Waarom hebben de dingen en de woorden een geslacht, zoals mannelijk, vrouwelijk of onzijdig ?

-Dat het woord man mannelijk is en het woord vrouw vrouwelijk, is aan te nemen en evident ; dat het woord kind onzijdig is, zou men kunnen interpreteren als :kind een niet geslachtsrijpe mens, dus noch man noch vrouw .
-Maar waarom is het woord mens zelf mannelijk ; god ook altijd mannelijk ? Waarom is tafel bv. vrouwelijk ; de tafel is rond -zij is rond ? Waarom stoel bv. mannelijk; de stoel is te laag-hij is te laag ? enz .
-Sommige talen kennen geen onzijdige woorden ? Waarom ??? -Valère-

Weet jij het antwoord?

/2500

Geslacht of genus is een grammaticaal concept dat in alle talen aanwezig is. Het kan verschillen in samenstelling: zo zijn er talen die slechts twee geslachten kennen, zoals de Romaanse talen, andere hebben er drie (zoals de Germaanse talen),enz. Genus komt voor bij substantieven, maar kan ook bij adjectieven en andere woordklassen voorkomen. Genus heeft grotendeels twee functies in een taal. Uit voorgaande blijkt dat het genus of grammaticale geslacht kan afhangen van de sexe (of niet-sexe) van het object (de referent) waarnaar verwezen wordt. Mannelijk zijn woorden die verwijzen naar personen met mannelijke sexe, enz. Anderzijds hebben alle substantieven een genus. Dat genus kan dus "arbitrair" zijn, dus niet gemotiveerd door de sexe van het object waarnaar het verwijst. Dan zijn er allerlei mogelijkheden. Het geslacht kan overgeërfd zijn uit een vroeger stadium van de taal of ontleend aan een andere taal, zoals die Adresse (Duits) is ontleend aan het Franse une adresse (vr). In het Nederlands daarentegen heeft men dit woord onzijdig gemaakt, waarschijnlijk omdat het naar een zaak verwijst (dus geen sexe heeft). Soms kan dan de vorm bepalend zijn: zo zijn alle Franse woorden met het suffix -age mannelijk en deze met het suffix -(t)ion vrouwelijk. Zo zijn in het Nederlands alle verkleinwoorden onzijdig. Woorden kunnen ook het geslacht overnemen van de algemene term (het hyperoniem). Zo zijn in het Frans alle woorden van bomen mannelijk, omdat ook het hyperoniem "arbre" mannelijk is. Vergelijk met de namen van dagen in de week, namen van auto's, etc. Van zodra het genus niet meer gemotiveerd is door de sexe, kan het dus alle kanten uitgaan. Maar de functie van het genus als element om woorden met mekaar in verband te brengen blijft. Ook het streven naar regels in een taal blijft: de keuze van het geslacht heeft meestal wel een rationale. Meer uitleg in de bron:

Bronnen:
http://www.ikhebeenvraag.be/vraag/16205

De onderscheiding in 3 woordgeslachten berust op de leer van Aristoteles; ook de benamingen mannelijk, vrouwelijk en onzijdig gaan op hem terug. Bij de vaststelling van de geslachten werd oa nagegaan of een woord een ding of persoon betrof. De oorsprong van het geslacht werd in de betekenis gezocht. Naarmate het in de natuur voorkwam als mannelijk of vrouwelijk geslacht of een overeenkomst hadden hiermee ,werd aan wezens en voorwerpen een geslacht toegekend. In de 'Hollandsche Spraakleer' staat bijv. vermeld; "Mannelijk zijn desgelijks de namen der hooge en forsche boomen, vrouwelijk die der fijnere en kleinere heesters en kruiden". Later werd ook de vorm van het woord een beginsel van geslachtstoekenning. Zo kregen werkwoordstammen zonder achtervoegsel (beet, gang, worp)wegens hun 'oorspronkelijkheid' en 'energie' het mannelijk geslacht. In de meeste talen is het woordgeslacht meegekomen toen het werd overgenomen uit een andere taal. Zo is het woord 'zon' in het Frans 'soleil' net zo mannelijk als het Latijnse 'sol'. De maan daarentegen is vrouwelijk net als haar voorganger 'luna' omdat dit als maangodin gezien werd. Alleen in het Duits is de maan mannelijk omdat het Duitse Mond een Middelhoogduitse voorganger ; 'man(e)'heeft die weer refereert aan het mannetje in de maan. Ook het Nederlands had ooit verschillende naamvallen en soms hoor je die nog wel eens. "De vrouw wier haar glansde' en 'de man wiens hoed afwaaide', duiden hier nog op. Tegenwoordig is het hier gemakkelijker door alleen die en dat te gebruiken. De man die...de vrouw die.. en het kind dat...Alleen onzijdige woorden zijn dus dat en mannelijk en vrouwelijk allebei die. In het Duits en Frans bijv. wordt nog steeds hiernaar verwezen naar mate het geslacht van het zelfstandig nmw. Er zijn echter nog steeds grammaticaregels in onze taal die mannelijk, vrouwelijk of onzijdig zijn. En er zijn zelfstandige nmw die mannelijk en vrouwelijk zijn zoals; de meeste voorwerpsnamen( bank, kast) algemene aardrijkskundige namen en hemellichamen (stad, zon) zelfstandig gebruikte bijv. nmww( zieke) persoonsnamen voor mannen en vrouwen te gebruiken ( werkloze) Een tip; Zelfst. nmw.die in enkelvoud vervangen kunnen worden door hij of hem zijn mannelijk, door zij, ze of haar zijn vrouwelijk en door het zijn onzijdig.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord op die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100