Waar komt de uitdrukking "in zijn nopjes zijn "vandaan?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Deze uitdrukking is in 1822 voor het eerst opgetekend, in het Algemeen Letterlievend Maandschrift. Nop, aldus het Woordenboek der Nederlandsche Taal, betekende oorspronkelijk ‘oneffenheid, pluis, vlokje aan de oppervlakte van een geweven stof, door een bijzondere wijze van weven en bewerken ontstaan’. Was het een slecht teken als je zulke noppen, zulke pluisjes, op je kleren had zitten? Nee, integendeel, want het toonde aan dat je (relatief) nieuwe kleren droeg. Daarentegen werd een kledingstuk waarvan de noppen of nopjes waren afgesleten, gezien als een bewijs van armoede. Vandaar dat men, al vanaf het begin van de zeventiende eeuw, zei: kinderen zijn een zegen des Heeren, maar zij houden de noppen van de kleeren. Hij is in zijn nopjes betekent dus eigenlijk, aldus spreekwoorddeskundige F.A. Stoett, hij is ‘in die kleeren, waar noppen of pluisjes op zitten’. De overdrachtelijke betekenis is ‘in zijn schik zijn, verheugd zijn’ en dat was je – althans vroeger – als je rondliep in kleren waarvan de pluizennopjes aantoonden dat ze pas onlangs waren aangeschaft.

hier komt het vandaan In je nopjes zijn betekent dat je erg tevreden over iets bent en/of je vrolijk voelt. Volgens het Idioomwoordenboek van Van Dale (1999) zijn de nopjes in deze zegswijze de noppen (pluisjes) op wollen stoffen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij nop: "Oneffenheid, pluis, vlokje (en dergelijke) aan de oppervlakte van een geweven stof, door een bijzondere wijze van weven en bewerken ontstaan." Later werd noppen of nopjes een aanduiding voor kleren in het algemeen, met name nieuwe kleren, waarvan de noppen nog niet afgesleten zijn. Het ging daarbij vaak om zondagse kleren of feestkleren, die dus meestal gedragen werden als men zich blij voelde. Zo verschoof de betekenis van in je nopjes zijn van 'mooie, nieuwe kleren dragen' naar 'verheugd en tevreden zijn'. Het WNT geeft ook nog de veelzeggende zegswijze: "Kinderen zijn een zegen des Heeren, maar zij houden de noppen van de kleeren."

Bronnen:
http://www.onzetaal.nl/advies/nopjes.php

Volgens het Idioomwoordenboek van Van Dale (1999) zijn de nopjes in deze zegswijze de noppen (pluisjes) op wollen stoffen. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) vermeldt bij nop: "Oneffenheid, pluis, vlokje (en dergelijke) aan de oppervlakte van een geweven stof, door een bijzondere wijze van weven en bewerken ontstaan." Later werd noppen of nopjes een aanduiding voor kleren in het algemeen, met name nieuwe kleren, waarvan de noppen nog niet afgesleten zijn. Het ging daarbij vaak om zondagse kleren of feestkleren, die dus meestal gedragen werden als men zich blij voelde. Zo verschoof de betekenis van in je nopjes zijn van 'mooie, nieuwe kleren dragen' naar 'verheugd en tevreden zijn'......

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100