Wat is de geschiedenis van onze taal?

Hoe is onze taal eigenlijk ontstaan, en eigenlijk ook andere talen. Bijvoorbeeld Nederlands lijkt met sommige woorden best wel veel op Engels. Deur-Door, Help-Help, Street-Straat enzovoort. Komt dit omdat onze talen misschien van dezelfde taal afstammen o.i.d?

Het liefst geen religieuze antwoorden a.u.b zoals de toren van babel e.d.

Weet jij het antwoord?

/2500

Op historische bodem staan wij omstreeks het begin van onze jaartelling, toen deze landen bewoond werden door Gallische en Germaanse stammen. De Zuidelijke Nederlanden werden grotendeels bewoond door Galliërs. Toen Caesar deze onderworpen had, vond hij in de landen aan de Rijnmond woeste, barbaarse stammen. Uit latere berichten, van Tacitus en Plinius, kennen wij de namen van verschillende Germaanse stammen: de Chamaven, die aan de Ysel woonden (Hama-land bij Deventer), en de Tubanten, waarvan de woonplaats moeielijk te bepalen is: vermoedelijk hebben ze nog een half nomaden- leven geleid. Soms werden ze uit het Oosten opgedrongen door andere stammen; mogelijk losten ze zich daarin op, gingen te gronde, of wisselden van naam. Voor onze Oostelijke provincies mogen we wel uitlopers aannemen van die stammen van het vrije Germanië, waar de Romeinse pogingen tot verovering schipbreuk hebben geleden. Anders was het in Zuidelijker streken, waar de Romeinen invloed kregen. Betrouwbaar is het bericht dat de Bataven, eenmaal een stam der Chatten, die het Taunus-gebied bewoonden, als oude bondgenoten door de Romeinen verplaatst werden naar de insula Batavorum, om de uiterste grenzen van het Gallische gebied te beschermen tegen de barbaren aan de overzijde. De kern van dit eiland der Bataven moet de Betuwe geweest zijn, mogelijk ook een deel van het tegenwoordige Zuid-Holland. Hoe ver dit gebied zich langs en over de rivieren uitstrekte, is niet meer na te gaan. Volgens Tacitus waren de Cannine-faten, in het Westen van Holland, van dezelfde afkomst als de Bataven. Dat verschillende Germaanse stammen op oud-Keltisch gebied woonden, blijkt wel uit de oude plaats- en riviernamen. De naam van de Rijn is Keltisch; in de namen Nijmegen (Noviomagus), Loosduinen (-dunum), Alfen en Albiobola (de oude naam voor de Romeinse nederzetting te Utrecht) herkent men Keltische bestanddelen3. In de vanouds Keltische streken ten Zuiden van de Maas vindt men natuurlijk tal van eigennamen, persoons- en plaatsnamen, van Keltische oorsprong, bijv. Gent, Luik en de riviernamen de Leie en de Mandel.

Het Nederlands is een West-Germaanse taal en de moedertaal van de meeste inwoners van Nederland, België en Suriname, de drie lidstaten van de Nederlandse Taalunie, een internationale instelling die onder meer de regels voor de Nederlandse standaardtaal vastlegt. In de Europese Unie spreken ongeveer 23 miljoen mensen Nederlands als eerste taal, en een bijkomende 5 miljoen als tweede taal. Verder is het Nederlands ook een officiële taal van de Caribische eilanden Aruba, Curaçao en Sint-Maarten, terwijl er nog historische minderheden bestaan in Frankrijk, Duitsland en in mindere mate Indonesië, en nog ruim een half miljoen sprekers in de Verenigde Staten, Canada en Australië. De Kaap-Hollandse dialecten van Zuid-Afrika en Namibië werden gestandaardiseerd tot Afrikaans, een wederzijds verstaanbare dochtertaal van het Nederlands. Het Nederlands is nauw verwant aan het Engels en Duits, en wordt tussen beide geplaatst. Naast het feit dat het Nederlands de Hoogduitse klankverschuiving niet heeft ondergaan, verschilt het Nederlands – net als het Engels – verder ook van het Duits door de sterke afbouw van de naamvallen, de algemene zeldzaamheid van de Germaanse umlaut en een meer regelmatige morfologie. Het moderne Nederlands heeft in oorsprong drie grammaticale geslachten, waarvan er twee in de praktijk grotendeels samenvallen (de de-woorden). Bijgevolg speelt het grammaticale geslacht een kleinere grammaticale rol dan in het Duits. De Nederlandse woordvolgorde is onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp (SVO) in hoofdzinnen maar past, net als in het Duits, inversie toe in bijzinnen (SOV). Het Nederlands kent een hoofdzakelijk Germaanse woordenschat, in grotere mate dan het Engels, maar aangevuld door een grotere Romaanse component dan in het Duits.

Het Nederlands stamt af van het Oudnederfrankisch, een taal die in de vroege middeleeuwen al (bewijsbaar) werd gesproken in onder andere wat nu Nederland en België is )(en een deel van Noord-West Frankrijk), maar ook in het westen van Duitsland. In Duitsland heeft het Hoogduits echter de overhand genomen. Wel kun je aan het woordgebruik van Westduitsers nog zien dat hun woordgebruik dichter bij het Nederlands ligt dan het algemeen gesproken hoog-Duits. Het Oudnederfrankisch wordt ook wel Oudnederlands genoemd, omdat de specifieke kenmerken van deze taal in het Nederlands zijn overgenomen. De oudst gevonden tekst in het Oudnederlands is die van de runeninscriptie van Bergakker, die: " haþuþȳwas ann kusjam logūns" luidt en zoiets betekent als "(van) Haþuþȳw. Ik(hij?) gun(t) een vlam (zwaard) aan de uitverkorenen" Je zult meteen opmerken dat je zonder vertaling eigenlijk geen woord van deze taal kunt lezen. Ga je echter goed kijken, dan zie je in loguns al de voorvader van het Nederlandse werkwoord 'gunnen'. Het Nederlands is vervolgens verder door ontwikkelt. Twee belangrijke geschriften die je zeker eens bekeken moet hebben als je interesse in het Oudnederlands ligt: 1) De Lex Salica - dit is een oud wetboek uit de 6e eeuw, hierin komen Oudnederfrankische woorden voor, zoals bijvoorbeeld het zinnetje: "Maltho, thi afrio, lito", wat vertaalt wordt als: Maltho (eigennaam), ik laat je vrij, halfvrije" 2) De Wachtendonkse Psalmen. Dit is een verzameling van een aantal Psalmen uit de Bijbel, geschreven in het Oudnederlands omstreeks 950 (vermoed men). Als je dit gaat lezen en ontcijferen - ik heb dit gedaan - krijg je kippenvel: Je ziet dat de grondbeginselen van het moderne Nederlands hier al in voorkomen!! Hoe zit het dan met het verwantschap tussen het Nederlands en Engels? Ten eerste is er verwantschap tussen het Nederlands en alle omliggende Germaanse talen. Je zult dit verwantschap zeker ook vinden in het Noors / Zweeds / Deens. Zo is 'laat me denken...' in het Noors: "La meg tenke"; Meg spreek je overigens uit als 'mij' De specifieke verwantschap tussen het Engels en het Nederlands, komt door een aantal zaken: 1) Het Engels heeft een aantal dezelfde invloeden doorgemaakt als het Nederlands. Zo is het Engels, net als het Nederlands, beïnvloed door: Het Grieks, Latijn, Frans en Fries 2) Het Engels is zeker ook beïnvloed door het Oudnederlands. Ongeveer 25% van de woorden in het Engels komen direct uit het Oudnederlands

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100