"Dingen die u besteedt", is dat nou met of zonder t? En waarom?

Volgens http://nl.wikipedia.org/wiki/Dt-fout moet het MET een t, maar er zijn hier ook mensen die blijven volhouden dat het zonder t moet...

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het is 'dingen die u besteedt'. Alleen de stam (dus zonder 't') wordt gebruikt bij het woordje ' ik' en wanneer 'je of jij ACHTER het werkwoord staan; Ik heb, heb jij (kan je veranderen in je) Kan je het woordje 'je' niet veranderen in 'jij', komt er ook een 't' bij; 'heeft je moeder'. U is van oorsprong 3e persoon enkelvoud, men zei toen 'gij' in plaats van 'u'. Het was toen bijv. -gij zijt- nu is het -u bent-. In de 3e pers. (hij, zij, het)was het altijd ; u is, u heeft, u kan, u zal, u wil enz. Tegenwoordig vatten we 'u' op als 2e persoon enkelvoud, omdat het de beleefdheidsvorm is voor jij. Daarom; u hebt, u bent, u kunt, u zult, u wilt, u loopt enz. Het is dus eigenlijk ook 'u hebt' als voorkeur,maar in dit geval is 'u heeft' ook altijd nog toegestaan.

naar mijn mening is het: ik besteed.... hij besteedt.... <----- U besteedt is het dus wij besteden....

Klassieke tip is: vervang het werkwoord door maken of lopen. Dingen die u maakt, dingen die u loopt. Mét een t dus!

In een zin als: "Dingen die u besteedt, kunt u niet opnieuw besteden." moet de laatste letter van "besteedt" een "t" zijn. De persoonsvorm van de tweede persoon enkelvoud (jij, je, u) in de tegenwoordige tijd (de actie gebeurt "nu") eindigt altijd op een "t". Als er nu "heeft" achter staat, dan moet de laatste letter van "besteed" een "d" zijn: "Dingen die u besteed heeft, kunt u niet opnieuw besteden.". In die laatste zin is "besteed" een voltooid deelwoord. Er staat "heeft" bij en "besteed" maakt de actie van de zin als het ware af. Een voltooid deelwoord eindigt vrijwel altijd met "d", behalve wanneer de stam van een werkwoord eindigt op een van de medeklinkers van het woord "kofschip" of "fokschaap". De stam van een werkwoord is het hele werkwoord -"en". Toegevoegd na 7 minuten: De stam van het hele werkwoord "besteden" is "bested". We spreken dit echter uit als "besteed" en schrijven het daarna ook zo. Deze stam eindigt niet op een van de medeklinkers van het woord ""kofschip" of "fokschaap", dus eindigt het op een "d". Die "d" stond er overigens al! N.B.: Geen enkel voltooid deelwoord eindigt op "dt". Toegevoegd na 15 minuten: De zin: "Deze stam eindigt niet op een van de medeklinkers van het woord ""kofschip" of "fokschaap", dus eindigt het op een "d"." moet zijn: "Deze stam eindigt niet op een van de medeklinkers van het woord "kofschip" of "fokschaap", dus eindigt het voltooid deelwoord op een "d".

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/%27t_Kofschip

Eerst zoek je de stam: Ik besteed (d omdat besteDen ook met een d is) Dan probeer je het met een uit met smurfen: U smurft (smurf(stam)+t) dus moet er bij de stam van besteden ook een t --> U besteedt Hopelijk heb je hier iets aan

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100