ik snap echt niks van Latijn: hoe pas je het bijvoeglijknaamwoord aan het zelfstandignaamwoord aan?

help me plzz.. ik snap er niks van

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Je moet het gewoon in dezelfde naamval, hetzelfde geslacht (mannelijk, vrouwelijk, onzijdig) en hetzelfde getal (enkelvoud of meervoud). Bij woorden waarvan de nominativus eindigt op -a (vrouwelijk) , -um (onzijdig) of -us (mannelijk) zijn de uitgangen van het zelfstandig- en bijvoeglijk naamwoord gewoon hetzelfde. Bijvoorbeeld: Pas laetus aan aan amica. Dat wordt dus amica laeta, want laetus krijgt gewoon dezelfde uitgang als amica. Als je echter een woord zoals homo (mens, man) hebt, een woord dat dus niet eindigt op -a, -us of -um, moet je kijken naar het geslacht van het woord (in dit geval mannelijk) en dan vergelijken met de uitgangen van het rijtje van -us. Als je bijvoorbeeld laetus moet aanpassen aan homines (nominativus meervoud), wordt het niet homines laetes maar homines laeti, want beide uitgangen zijn mannelijk nominativus meervoud. Ik hoop dat je het nu wat beter begrijpt. Veel succes! Toegevoegd na 1 minuut: Achter '(enkelvoud of meervoud)' hoort 'zetten' ;) Toegevoegd na 2 dagen: Als een woord dat niet eindigt op -a, -us of -um vrouwelijk of onzijdig is, moet je bij het aanpassen van het bijvoeglijk naamwoord aan het zelfstandig naamwoord uiteraard niet kijken naar het rijtje van -us, maar, als het woord vrouwelijk is, naar het rijtje van -a en als het woord onzijdig is naar het rijtje van -um.

Zelfstandige naamworden staan in het Latijn altijd in een naamval, een aantal en een geslacht. Deze drie kenmerken zijn belangrijk. Bijvoorbeeld het woord 'rosam' staat in de accusativus, is enkelvoud en is vrouwelijk. Het woord 'dominorum' staat in de genitivus meervoud en is mannelijk. Zo kun je elk zelfstandig naamwoord benoemen. Bijvoeglijke naamwoorden staan ook in een naamval, een aantal en een geslacht. De bijvoeglijke naamworden horen altijd bij een bepaald zelfstandig naamwoord en past zich ook daaraan aan, bijvoorbeeld: 'een mooi schap' en 'de mooie schapen'. Hier hoort 'mooi' dus bij 'schaap' en past zich ook daaraan aan. In het Latijn gebeurt precies hetzelfde. Het bijvoeglijk naamwoord staat namelijk in dezelfde naamval, aantal en geslacht als het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort. Het bijvoeglijk naamwoord 'bonus' betekent 'goed'. Als je dan 'een goede roos' wil vertalen, wordt dat: 'rosa bona'. 'Rosa' staat hier in de nominativus enkelvoud en is vrouwelijk. 'Bona' staat ook in de nominativus enkelvoud en is vrouwlijk. Wil je 'de goede meesters' zeggen, dan wordt dat: 'domini boni'. 'Domini staat hier in de nominativus meervoud en is mannelijk. 'Boni' staat ook in de nominativus meervoud en is mannelijk. Je ziet dus dat het bijvoeglijk naamwoord zich steeds aanpast aan het zelfstandig naamwoord. Om een lang verhaal kort te maken: onthoud altijd goed dat een bijvoeglijk naamwoord in dezelfde naamval, hetzelfde getal en hetzelfde geslacht staat als het bijbehorende zelfstandig naamwoord! Dit heet ook wel congrueren. Als je iets niet snapt, vraag maar raak.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100