Meewerkend voorwerp? Zie beschrijving.

Ik heb morgen een Nederlands toets en in mijn boek staat:

"Het zinsdeel dat aangeeft van wie een bepaald lichaamsdeel is dat op een andere plaats in de zin wordt genoemd, noem je ook een meewerkend voorwerp."

Ook staat er, "Het zinsdeel dat aangeeft dat iemand een ervaring opdoet of dat iemand iets overkomt, noem je ook een meewerkend voorwerp."

Wat zijn hier dan voorbeelden van?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Een voorbeeld van de eerste uitleg: Het stuitte haar tegen de borst. Haar is dan ook meewerkend voorwerp. En een voorbeeld van het tweede: Zoiets overkomt mij nooit. Mij is dan ook meewerkend voorwerp. Toegevoegd na 1 minuut: Het eerste wordt strikt gezien anders genoemd, maar wordt zo niet meer op de meeste middelbare scholen onderwezen: http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/bezittend-voorwerp Toegevoegd na 2 minuten: En ter verduidelijking nog even een overzicht van alles wat tegenwoordig op de meeste scholen 'gewoon' meewerkend voorwerp wordt genoemd: http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/indirect-object

De makkelijkste uitleg is: Een ZINSDEEL waar je aan/voor voor kan zetten. Het boek is voor Johan. Het boek wordt aan mij gegeven.

als je de woorden aan wie/voor wie er voor kan denken of weg laten dat is dan het meewerkend voorwerp

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100