Portefeuillewaarde exclusief, of inclusief shortposities invullen bij de belastingaangifte?

Op mijn jaaropgave (binck) staat een bedrag 'totale portefeuillewaarde exclusief shortposities' en onder schulden (shortposities) de 'totale portefeuillewaarde inclusief shortposities'. Mag ik mijn shortposities opgeven als schulden?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Interessante vraag. Ik heb geen definitief antwoord, maar ik hoop u wel een richting uit te kunnen sturen. Als u aandelen short dan ontvangt u op uw rekening van de broker een geldbedrag wat de waarde van de aandelen representeert. Dit geld is in feite een lening, want als u besluit om uw positie te coveren dan moet u het verschil tussen de winst (of verlies) en de oorspronkelijke shortwaarde weer terugbetalen. In artikel 5.3 van de wet op inkomstenbelasting (2001) staat de definitie van schulden als volgt genoteerd: "Schulden zijn verplichtingen met waarde in het economische verkeer" Als je short gaat ontstaat er een verplichting in het economische verkeer. In dit licht zou het dus betekenen dat als een persoon zonder fiscaal partner een beleggersrekening met de waarde op peildatum 1 januari 2011 van €65.000 heeft, waarvan €20.000 een short is, dat de waarde in box 3 €65.000 - (€20.000 - €2900) = €47.900 voor de aftrek van het heffingvrij vermogen (€ 20.785) is. Die €2900 is een drempel die geldt voor het aftrekken van de schulden. Maar artikel 5.12 regelt een uitzondering: "Tot de bezittingen en schulden behoren niet lopende termijnen van inkomsten en verplichtingen die betrekking hebben op een tijdvak van een jaar of korter en waarvan het achterliggende vermogensbestanddeel eveneens in het bezit is van de belastingplichtige." Waarom is dat belangrijk? Als u op 1 januari 2011 een short op uw beleggersrekening heeft waarvan u weet dat u deze binnen een jaar weer terugbetaalt, dan hoeft u deze niet mee te rekenen op de peildatum. U krijgt dan niet te maken met de drempel van €2900 en dat scheelt weer zo'n 35 euro (1,2% van 2900) aan belastingen. In het bovenstaande voorbeeld is dan de grondslag voor box 3, voor het heffingvrij vermogen dan, €65.000 - €20.000 = € 45.000. Ik ken de details en de mechaniek van short gaan niet precies, maar als deze gelimiteerd in tijd is (minder dan een jaar), dan geldt berekening 2, dus de waarde min de shortposities. Als dat niet zo is, dan geldt berekening 1 en dan geeft u dus de waarde van uw beleggersrekening en de waarde van de shortposities apart op (zodat het aangifteprogramma de drempel voor u in acht neemt).

Bronnen:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0011353/geld...

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100