hij het had over. . . de achttien op wie de toren in Silo̱am viel. . .?

(Lukas 13:4) ...Of die achttien op wie de toren in Silo̱am viel, waardoor zij werden gedood; meent GIJ dat zij grotere schuldenaars bleken te zijn dan alle andere mensen die in Jeru̱zalem woonden? 

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Nergens in de Bijbel wordt verder over dit ongeluk gesproken, maar het zal wel een bekend voorval toentertijd zijn geweest, waar alom over gesproken werd. Wat Jezus wel wilde duidelijk maken dat het niets te maken heeft met zonde en straf die god hen op dat moment gaf. In Prediker 9:11 staat: "Ik wendde mij om te zien onder de zon dat niet de snellen de wedloop hebben, noch de sterken de strijd, noch ook de wijzen het voedsel hebben, noch ook de verstandigen de rijkdom hebben, noch zelfs zij die kennis bezitten de gunst hebben; want tijd en onvoorziene gebeurtenissen treffen hen allen." Dat is ook hun overkomen. Maar niet om zonden door hen gepleegd en straf daarover. Het betekent dat Gods oordeel niet altijd zo gegeven wordt, maar de Bijbel zegt wel dat God duidelijk aangeeft dat wanneer HIJ oordeelt, het een rechtvaardig oordeel is.

Dat God blijkbaar zonder aanziens des persoons dergelijke maatregelen treft. Niet omdat dat toevallig slechtere mensen waren.

Dat het verkeerd is om te denken dat mensen die iets ergs is overkomen zo zwaar gestraft moesten worden omdat zij ergere zonden zouden hebben bedreven dan anderen. Ieder mens is even zondig, jijzelf evengoed. Maar als je tot inkeer komt dan krijg je de mogelijkheid tot een nieuw leven.

Jezus heeft het hier over de zeer menselijke neiging om overal een schuldige te willen zoeken. Gebeurt er iets ernstigs doordat een beschonken automobilist je aanrijdt dan is het duidelijk, de automobilist is schuldig, gebeurt er een natuurramp, dan is het lastig, want eigenlijk heeft dan niemand de schuld. De in Lucas 13:1 genoemde Galileeërs werden gedood tijdens het offeren, in opdracht van Pilatus. Bekend was dat Pilatus van tijd tot tijd zijn macht moest veiligstellen door deze te doen gelden op een dusdanige wijze, wij zouden het nu wreed vinden, maar in het Romeinse rijk was dat geaccepteerd. Ook bekend is dat er onder de Galileeërs oproerkraaiers zaten die wellicht van tijd tot tijd probeerden tegen de Romeinen te vechten, je komt dan al gauw uit op de tegenwoordige discussie over vrijheidsstrijders versus terroristen. Het punt van de genoemde Galileeërs is echter dat de Galileeërs, hoe wreed het ook moge klinken vermoord zijn met een bepaalde reden, er zou dus ook sprake kunnen zijn geweest van schuld bij diezelfde Galileeërs. De toren van Siloam laat zich aanzien als een ongeval, een toren die instort, 18 doden te betreuren, hier valt de vergelijking te trekken met de natuurramp, er is misschien geen schuldige aan te wijzen en misschien hadden de 18 doden zelf ook geen schuld, toch worden ze als het ware 'gestraft' door hun dood. Jezus zegt vervolgens: 4 Of meent gij, dat die achttien, op wie de toren bij Siloam viel en die erdoor gedood werden, schuldiger waren dan alle andere mensen, die in Jeruzalem wonen? 5 Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen. Met andere woorden, alle schuldigen zullen worden gestraft, maar niet allen die lijken te zijn gestraft zijn schuldig. Ben je echter schuldig of zondig en volhardt je daar in dan kun ervan uitgaan dat je vroeg of laat gestraft zult worden.

dat wanneer iemand een ramp of ziekte treft dat niet is omdat hij/zij een extra grote zondaar is.

Een gelijk thema wordt in het Boek Job besproken. De vrienden van Job zijn er van overtuigd dat Job gezondigd heeft omdat hem zoveel slechts overkomt (bezittingen kwijt, status weg, kinderen dood, ziekte). Dat was toen (en voor velen nog steeds) de voertuiging: wie leeft volgens de regels van God, heeft het goed. Wie zondigt, heeft of krijgt het slecht. Het Boek Job maakt duidelijk dat God zo niet 'werkt'. Zijn schepping komt voort uit éénheid, niet uit dualiteit. Het is de mens die grote moeite heeft de dualiteit te overstijgen, om zonder oordeel te zijn, om iedereen als zijn naaste te zien. Daarnaast wil het menselijk bewustzijn ook verklaringen voor dingen die gebeuren. De oude religies waren dan ook gericht op natuuromstandigheden (Zonnegod, regengod. Saillant detail: Yahweh was van origine een vulkaangod, wat de 'poel van eeuwig brandend vuur' een logische associatie maakt). Hoe Job ook aan God om een verklaring voor zijn ongeluk vraagt, het gewenste antwoord komt niet. Niet in de aardse termen van goed en kwaad. Niet in de aardse termen van oorzaak en gevolg. Er volgt echter wel degelijk een antwoord, maar dat staat niet beschreven. Er wordt door Job alleen maar naar verwezen: Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd. Daarop trok Job zijn vraag in en alles wat hij god verweten had. Job heeft als één van de zeer weinigen ingezien 'hoe God werkt'. Nu terug naar Jezus. Er is blijkbaar een toren gevallen, zoals al eerder gezegd 'zonder aanzien des persoons'. Dan zegt Jezus: 'Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.' Dit is geen dualistisch dreigement. Geen stelling van 'de goeden blijven leven en de slechte zullen sterven'. Juist niet. Jezus haalt het voorbeeld erbij om juist aan te geven dat wie je ook bent, hoe je ook leeft, of je nu zondigt of niet, er kan zomaar een toren op je vallen, je kunt zomaar sterven. Althans, ogenschijnlijk sterven. Daar verwijst het 'evenzo' naar. Jezus bekommerde zich nooit om een lichamelijk sterven, maar juist om een geestelijk sterven (een zielsdood). Wie zich niet bekeert, wat bij Jezus betekent: het Koninkrijk der Hemelen herkènnen, zal op een aardse manier (evenzo) sterven. Maar wie het Koninkrijk der Hemelen wèl herkent, kan evengoed onder de toren bedolven worden, maar zal niet (geestelijk) sterven. Vergelijk het Thomas Evangelie: "Wie de betekenis van deze woorden vindt, zal de dood niet smaken." Amen