Wordt er in de Nederlandse spelling/grammatica nog steeds gebruik gemaakt van het feit dat een woord mannelijk of vrouwelijk is?

En waarvoor wordt het dan gebruikt?

Toevoeging: en hoe weet ik of een woord mannelijk of vrouwelijk is?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Dat kun je zien aan het lidwoord, alle woorden met het zijn onzijdig, behalve als het een diminutief (verkleinwoord) is. Alle woorden met de (behalve meervoud) zijn van het gemeenschappelijke geslacht (mannelijk en vrouwelijk). Verder geldt dat ieder beroep eindigend op -ER mannelijk is en werkplaatsen eindigend op -ERIJ allemaal vrouwelijk zijn. Verder zijn alle zelfstandig naamwoorden eindigend op -IG -LIJK -HEID vrouwelijk. Alle meervouden worden tot de vrouwelijke groep gezien, omdat zij met naamvallen dezelfde vervoeging hebben. Mannelijke woorden gaan als onderwerp in een naamval altijd met DE. In de bezittelijke vorm wordt dat DES, als meewerkend voorwerp DEN en als lijdend voorwerp weer DE (De, des, den, de) Terwijl bij het vrouwelijk geslacht het zo gaat (De, der, der, de) en bij het onzijdige zo; (het, des, den, het). Wanneer je dus kijkt naar het oudere Nederlands, (toen Nederlands nog duidelijker naamvallen had) kun jee gemakkelijk aan het lidwoord zien bij welk lidwoord iets hoort. Waarom is het dus "de Encyclopedie DER levende dieren"? i.p.v. "de Encyclopedie DES levende dieren". Omdat het meervoud (dieren) zich vrouwelijk vervoegt. Dat terwijl het woord DIER onzijdig is. (HET dier). Waarvoor het gebruikt wordt? Als je wilt zeggen "HET dier en ZIJN leefomgeving". Of de "DE vrouw en HAAR huis". Dan nog een leuke vraag; Is het bij HET meisje ZIJN/HAAR spullen. Het mag beiden, omdat het een verkleinwoord is en dus zou het gewone geslacht van het stamwoord (MEID) overheersen en dus het vrouwelijk geslacht aanduiden. Terwijl je ook kunt zeggen; HET meisje wordt meer gebruikt dan meid, HET meisje is dus als het ware zijn eigen stamwoord gaan vormen. Dan zou meisje dus onzijdig zijn en ZIJN als bezittelijk voornaamwoord aan de orde zijn. Tegenwoordig worden geslachten heel slordig gebruikt, kijk maar een naar de zin; WIENS jas is dit? Terwijl misschien uit de context blijkt dat de jas een zonder meer van een vrouw is. WIENS hoort dan WIER te zijn. Of naar de uitspraak "dit keer", wat in de oren van bjna elke nederlander een normale uitspraak is, maar laten we eens dieper kijken. DIT is een aanwijzend voornaamwoord dat is afgesplitst van HET. Is het HET keer? Nee, het is DE keer, het hoort dus DEZE keer te zijn. De geslachten in het Nederlands worden dus wel degelijk veel gebruikt, maar veel nederlanders gebruiken ze fout, net als de nederlandse naamvallen. Omdat veel mense gewoon niet meer weten waarvoor ze dienen.

Ja, bij verwijzingen, als: de zon laat *haar* stralen schijnen

In jou zin staan al genoeg woorden die het geslacht verraden: DE spelling en het feit en een woord... Alle geslachten heb je gebruikt, mannelijk, vrouwelijk en onzijdig...

ahum, het antwoord hierboven kopt dus niet.. Het lidwoord 'de' gebruik je voor mannelijke en vrouwelijke woorden, 'het' is voor onzijdig, en 'een' kan gebruikt worden voor alledrie. Het lidwoord zegt dus lang niet alles over het geslacht van een woord. Onzijdige woorden zijn vrij makkelijk te onderscheiden van mannelijke en vrouwelijke door het lidwoord het ipv de. Maar de verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke woorden zijn alleen te zien in de ssituatie die Edo aanreikt.

In veel talen kun je het zien aan de lidwoorden. In het Engels helemaal niet meer (the en a worden voor alle geslachten gebruikt) en in het Nederlands nog een beetje. DE wordt voor zowel mannelijk als vrouwelijk gebruikt. Wij maken enkel nog verschillen tussen mannelijk en vrouwelijk enerzijds en onzijdig anderzijds. Bv: De man De vrouw Het kind Daarbij worden alle woorden die verkleind worden (uitgang -tje of -je) als onzijdig aangeduid. Bv: Het mannetje Het vrouwtje Een heel vreemde is natuurlijk Het meisje. Het is duidelijk dat een meisje vrouwelijk is, maar door dat er -je in zit wordt het toch als onzijdig aangeduid.

Ja, daar wordt nog wel gebruik van gemaakt. Alleen niet meer echt vaak. Als ik er zo over nadenk, heb je het alleen nodig in situaties als "kijk eens hoe de boom zijn takken over het woud uitstrekt". En dat is eigenlijk al meer schrijftaal dan spreektaal. Maargoed, het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke woorden in de Nederlandse taal is danig aan het vervagen. Regel is in elk geval dat een woord met lidwoord 'het' onzijdig is. Woorden met 'de' zijn mannelijk dan wel vrouwelijk. Alhoewel er tegenwoordig ook woorden zijn die niet eens meer een geslacht hebben, in het woordenboek staat er dan bijvoorbeeld 'm/v' achter. Grappig is wel dat deze tweeslachtige woorden in Noord-Nederland meestal als mannelijk worden opgevat, terwijl inwoners van Zuid-Nederland en Vlaanderen ze juist als vrouwelijk zien.

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/woordgeslacht.php

Je gebruikt het bij verwijzingen, en die heb je vaker dan je denkt. Ik zie een ontwikkeling waarbij mensen steeds meer alle woorden beschouwen als mannelijk, behalve als het gaat om wat ik heel breed zal omschrijven als 'instanties'. Heel raar, hoe officiëler, hoe meer geneigd mensen zijn om het woord te behandelen als vrouwelijk. Wat ik als tekstcorrector inmiddels wel duizenden keren heb moeten corrigeren: 'De raad gebruikt haar invloed.' 'Het college gebruikt haar invloed.' Beide zijn fout. 'Raad' is niet vrouwelijk, maar mannelijk. En 'college' is (zoals al te zien aan het lidwoord) ook niet vrouwelijk, het is onzijdig. In beide gevallen is het juiste bezittelijk voornaamwoord 'zijn'.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100