wat is de functie van de extra t achter worden die met een t klank eindigen?

wat is de functie van de extra t achter worden die met een t klank eindigen?

Toegevoegd na 3 uur:
waarom gebruiken mensen achter het werkwoord lopen een t als het gaan over de -hij- vorm? Waarom is het niet ik loop, hij loop, zij lopen? Waarom schrijven we dan ook nog eens een extra t bij het woord -word- ?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In veel talen, zoals ooit het Latijn en de meeste daaruit voortgekomen Romaanse talen wordt het persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij) gewoonweg niet genoemd. Men zegt en schrijft dan niet (bijvoorbeeld in het Spaans): "Yo hablo Inglés" (Ik spreek Engels) maar: "Hablo Inglés" of "Tú hablas inglés" (Jij spreekt Engels) maar: "Hablas Inglés". Zo heeft verder ieder persoonlijk voornaamwoord zijn eigen vervoeging: Habla (hij spreekt), Hablamos (wij spreken), Habláis (jullie spreken), Hablan (zij spreken). Door die verschillende uitgangen is ook zonder ik, jij of hij duidelijk wie er bedoeld wordt. In Germaanse talen daarentegen wordt wel altijd het persoonlijk voornaamwoord genoemd, maar wordt over de vervoeging weer minder moeilijk gedaan. Neem bijvoorbeeld het engelse "werken": I work, you work, he works, we work, you work, they work. Lekker simpel. Omdat grote talen grote invloed hebben op kleinere buur-talen kom je ook allerlei tussenvormen tegen op dit gebied. Het Frans, hoewel een Romaanse taal, ontwikkelde onder Germaanse invloeden het gebruik van de persoonlijke voornaamwoorden, gecombineerd met Latijns aandoende vervoegingen (hoewel al een stuk eenvoudiger dan het Latijn zelf!). Zo ook het Nederlands met zijn Germaanse oorsprong en Latijnse (Kerk?) en Franse invloeden. Zo vermelden we altijd het persoonlijk voornaamwoord én doen we aan vervoeging van het werkwoord. De aldus ontstane grammatica vereist tegenwoordig o.a. dat een werkwoord voor de 3e persoon enkelvoud (hij) in de tegenwoordige tijd wordt vervoegd als: "Stam + t". Ook als de stam eindigt op een "t"-klank, maar geen echte "t" is (worden, ik word, hij wordt). Maar alleen niet als de stam eindigt op een echte "t" (schieten, ik schiet, hij schiet). Maar let op: taal is een levend fenomeen en wordt steeds door-ontwikkeld. Misschien zeggen wij over 100 jaar ook wel "ik werk, jij werk, hij werk". (En soms schrijven we nu ook al: "Ben even boodschappen doen, ben zo terug" :-)

Dat is gewoon een grammaticale regel. Bij werkwoorden die niet eindigen op een t komt er t achter. Dus waarom niet bij werkwoorden die eindigen op een t. Dat zou niet consequent zijn en heel verwarrend

Ik neem aan dat je werkwoorden bedoelt waarvan de stam eindigt op een 't'. Dit zijn vaak leenwoorden uit het Engels zoals bijvoorbeeld 'updaten' of 'skate' met als stammen respectievelijk 'upgrade' en 'skate', omdat de stam wordt geschreven zoals het ook in het Engels geschreven zou worden. Deze stammen worden echter vervoegd alsof het een 'inheems werkwoord' betreft. Hiermee worden woorden van Nederlandse origine bedoeld. Zij worden dus hetzelfde vervoegd als bijvoorbeeld 'beheksen'. Het is 'ik beheks - hij behekst - ik behekste- wij hebben behekst' dus ook 'ik update - hij updatet - ik updatete - wij hebben geupdatet'

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/e...

Er komt NOOIT een extra 't' achter een werkwoord dat op een 't' eindigt! 'wachten'= hij wacht,' zetten'- hij zet, 'dichten'= hij dicht en ga zo maar door. Welk werkwoord je ook neemt waarvan de stam een 't' is, er komt géén extra - t - achter de stam, in de tegenwoordige tijd. Alleen in de verleden tijd is dat wel het geval; hij zette, hij wachtte, zij dichtte enz. Dit zijn gewoon de regels die voor onze taal gelden 'de grammatica'. Vooral om de taal leesbaar te maken zijn dit soort regels in het leven geroepen. Stel je voor, er staat ' hij zete zijn koffer neer', je leest dan; 'hij zeete zijn koffer neer en dat klinkt niet alleen niet lekker, je weet in eerste instantie niet wat er bedoeld wordt. Staat er 'zette', dan is het duidelijk dat het a) verleden tijd is en b) dat het over het werkwoord 'zetten' gaat. Toegevoegd na 28 minuten: Waarom er niet gewoon de stam gebruikt wordt in elke naamval ? Ik zou zeggen; wees blij dat het in onze taal al iets veranderd is. Wij hadden vroeger, net als Duitsland nog steeds heeft, 4 naamvallen met daarbij behorende ww-uitgangen en voorzetsels. Je moet in het Duits nog steeds afgaan op het geslacht van de woorden. Bij ons maakt het niet uit of het mannelijk of vrouwelijk is of onzijdig. bijv; een paard draaft, een merrie draaft, een hengst draaft, een veulen draaft. In feite draaf alleen ik en wanneer je of jij erachter staat. Verder is het altijd met 't'. Missschien wordt het ooit wel als het Afrikaans. Hier is de taal al verder afgebrokkeld en kent men het probleem niet meer. ek sien, jy sien, ons sien enz. Toch kan het dan ook lastig worden om te begrijpen in andere context v.d. zin. 'De vrou wat hulle sien' bijv. kan dan dubbelzinnig gezien worden, want betekent het dan; " de vrouw die hen ziet' of ' de vrouw die ze zien'? Grammatica is er in feite om zulke zinnen duidelijk neer te zetten zodat ze niet dubbelzinngig gezien kunnen worden en dat risico ligt op de loer als er geen regels voor zijn.

Misschien bedoel je: waarom is het bijvoorbeeld: 'het vuur brandt' - je hoort die slot-t immers niet? De reden is dat het toevoegen van een t nu eenmaal hoort volgens het Nederlandse werkwoordsysteem: het is 'het vuur loeit' met een t na de stam 'loei', en dus ook 'het vuur brandt' met een t na de stam 'brand'. Het systeem voor het wel of niet toevoegen van de t wordt dus op álle werkwoorden toegepast, ongeacht of de stam op een d (in de uitspraak een t) eindigt. En waarom is het niet 'hij eett een boterham'? Omdat in het Nederlands geen twee dezelfde medeklinkers aan het einde van een woord mogen staan (leenwoorden als 'jazz' niet meegerekend). Dan vervalt de vervoegings-t dus wél.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100