Wat is het verschil tussen deze, die, dat en dit?

Hallo allemaal, misschien een beetje stomme vraag maar ik wil toch al duidelijk maken voor mezelf.
Ik woon in brabant en ik ben een buitenlander. Daarom gebruik ik altijd 'deze'. Maar laatste tijden vond ik het een beetje vervelend. Want als je een taal goed wilt praten dan moet je ook je fouten verbeteren. Daarom wilde ik hier even kwijt.
Alvast bedankt!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Deze en dit gebruik je om dingen aan te wijzen, of te benoemen die dichtbij zijn. dit gebruik je (meestal ) voor "het-woorden dit huis, dit boek. deze voor de "de"woorden deze schoen, deze tafel. die en dat gebruik je voor dingen die wat verder weg zijn. die man(die daar loopt) is met deze vrouw (hier op de stoel) getrouwd. dat boek (op de tafel aan het eind van de gang, is mooier dan dit boek hier op tafel. Lastig he, succes ermee. Hoop dat dit een beetje duidelijk is

Deze/dit: ‘Deze’ en ‘dit’ verwijzen naar zaken die dichtbij gebeuren/zijn. ‘Deze’ wordt bij ‘de-woorden’ gebruikt, ‘dit’ bij ‘het-woorden’. Enkele voorbeelden: Je hebt een fiets in je hand en zegt tegen een vriend: "Deze fiets is van mij." Je gebruikt hier ‘deze’, omdat het ‘de fiets’ is, een ‘de-woord’ dus. Je gaat een huis binnen en zegt tegen een vriend: "Dit huis is van mij." Je gebruikt hier ‘dit’, omdat het ‘het huis’ is, een ‘het-woord’ dus. Die/dat: ‘Die’ en ‘dat’ verwijzen naar zaken die verderop gebeuren/zijn. ‘Die’ wordt bij ‘de-woorden’ gebruikt, ‘dat’ bij ‘het-woorden’. Enkele voorbeelden: Er staat verderop in de straat een fiets. Je wijst naar de fiets en zegt tegen een vriend: "Die fiets is van mij." Je gebruikt hier ‘die’, omdat het ‘de fiets’ is, een ‘de-woord’ dus. Je wijst naar een gebouw in de verte en zegt tegen een vriend: "Dat huis is van mij." Je gebruikt hier ‘dat’, omdat het ‘het huis’ is, een ‘het-woord’ dus.

•de jongen - deze / die jongen •de avond - deze / die avond •het meisje - dit / dat meisje •het huis - dit / dat huis Bij een het-woord gebruik je altijd dat of dit. Bij een de-woord gebruik je altijd die of deze. Deze en dit voor dichtbij Die en dat voor verder weg Hier kun je zelf oefenen: http://www.cambiumned.nl/hpaanwvnw.htm

de-woorden enkelvoud deze (voor dichtbij) die (voor veraf of niet-aanwezig) gene, gindse (voor veraf, verouderd) zo'n, zo een (volledige vorm van zo'n), zulk een het-woorden enkelvoud dit (voor dichtbij) dat (voor veraf of niet-aanwezig) ginds (voor veraf, verouderd) zo'n, zo een (volledige vorm van zo'n), zulk een zulks (archaïsch, in formeel taalgebruik nog gebezigd om herhaling van dat te voorkomen) Het verbaast me dat zulks kan gebeuren. meervoud deze (voor dichtbij) die (voor veraf of niet-aanwezig) gene, gindse (voor veraf, verouderd) zulke

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Aanwijzend_vo...

Als buitenlander zijn dit soort woorden verdomd lastig. Vooral als je in het Engels denkt. These and this. Meervoud en enkelvoud. Maar deze en dit gebruiken wij vaak weer heel anders. Deze gebruiken wij vaak voor dingen die dichtbij zijn, maar kan ook een ruimer begrip hebben, zoals deze methode. Dan heeft het weer niks te maken met iets wat dichtbij is. Feitelijk is het best wel heel complex. Deze jongen, die jongen. Het is misschien handiger uit te leggen adhv een hoop voorbeelden. En misschien moet je niet in het Engels gaan denken, want dan kom je al gauw in de knoop. Al kun je bij die wel vaak denken aan that. Dat is eigenlijk een vreemde eend in dit geheel. Dat is zo. Dat is een soort onderwerp. Ik denk dat je bij deze vraag over het algemeen wel kunt beantwoorden maar niet volledig. Kijk maar eens naar deze zinnen. Deze fiets (maar ook die fiets) Die vraag (maar ook deze vraag) Dat antwoord (die antwoorden) Dit antwoord (deze antwoorden) Tja............allemaal voorbeelden die kunnen.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100