Net als het duits had ook het nederlands naamvallen. Wanneer zijn die officieel afgeschaft?

Voorbeeldje: 'in levenden lijve', 'des vaderlands', 'in de loop der jaren'. Dit zijn nog restanten van naamvallen in het nederlands. Nog een aanvullende vraag: wisten de nederlanders wel de geslachten van de woorden? Zelfstandig naamwoorden met lidwoord 'de' kunnen tenslotte mannelijk of vrouwelijk zijn. Dat moet je wel weten voor de juiste vervoegingen.

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

De naamvallen zijn in 1934 afgeschaft. Minister van Onderwijs Hendrik Marchant voerde toen meeste voorstellen van Kollewijn in voor onderwijs. Naamvallen vervallen, oo en ee (zoo, heeten) worden o of e. De 'ch' in woorden als mensch verdwijnt. Uitgangen '-isch' en '-lijk' blijven onveranderd. Het tweede deel van je vraag heeft na veel speurwerk een verrassend antwoord. Bij mij zijn vroeger de spellingsregels er ingestampt. Ik heb eindeloos invuloefeningen moeten maken om te leren welke woorden mannelijk of vrouwelijk zijn. Nu blijkt dat dit zo altijd gegaan is. Uit onderzoek van Nicoline van der Sijs over de geschiedenis van het ABN blijkt m.b.t. het woordgeslacht: "Nog steeds maken naslagwerken als het Groene Boekje onderscheid tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden. Volgens Van der Sijs is dat onderscheid in het ABN kunstmatig, anders dan in het Duits. Ook bleek dat in de zeventiende eeuw nog geen enkel Nederlands dialect naamvallen had. Toch vonden taalkundigen in die tijd dat ze er wel zouden moeten zijn. Onze taal moest een 'cultuurtaal' worden, die geschikt was om er gedichten en wetenschappelijke traktaten in te schrijven. In de achttiende eeuw kwam er een nieuwe reden bij om naamvallen te willen hebben. Men herontdekte het Nederlands van de Middeleeuwen, het Middelnederlands. Taalgeleerden gaven teksten uit die tijd uit en bestudeerden ze, en het idee vatte post dat de oude taalvormen een veel zuiverder tijdperk in onze taalgeschiedenis vertegenwoordigden. Omdat men in de eigen tijd overal taalverloedering en -verval meende te zien, wilde men teruggrijpen op de vergane glorie. En het Middelnederlands had nog echte naamvallen gehad. (Voor meer info: zie tweede link)

Bronnen:
http://www.elsevier.nl/web/Artikel/Twee-ee...
http://www.vanoostendorp.nl/linguist/sijs.html

Voor zover het Nederlands ooit zichtbare naamvallen heeft gekend, zijn die in de spreektaal al lang geleden afgeschaft. Restanten zijn te vinden in archaïsche uitdrukkingen zoals 'in naam der wet'. Bestudering van middeleeuwse of zeventiende-eeuwse taal laat al zien dat het proces van de naamvalsterfte al heel ver op gang was. Eind negentiende eeuw tot heden heeft de spreektaal de schrijftaal overwonnen. Er kwam een vereenvoudiging van de spelling, de schrijftaal werd aangepast op de spreektaal, waardoor de naamvallen volledig werden afgeschaft. In het huidig Nederlands wordt nog de tweede naamval (genitief) gebruikt: "de commandant der strijdkrachten" "te allen tijde" "wat dies meer zij" http://www.dbnl.org/tekst/veer010spel01_01/veer010spel01_01_0007.htm

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Afleiding_(taalkunde)

Jazeker kende het Nederlands naamvallen, maar die zijn behoudens in enkele standaard-uitdrukkingen zo goed als verdwenen. Gelukkig maar, want het is een ramp om te leren natuurlijk, omdat er niet altijd evenveel logica achter zit. Maar het heeft ook een nadeel : je kunt nu op geen enkele manier meer het geslacht van woorden bepalen, zonder ze domweg uit je hoofd te leren. Nu leren we de meeste woorden van nature uit ons hoofd met het juiste geslachtelijke lidwoord (de of het), en is het in de praktijk voor niemand eenprobleem, met één uitzondering : nieuwe nederlanders. Mensen die het Nederlands als tweede taal moeten leren, zullen ook al die tienduizenden woorden met hun bijbehorende lidwoord moeten leren, wat natuurlijk vrijwel onmogelijk is. Met een resultaat dat we dagelijks op straat kunnen waarnemen : het lidwoord gaat langzaam maar zeker verdwijnen. En dan met name het lidwoord HET. De is sterker gebleven. En met HET (als lidwoord alleen !) moet ook DIE plaats maken voor deze. Het kan nog ettelijke tientallen jaren duren, maar taalverandert natuurlijk voortdurend, en dit is een verandering die vrij vlot gaat en daardoor vrij eenvoudig opgemerkt kan worden. Ik ga naar de huis. Heb jij deze boek al gelezen ? De koffie zit in de kopje. Maar nog wel : Het regent. Het is koud. Maar : de eten is koud geworden. Nu klinkt het nog een beetje alsof een 'buitenlander' die zinnen gemaakt zou hebben, maar ik hoor ze ook al van Nederlandse pubers. En daarmee verdwijnt stapje voor stpje ook het laatste spoortje van de naamvallen uit onze taal. Met behoud van die standaarduitdrukkingen als ten name van, de heer des huizes, 's morgens, 's winters en dergelijke.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100