De tijd 'van of voor' het inleveren van de opdrachten is aangekomen: wat is correct?

Beste forumleden,

Regelmatig raak ik in verwarring bij het gebruiken van de voorzetsels ‘van of voor’ in zinnen - waar dien ik rekening te houden bij het schrijven van zinnnen met een van die voorzetsels?

Welk voorzetsel is in de zin ‘De tijd ‘van of voor’ het inleveren van de opdrachten is aangekomen’ is juist? Hoe zou ik dat kunnen achterhalen? Zou iemand mij dat willen uitleggen?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Het begrip tijd kan met meerdere voorzetsels gecombineerd worden, en daarom kan niet gesteld worden dat de ene fout en de andere goed zou zijn. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Hij heeft daar de tijd van zijn leven. Het is tijd om naar huis te gaan. Heb je even tijd voor een kopje koffie? Welke je moet kiezen hangt met name af van de manier waarop 'tijd' gebruikt wordt. Bedoel je ermee ‘periode, tijdsduur’ dan past daar het voorzetsel -van- bij. Maar bedoel je ‘moment, tijdstip’ dan kun je beter -om- of -voor- gebruiken. De tijd is niet aangekomen maar aangebroken. En dat is dan -om- de opdrachten in te leveren. Maar in jouw formulering is de correcte zin: "De tijd voor het inleveren van de opdrachten is aangebroken".

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100