Waarom profiteerde de adel in de gouden eeuw van de handel die andere mensen verrichten? Leidden ze de projecten?

Ik heb met geschiedenis geleerd dat de adel de handel als 'ver beneden hun stand' beschouwden. Maar dat ze wel profiteerden van de arbeid die anderen verrichtten. Hoe kan dit?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In de middeleeuwen leefde men volgens een standenmaatschappij. Er waren 3 standen: de adel, de clerus en "het plebs", de boeren. de adel had het systeem van vazallen: de koning had enkele kroonvazallen: hij verdeelde zijn land in enkele stukken en wees dit toe aan enkele van zijn vertrouwelingen (meestal werden deze kroonvazallen ook wel graven genoemd) . Deze hadden op hun beurt dan weer vazallen onder zich (hertogen) die een deel van het land toegewezen kregen en er voor moesten zorgen dat het land vruchtbaar werd gehouden, dat er tol werd geheven, ordehandhaving,... maar ook dat het landbouwland oogst opbracht. dit systeem ging helemaal tot onder, bij de burchtheren, een beetje de hedendaagse burgemeesters. deze hadden lijfeigenen (eigenlijk gewoon een ander woord voor slaven) wonen op hun land die het land bewerken in dienst voor hun heer. er waren ook "lokale boeren"; vrije mannen die het land mochten bewerken in ruil voor een deel van hun oogst.

De adel kreeg een gedeelte van de oogst van de boeren, die de grond van hen pachtten of die gewoon hun slaaf waren.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100