Heeft 'bezeten' in de spirituele zin iets te maken met 'zitten op'?

'Bezeten' betekent letterlijk dat er iets of iemand op je zit. Mijn stoel wordt momenteel door mij bezeten. Heeft 'bezeten zijn' daar taalkundig iets mee te maken? Geloofden mensen bijvoorbeeld dat er een geest bovenop hen zat?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De woorden "incubus" en "nachtmerries" hebben betrekking op wezens die 's nachts op een persoon gaan zitten en die persoon dus bezitten. Vermoedelijk heeft het 'bezeten' zijn daar mee te maken. (Overigens lijkt dat niet aan de hand als het over 'goede' geesten gaat....) Toegevoegd na 9 minuten: de 'incubus' en de 'nachtmerrie' zouden dus de nachtmerries veroorzaken door op een slapend persoon te gaan zitten. Toegevoegd na 9 minuten: de 'incubus' en de 'nachtmerrie' zouden dus de nachtmerries veroorzaken door op een slapend persoon te gaan zitten.

Ik denk dat je aardig in de richting denkt: er zou iets 'in' je moeten zitten - iets heeft bezit van je genomen.

Ik denk eerder, in de spirituele zin in verband met geesten, dat het bezeten zijn betekent: zitten in. Net als dat je ook kunt zitten in iets: bijvoorbeeld zitten in een diepe sofa of zittin in kussens. Dus sommige mensen geloofden (en geloven volgens mij nog steeds), dat door een geest bezeten zijn hetzelfde is als dat er een geest in je zit.

Volgens mij speelt de taalkunde daarin óók! Onderstaande stoel/fauteuil is duidelijk bezeten.....

woorden hebben nou eenmaal meerdere betekenissen. bijv: haar. er zit haar op je hoofd. die fiets is van haar. of heet: ik heet sara pas op de oven is heet. zo is dat ook met het woord bezeten. het heeft gewoon meerdere betekenissen. in het geval van het woord bezeten. kan je het letterlijk nemen of figuurlijk. als je bezeten bent door een geest is dat figuurlijk als je zit op een stoel is die stoel bezeten. dat is letterlijk.

Als jij op een stoel gaat zitten, wordt de stoel door jou "bezeten". Eigenlijk betekent het daar 2 dingen: het zitten, maar ook het in bezit nemen. Als jij op die stoel zit, dan is 'ie "bezet", en kan niemand anders er op zitten. Bij bezeten zijn (door b.v. de duivel) gaat het precies andersom. De duivel neemt bezit van jou, of neemt je in bezit. In dat geval heeft het alleen maar met "in bezit nemen" te maken (een soort machtsovername) en niet meer met zitten, zoals je op een stoel zit. Die kwade geest zit dan niet op je, maar in je. Het heeft dus wel met "zitten in" te maken maar niet met "zitten op". Dat is een heel verschil. Als je niet van krenten houdt, en die krenten zitten IN een gerecht, dan is dat vervelender dan dat ze ergens OPzitten. Want in dat laatste geval kun je ze er misschien nog afkrijgen, en in het eerste geval krijg je ze er lastig uit :-)

Taalkundig heeft 'bezeten' wel iets te maken met 'zitten op', maar op een andere manier dan jij beschrijft. De term 'bezeten' is zelf namelijk niet gebaseerd op 'zitten op', maar op 'bezitten'. Volgens etymologische woordenboeken is 'bezeten' het verleden deelwoord van bezitten. Het meest waarschijnlijke is dus niet dat de mensen geloofden dat er een geest op iemand zat, maar dat een geest een persoon in zijn bezit had. Maar de term 'bezitten' is oorspronkelijk wél weer gebaseerd op 'zitten op', dus daarmee is 'bezeten' er indirect ook op gebaseerd. Bezeten: Volgens M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands: "Verl.deelw. van besitten, zie → bezitten, in de betekenis ‘iemand in zijn bezit, in zijn macht krijgen’ (vooral met de duivel als onderwerp)." Volgens P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek: "bezeten* [krankzinnig] {beseten 1265-1270} middelnederduits beseten, middelhoogduits besezzen [bezeten, door een kwaal aangetast, van de duivel bezeten], verl. deelw. van bezitten {901-1000}." Volgens J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek: "bezeten bnw., mnl. besēten, mnd. besēten, mhd. beseɀɀen is het dlw. van bezitten, en betekent dus eig. ‘door een boze geest, de duivel, in bezit genomen’." Volgens N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal: "bezeten bnw., mnl. besēten. Oorspr. “door een duivel bezeten”; deelw. van bezitten." Bezitten: Volgens M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands: "bezitten ww. ‘in eigendom hebben’ Onl. besete ‘jij bezat, had in eigendom’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. besitten ‘op iets zitten; in eigendom hebben’ [1240; Bern.]. Afleiding met → be- van het werkwoord → zitten. Oorspr. betekende het ‘op een bepaalde plaats (gaan) zitten’ en ook ‘een plaats belegeren of innemen’, zie ook → bezetten. Het kwam ook voor als rechtsterm: een weduwe mocht de boedel bezitten, ofwel ‘op de boedel zitten’ = ‘bewonen’, als zij nog jonge kinderen had. Uit dit soort betekenissen heeft zich die van ‘in eigendom hebben’ ontwikkeld, die al in het Oudnederlands voorkomt."

Bronnen:
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bezeten
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bezitten

Nee :-). Het verwijst naar een geest die "bezit van iemand heeft genomen", die dus de persoon bezit in de zin van "in eigendom hebben".

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100