Wanneer gebruik je "de" of "het" voor een woord?

Omdat Nederlands niet mijn native tongue is maak ik steeds fouten met lidwoorden, ik weet dat "de" gebruikt moet worden in meervoud en "het" bij verkleinwoorden (tje) maar ik vroeg me af of er meerdere trucs zijn om de juiste lidwoord te gebruiken voor een zelfstandig naamwoord, alvast bedankt!

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Lidwoord, de of het? Wanneer schrijf je het lidwoord de? voor een meervoud • de appels, de jassen voor een beroep • de bakker, de schilder voor groenten, fruit, bomen en planten • de bloemkool, de citroen, de eik namen van bergen en rivieren • de Etna, de Maas vrouwelijke woorden op -ing, -ie,- ij, -heid, -teit,-a, -nis, -st, -schap, -de, -te • de samenleving, de spatie, de vrijheid, de kwaliteit, de agenda, de kennis, de winst Wanneer schrijf je het lidwoord het? voor een verkleinwoord • het kindje woorden met twee lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, ont- • het begrip, het gedrag, het verlies, het ontzag namen van talen • het Russisch namen van metalen • het ijzer, het koper woorden die eindigen op -isme, -ment • het Boeddhisme, het moment zelfstandige naamwoorden die afgeleid zijn van een werkwoord • het slapen

Dat zijn lidwoorden je zult gewoon kijken of het goed klinkt lidwoorden zijn de het een

Meerdere manieren zijn er niet..

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100