Wat zijn de drie belangrijkste kenmerken van een sprookje?

Weet jij het antwoord?

/2500

De personages in een sprookje zijn altijd symbolen. Schoenlappers, molenaars, wezen, dommeriken staan symbool voor de gewone mens. Koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen vertegenwoordigen de mens zoals hij zou willen zijn: mooi en machtig. Feeën kunnen de gewone mens helpen zich te verheffen uit zijn uitzichtloze situatie, boze tovenaars zullen dat proberen te verhinderen. Sprookjes leren ons vaak dat elke mens, als hij maar geluk, wijsheid of goedheid heeft, kan slagen in het leven. Wanneer in een sprookje de helden een opdracht moeten volbrengen, gaan ze op reis. Dit staat symbool voor de verschillende stadia in het leven waarbij de mens telkens het oude achterlaat en een stap zet in de richting van het nieuwe, het onbekende. In sprookjes wordt vaak een wijsheid doorgegeven die van pas komt bij de overgangsriten. Bovenal geldt de levensles dat het goede wordt beloond en het kwade bestraft. In het sprookje geeft de mens uiting aan zijn verlangen naar een betere wereld

Bronnen:
http://home.deds.nl/~sprookjes/Kenmerkensp...

Sprookjes herken je aan de volgende elementen : -ze zijn anoniem, van onbekende oorsprong, of meestal niet toe te schrijven aan een enkele auteur (de enige echte sprookjesschrijver was Andersen, de andere betreffen allemaal verzamelingen volksverhalen die zijn opgeschreven, zoals Grimm en Moeder de Gans). -de stereotiepe personages, een bepaalde voorspelbaarheid van wat er gaat gebeuren, en karakteristieke en terugkerende formuleringen (zoals er was eens en ze leefden nog lang en gelukkig) -zij belichamen de sociale wijsheid van hun gemeenschappen en bevatten een impliciete moraal of didactiek.

Bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sprookje

In een sprookje is er altijd een kenmerkend thema....de strijd tussen goed en kwaad en het goede zal altijd winnen van het kwade! In een sprookje is aan de fantasie geen grenzen gezet, alles kan....dieren kunnen praten, paddenstoelen worden huisje voor niet bestaande kabouters, heksen toveren erop los, bomen kunnen wandelen en noem maar op. Een sprookje is ook niet moraliserend...het goede wint altijd en dat maakt het verschil met een fabel, waarin dieren ook kunnen spreken, maar het goede niet altijd overwint.

Sprookjes zijn onbepaald in tijd en plaats: "er was eens in een ver land..". Sprookjes hebben anonieme protagonisten, zoals "de prins", "de koning" en "Hans". Sprookjes worden geacht niet waar gebeurd te zijn. (Verder nog: vaak komen er vaste motieven voor in sprookjes, zoals "alles komt in drieën" (drie feeën, drie opdrachten, etc.); sprookjes hebben vaak een happy ending en staan als verhaal op zichzelf) Bron: mythologiecolleges op school

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100