Is er een makkelijk ezelsbruggetje om te onthouden of een woord met een D of T geschreven moet worden??

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Ik zie al veel goede antwoorden, toch nog even een toevoeging: Een persoonsvorm (pv) wordt altijd geschreven + t Een voltooid deelwoord (VTD) d of t afhankelijk van het kofschip Enkele zinnetjes: Hij vindt jou een mooie man (vindt = pv) Hij wordt morgen 40 (wordt = pv) Hij vist morgen niet (vist = pv) Hij verhuist morgenvroeg (verhuist + t is pv) Hij is verhuisd (is = pv, verhuisd is vtd. verhuizen - EN is Z dus een D als VTD. Let er ook op dat je ook te maken kan krijgen met lange zinnen, waar de pv meerdere keren in voor kan komen bijvoorbeeld NA een komma. Toegevoegd na 5 minuten: Zie ineens een hoop fouten tussen de antwoorden. Het zgn Kofschip komt ALLEEN in aanmerking bij het Voltooid Deelwoord en niet bij de persoonsvorm!

Vervang het werkwoord door een woord waarbij duidelijk is of er een t achter moet of niet. Hij bedoelt vervang je door 'hij loopt', dus met een t op het eind Is het een voltooid deelwoord, vaak beginnen die met 'ge' dan geldt het KOFSCHIP. ALs de stam van het woord eindigt op een letter uit het KOFSCHIP, dan is de uitgang een t, anders altijd een d.

Als je zelfstandige naamwoorden bedoelt, daar heb ik vroeger op de basisschool dit versje voor geleerd: Maak het woord langer want dan kun je horen komt er een d of een t in naar voren. Een hond, twee honden dus hond met een d. Een kat, twee katten dus kat met een t.

Tegenwoordig kun je XTC koffieshop gebruiken, de x en de c zijn er bij gekomen. Verder kun je een werkwoord in een zin vervangen door een ander werkwoord waar je de vervoeging hoort, bv lopen. Als je deze in de zin past bv ' hij loopt veel' weet je dat je dit met een t spelt. Dit geldt --> de stam van gelden is geld en er komt -net als bij loopt in bovenstaand voorbeeld- een t achter. In tegenwoordige tijd krijg je nooit een d. Een de krijg bv bij 'het is gebeurd'. Dit is een voltooid deelwoord en dat herken je aan in deze zin aan koppelwerkwoord Is (van zijn). De stam van gebeuren is 'gebeur'. De r zit niet in het XTC koffieshop en daarom krijg je een D.

Als het tegenwoordige tijd en een andere persoon is is het altijd +t. Als iets met een -d wordt geschreven dan is het 9 van de 10 keer de ik-vorm. Met de verleden tijd moet je kiezen uit -de(n) of -te(n) maar het kan ook een sterk werkwoord zijn. Stel het is in dit geval een zwak werkwoord met als voorbeeld het werkwoord 'huilen'. Haal -en eraf dan heb je de stam. De stam is hetzelfde als de ik-vorm dus huil. Daarna krijg je de hij/zij/het-vorm dat is altijd in de tegenwoordige tijd +t. Dus dan heb je huil+t. En de wij vorm is dan huilen. In de verleden tijd is dan zo: de ik en hij/zij-vorm is altijd hetzelfde. Maar je moet dan gebruik maken van het kofschip of fokschaap of xtc-koffieshop of taxikofschip. De L zit niet in een van die net opgenoemde dingen dus wordt het huil+de. Stel de letter staat er wel in dan is het +te. Ik hoop dat ik je hiermee een beetje geholpen heb.

op de site van Beter Spellen worden alle regels stapsgewijs uitgelegd. Je kunt je ook opgeven voor een dagelijkse korte test van 4 opgaven per dag. Alle antwoorden worden direct uitgelegd. http://www.beterspellen.nl/website/index.php?pag=30

Bronnen:
http://www.beterspellen.nl

Ik heb hier ook altijd veel moeite mee gehad. De cursus van meester Warbol heeft me geholpen (lang leve de DonaldDuck) http://www.donaldduck.nl/cursussenentips/1205/#duck

Voor werkwoorden: 't kofschip/fokschaap/soft ketchup. Voor gewone woorden: Zet de verlengde vorm en het word zetTEN.

D of T? Dé oplossing voor je spellingproblemen Werkwoorden met een D Een D gaat altijd mee. Als er in een werkwoord een D zit blijft hij altijd. Voorbeelden: worden vinden houden De D blijft altijd: ik word, jij wordt, word jij, zij wordt. ik vind, jij vindt, vind jij, zij vindt. ik houd, jij houdt, houd jij, zij houdt. Altijd blijft die D. Soms komt er een T achter. Je kunt het niet horen. Daar is een trucje voor: gebruik het woord LOPEN Kijk maar naar het verschil: jij wordt jij loopt word jij loop jij Als je loop zegt hoor je geen T, dus schrijf je hem ook niet achter de D Branden = D woord: De D blijft altijd. Het huis brandt af. Het huis loopt af. Dus ook een T achter de D.

Bronnen:
http://blog.seniorennet.be/dtgeenprobleem/

Inderdaad, het kofschip of het fokschaap: als de stam van een werkwoord of een voltooid deelwoord eindigt op een k, f, s, ch of een p, komt er een t achter. En anders een d.

Aanvulling op 't kofschip: de j hoort er ook bij ('t sexy fokschaapje is het voor mijn leerlingen): geroetsjt.

Het goede antwoord op deze vraag: nee, dat is er niet. Jammer maar waar. Je moet het verschil weten tussen woordsoorten, tijd en aantal en wat de verlengvorm is van een woord. Het is bovendien nog eens extra ingewikkeld doordat er soms een t achter een d komt terwijl dat nooit achter een t zo is (wel hij braadt en niet hij praatt - wat er net zo stom uitziet en onnodig is, vind ik). Vervelend is dat al die ingewikkeldheid door veel mensen ontkent wordt. Die beweren dat het heel eenvoudig of zelfs logisch is. Daarmee zeggen ze eigenlijk dat je lui of dom bent als je het niet goed kan. Maar dit soort fouten worden tot op de hoogste niveaus gemaakt. Omdat het niet eenvoudig is. Als je dit goed wilt leren, moet je er echt je best voor doen.

Een woord of werkwoord,daar een meervoud van maken geeft soms wel aan dat er bij een enkelvoud een d of t achter moet of niet. Voorbeeld: Woord,woorden. Maar dit gaat echter niet altijd op,zoals bvb bij: Bedoelt,bedoelde. Hoewel bedoeld met d ook niet fout is want als ik het woord "bedoeld" met d, of "bedoelt" met t (Met t is het juiste) opschrijf,krijg ik hier geen foutmelding in het rood,met de suggestie in het groen, dat woord te verbeteren. Zie naar bron voor de "juiste spelling" Hier beneden. Bronnen:

Bronnen:
http://www.nederlandsewoorden.nl/

Voor mij nog steeds de ultieme site als het gaat om het vervoegen van werkwoorden:

Bronnen:
http://www.dtgeenprobleem.nl/

Het makkelijkst is toch om er inderdaad een ander werkwoord van te maken. Bij het 'werkwoord' SMURFEN kan je goed horen of er een t bijkomt of niet. Hij wordt is met dt (want hij smurft is ook met een t)

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100