Wat is het verschil tussen een verkeerd aansluitende beknopte bijzin (vabb) en een foutieve samentrekking?

Voor de toets morgen moet ik (onder andere) deze vormen uit elkaar weten te houden. Voorbeelden van een vabb zijn: 'Na uren in de file gestaan te hebben, vertrok de boot voor de overtocht eerder dan gepland.' of 'Schuilend onder de appelboom vielen de appels op onze hoofden.' Voorbeeld van een foutieve samentrekking is: 'De politie stelde het op scherp staande object veilig en zal later tot ontploffing worden gebracht.'
Kan iemand mij uitleggen wat het verschil nou precies is? :o alvast bedankt.

Toegevoegd na 2 minuten:
*edit: Volgensmij is dit niet de juiste categorie voor mijn vraag, maar ik kon geen betere vinden.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een beknopte bijzin heeft geen onderwerp en geen persoonsvorm. In plaats daarvan heeft een beknopte bijzin ; 'een voltooid - of onvoltooid deelwoord' of een heel werkwoord met 'te' ervoor. voorbeeldje; 'Zittend op het terras, zagen we de mensen voorbijlopen'. 'Eindelijk aangekomen, plofte hij uitgeput in een stoel neer'. 'Wachtend op de bus, kuste zij elkaar'. Dit zijn goede beknopte bijzinnen omdat het verzwegen onderwerp van de beknopte bijzin hetzelfde onderwerp is als de hoofdzin. Wij zitten op het terras en wij zien de mensen voorbijlopen..... Hij kwam eindelijk aan en hij plofte uitgeput in de stoel neer. Zij wachten op de bus en zij kusten elkaar. Een beknopte bijzin is fout als het verzwegen onderwerp van de beknopte bijzin niet gelijk is aan het onderwerp van de hoofdzin. 'Zittend op het terras, trokken de mensen voorbij'. ' Eindelijk aangekomen, werd hem een warm welkom geheten'. 'Na koffie gedronken te hebben, reed de bus verder'....hier staat dus letterlijk dat de bus koffie heeft gedronken en dat is dus fout. In een samentrekking trek je een woord samen in plaats het dubbel op te schrijven in een zin. Soms komen in zinnen een werkwoord of zinsdeel meerdere keren voor en soms mag je die samentrekken. 'Jan at een boterham en Marietje at een banaan'. Hierin kan je samentrekken tot 'Jan at een boterham en Marietje een banaan, hierin trek je het werkwoord samen. Of; 'Jan at yoghurt en Marietje dronk yoghurt'...'Jan at en Marietje dronk yoghurt'. Hierin wordt samengetrokken in 'yoghurt'. Je mag in werkwoorden samentrekken als ze ; -dezelfde betekenis hebben, -hetzelfde getal hebben, - tot dezelfde soort behoren, -in dezelfde tijd staan. Als aan deze voorwaarden niet wordt voldaan, is het een foutieve samentrekking. voorbeeldje; 'Hij heeft een goede baan, maar er ook hard voor gewerkt'. Er is samengetrokken in 'heeft'...in de eerste zin is 'heeft' een zelfstandig werkwoord, maar in de tweede zin heeft het de functie als hulpwerkwoord (heeft gewerkt) Dit is dus fout omdat 'heeft' niet tot dezelfde soort behoort. 'Hij heeft een goede baan, maar (hij) heeft er ook hard voor gewerkt'. 'Zij blies de ballon op en de kaars uit' mag bijv. ook niet, omdat het in de ene zin om opblazen gaat en in het tweede deel om uitblazen. Toon Hermans deed het ooit expres vanwege de humor...Sinterklaas had een mijter op en 8 neuten.....is dus hartstikke fout als samentrekking ;-) Ik hoop dat het zo een beetje duidelijker is.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100