Wanneer is een pleonasme geaccepteerd/goed, en wanneer niet?

''Bij een pleonasme wordt een betekenis die het hoofdwoord al in zich heeft versterkt door een overbodig bijvoeglijk naamwoord. Vaak leidt een pleonasme tot foutief Nederlands:
In Oostenrijk genoten zij van de stilte tijdens hun wandeling door de witte sneeuw (= goed).
Het paard van Sinterklaas is een witte schimmel (=fout).''
Bron: http://www.collegenet.nl/content/letterkunde/stijlfiguren/index.html

Weet jij het antwoord?

/2500

het gaat om de context, als je zegt: daar ligt witte sneeuw, dan is het waarschijnlijk wel fout. Maar in jou voorbeeld benadrukt het de strekking van de zin. Dus wanneer je zou zeggen: wat is de schimmel van sinterklaas toch mooi wit, is het waarschijnlijk wel weer goed.

Witte sneeuw is ook een pleonasme, sneeuw hoort wit te zijn. Maar sneeuw waarop zand of pekel is gestrooid is niet wit meer, in jouw voorbeeld wordt benadrukt dat er geen dingen op de sneeuw liggen die er niet horen. Een schimmel is, zelfs al is hij niet gewassen toch een schimmel, en dat wordt dan niet extra benadrukt, hooguit : de vuile, of ongewassen of bemodderde schimmel

Ik ben het niet eens met jouw definitie, daar waar je het hebt over een "overbodig" bijvoeglijk naamwoord. Wikipedia geeft deze voor pleonasme: Een pleonasme (afkomstig van het Griekse woord dat 'overvloed' betekent) is het expliciet vermelden (met een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord) en daardoor benadrukken van een eigenschap die reeds in een zelfstandig naamwoord (of werkwoord) besloten ligt. Het gaat dus om het benadrukken. En vaak overbodig. Een ronde bal is een pleonasme. Maar een bal is niet altijd rond, dus als rugbyspelers ineens met een ronde bal gaan spelen, is het gebruik van dit pleonasme niet verkeerd. Het leuke van dit soort stijlfiguren is, dat er niet echt een vaste regel is, wanneer het fout is. Voor meer begrip - en een vergelijking met tautologie - verwijs ik naar de bron.

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pleonasme

Als je een dichter bent mag alles.... bijvoorbeeld (ik verzin het ter plekke). "Een gevleugelde engel Die neerdaalde op het groene gras Rolde als een bal naar beneden En viel in een waterige plas Een engel zonder vleugels Stortte neer op het dorre gras En als een lompe hooibaal Rolde hij in een olieplas" Je ziet het is niet allemaal vanzelfsprekend. Met de engel, rolde ook jouw paard van Sinterklaas mee in de olieplas.... er bleef niets wits meer over, slechts schimmel. Zo verklaarden twee getuigen van dit relaas. Zolang voor jezelf de tegenstelling duidelijk is en jij de schrijver bent en je een bedoeling hebt is pleonasme volgens mij altijd toegestaan. Een mannelijke vader... Een vrouwelijke moeder Een kinderlijk wonderkind. Was mijn vader geen nicht en mijn moeder geen pot dan waarschijnlijk was er geen kind of wonder geweest. Wat voor de ene persoon overduidelijk lijkt, blijkt voor de ander vaak een raadsel te zijn. Doe pleonasme!

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100