Hoeveel meter legt een electron per seconde af als ik een 60 watt gloeilamp op het stopcontact heb?
Bij wisselstroom gaan de electronen heen en weer omdat het potentiaalverschil steeds omdraait. Vandaar mijn vraag.
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.
Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.
Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
GoeieVraag is onderdeel van Startpagina. Startpagina geeft al meer dan 20 jaar een overzicht van handmatig geselecteerde links van relevante en betrouwbare Nederlandse websites.Startpagina is dé (op)startpagina om je zoektocht op internet te beginnen.Op zoek naar meer informatie over een specifiek onderwerp? Neem een kijkje op de themapagina's van Startpagina.
Op deze pagina vind je alle vragen in de categorie Natuur- & Scheikunde. Vragen over aardrijkskunde, astronomie, biologie, filosofie, psychologie, sociale wetenschap, techniek en wiskunde vind je in één van de gerelateerde subcategorieën.
Bij wisselstroom gaan de electronen heen en weer omdat het potentiaalverschil steeds omdraait. Vandaar mijn vraag.
Suiker alszijnde C12H22O11 blijkt 342 g te zijn.Koolstof (C) blijkt 12 g te zijn. Maar als ik dan lees (b)lijkt 12 gram koolstof dus 1 mol te zijn (als standaarddefinitie) maar 100 gram suiker is dan 0,29 mol te zijn. Hoe kan zoveel meer gram suiker zoveel minder mol zijn? Lees ik het verkeerd of is er iets anders aan de hand?
In het onderstaande antwoord blijkt al een gedeelte van het antwoord gegeven te zijn:
"Dus waar sterke zuren als zoutzuur, salpeterzuur, zwavelzuur en methaanzuur (mierenzuur) een groot deel van hun moleculen opsplitsen in H3O+ en zuurrest—splitsen, blijven zwakke zuren voor het overgrote deel in moleculaire toestand in oplossing".
Maar mijn vraag is dan waardoor zwakke zuren in moleculaire toestand blijven?
Neem dus HCl, ondanks hun sterke binding, daar blijkt die H toch beter te beklijven aan de H2O dan aan Cl. Hoe kan dat?
En waarom is dat bij HCN anders, ten minste het blijkt minder zuur te zijn. Moet je dan concluderen dat de H bij HCN sterker gebonden is? Zo ja, waardoor komt dat dan, gezien de juist driedubbele binding tussen C en N en de enkelvoudige binding met H?
http://www.goeievraag.nl/wetenschap/natuurkunde-scheikunde/vraag/384798/zuur-sterk-zwak
Er blijke vier soorten vacuum te zijn: Vacuüm wordt in vier klassen ingedeeld:
⦁ Laag- of grof vacuüm: 105 (atmosferische druk) tot 102 Pa
⦁ Midden- of fijn vacuüm: 102 tot 10-1 Pa
⦁ Hoogvacuüm: 10-1 tot 10-5 Pa
⦁ Ultrahoogvacuüm: minder dan 10-5 Pa
Daarnaast blijkt vacuum op verschillende 'sterktes' voor te komen:
⦁ mechanische vacuümpomp = ongeveer 1,35 Pa of 0,01 ⦁ mAtm
⦁ ruimte dicht bij de aarde = ongeveer 135 ⦁ µPa of 1 ⦁ nAtm
⦁ beste vacuüm in een ⦁ massaspectrometer = 13 µPa of 0,1 nAtm
⦁ druk op de ⦁ maan = ongeveer 1,3 µPa of 0,01 nAtm
⦁ beste vacuüm met een ⦁ turbopomp = ongeveer 130 nPa of 1pAtm
interstellaire ruimte = ongeveer 13 nPa of 0,1 ⦁ pAtm
⦁ Laagst haalbaar vacuüm met een titaan-sublimatiepomp = ongeveer 1 nPa, iets minder dan 10 ⦁ fAtm.
Maar welke wordt bedoeld voor de lichtsnelheid?
zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vacu%C3%BCm
Als verklaring wordt dan ongeveer verteld:
In de nevengroepelementen is het laatst bij gekomen elektron een d-elektron van een binnenste schil.
Veel mineralen bevatten nevengroepelementen en de elektronen ervan staan aldoor in contact met het licht en geven het element zijn kleur.
Maar waardoor staan de binneste d elektronen juist 'garant' voor een kleur?
GoeieVraag.nl is onderdeel van Kompas Publishing