wanneer zijn hallucinaties niets meer dan waarnemingen die niet kloppen, en wanneer spreekt men over paranormale waarnemingen?
hoe bepaalt men deze grens, en waar ligt deze grens?
door mijn slaapstoornis wat ernstig slaapgebrek kan veroorzaken heb ik nu en dan last van hallucinaties, en het is steeds weer een (boeiende) verassing wat ik 'zie'.
sprak een tijdje terug iemand die vond dat op dat moment openstond voor de geestenwereld en boodschappen door kon krijgen.
ik vond van niet, want ik kan mijn hallucinaties toetsen aan werkelijke feiten en weet dat waarnemingen niet per definitie kloppen al zien ze er nog zo echt uit.
werd me er wel bewust van dat dit niet altijd het geval hoeft te zijn gezien de reactie van de betreffende persoon.
hoe doen andere mensen dit als het om waarnemingen gaat die niet te toetsen zijn aan werkelijke feiten?
hoe weten ze zeker dat het een paranormale waarneming betreft een dus uit kan sluiten dat het mogelijk om een visuele/gehoor/reuk/smaak-, en vooral gevoelshallucinatie gaat, en dat er ook geen sprake is van verbeelding, waan, illusie, foutieve waarneming, pareidolie, fantasie etc. etc.