Langs of naast

Wanneer gebruik je naast en wanneer langs. Wat is hier de regel voor? Bijvoorbeeld; ze zit langs /naast me. Of, me fietst staat naast/langs de school

Weet jij het antwoord?

/2500

als iets zich ergens bevind is het naast. bijvoorbeeld ik sta naast de kast. langs geeft een beweging aan. bijvoorbeeld ik loop langs school.

Je fietst ook naast iemand, als je samen fietst- dan haal je niet in, maar blijft evenveel afstand houden. Als je wel inhaalt ga je er langs/ fiets je langs iemand.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100