Wanneer gebruik je THAT in een zin?

Who gebruik je voor personen, which voor dieren of dingen en whom en which na een voorzetzel. Maar wanneer gebruik je eigenlijk that?

Weet jij het antwoord?

/2500

That is niet een woord zoals 'who' maar als This Those These (That). Je gebruikt That bij ver weg enkelvoud (that dog = die hond (in de verte)). This gebruik je dan bij dichtbij enkelvoud (this dog = deze hond). These is dichtbij meervoud en those ver weg meervoud (those dogs = die honden). Ik hoop dat dit helpt ;-) anders vraag je me maar

een paar voorbeelden in gebruik: how about that ? who is that ? why is that ? is that so ? how is it possible that you didn't see me ? why is that a problem ? Toegevoegd na 13 uur: that cannot be my mistake! this is now and here and that is then and there! the appointment should have been on that day! aren´t you happy with that present ?

"that" gebruik je ipv "which" in het geval van een beperkende bijzin . Stel dat je twee huizen bezit, 1 met een blauwe deur en 1 met een rode, en je verkoopt die met de rode deur dan zeg je "The house that has a red door was sold". Nu heb je 1 huis over waarover je kunt zeggen "My house which has a blue door is very nice".

Bronnen:
http://www.writersdigest.com/online-editor...

That'll do... :)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100