De tijd 'van of voor' het inleveren van de opdrachten is aangekomen: wat is correct?
Beste forumleden,
Regelmatig raak ik in verwarring bij het gebruiken van de voorzetsels ‘van of voor’ in zinnen - waar dien ik rekening te houden bij het schrijven van zinnnen met een van die voorzetsels?
Welk voorzetsel is in de zin ‘De tijd ‘van of voor’ het inleveren van de opdrachten is aangekomen’ is juist? Hoe zou ik dat kunnen achterhalen? Zou iemand mij dat willen uitleggen?