Ga naar de inhoud

Karpale-tunnelsyndroom (CTS) en koetsiershand: de verschillen en klachten

karpale-tunnelsyndroom Bron: © Canva. Karpele-tunnelsyndroom is vervelend als je veel met je handen werkt. 

Tintelende vingers, krachtsverlies of een hand die niet meer goed functioneert. Klachten aan hand en pols worden vaak op één hoop gegooid, alleen is dat niet altijd terecht. Het karpale-tunnelsyndroom en de zogenoemde koetsiershand zijn 2 verschillende aandoeningen. Dit zijn de belangrijkste verschillen.

In dit artikel lees je wat het karpale-tunnelsyndroom is, welke klachten daarbij horen en waarin het verschilt van een koetsiershand.

Wat is het karpale-tunnelsyndroom?

Het karpale-tunnelsyndroom (CTS) ontstaat door een beknelling van de nervus medianus, een belangrijke zenuw die door de pols loopt. Deze zenuw passeert samen met pezen een nauwe doorgang: de karpale tunnel. Wanneer de ruimte in deze tunnel afneemt, raakt de zenuw geïrriteerd of bekneld.

CTS komt relatief vaak voor, zowel bij vrouwen als mannen en meer bij mensen van middelbare en oudere leeftijd. De klachten ontwikkelen zich meestal geleidelijk.

Klachten bij het karpale-tunnelsyndroom

De symptomen kunnen per persoon verschillen, maar de volgende klachten komen vaak voor:

  • Tintelingen of een doof gevoel in duim, wijs- en middelvinger
  • Pijn in hand, pols of onderarm
  • Nachtelijke klachten, soms met wakker worden
  • Verminderde knijpkracht
  • Onhandigheid, zoals het laten vallen van voorwerpen

In een later stadium kan er spierzwakte ontstaan in de duimmuis, waardoor fijne handbewegingen lastiger worden.

Lees ook: Wat maakt hyperbare zuurstoftherapie zo goed voor 60+ers? Patty Brard laat het zien.

Wat is een koetsiershand?

De koetsiershand is een zichtbare standafwijking van de hand. De hand hangt hierbij slap naar beneden en kan niet goed worden opgetild.

De oorzaak is meestal een beschadiging of uitval van de nervus radialis, een andere zenuw dan die betrokken is bij het karpale-tunnelsyndroom. Deze zenuw zorgt vooral voor het strekken van pols en vingers.

Klachten bij een koetsiershand

Bij een koetsiershand staan bewegingsproblemen op de voorgrond:

  • De hand hangt slap naar beneden
  • Strekken van pols en vingers lukt niet of nauwelijks
  • Minder controle over handbewegingen
  • Soms verminderd gevoel op de handrug

Tintelingen of nachtelijke pijn, zoals bij CTS, zijn hierbij meestal niet het belangrijkste probleem.

Belangrijkste verschillen op een rij

Hoewel beide aandoeningen met zenuwen te maken hebben, zijn er duidelijke verschillen:

  • CTS: zenuwbeknelling in de pols (nervus medianus)
  • Koetsiershand: uitval van een zenuw in arm of bovenarm (nervus radialis)
  • CTS: vooral tintelingen, pijn en krachtsverlies
  • Koetsiershand: vooral een slaphangende hand en bewegingsverlies

Een juiste diagnose is belangrijk, omdat de behandeling per aandoening sterk verschilt.

Andere aandoeningen die lijken op CTS

Sommige klachten kunnen verwarring geven:

  • Triggerfinger: Een vinger blijft haken bij buigen of strekken. Dit staat los van CTS, maar kan wel tegelijk voorkomen.
  • Cubitaal-tunnelsyndroom: Een zenuwbeknelling bij de elleboog waarbij vooral ringvinger en pink klachten geven.

Oorzaken en risicofactoren van CTS

Bij het karpale-tunnelsyndroom spelen verschillende factoren een rol:

  • Herhaalde hand- en polsbewegingen
  • Reuma of artrose
  • Diabetes
  • Hormonale veranderingen, zoals tijdens zwangerschap
  • Overgewicht

Vaak is er geen eenduidige oorzaak aan te wijzen.

Diagnose en onderzoek

De huisarts beoordeelt de klachten en doet lichamelijk onderzoek. Zo nodig volgt verwijzing naar een neuroloog voor aanvullend onderzoek, zoals een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG).

De tekst gaat verder onder de video >>

Behandeling van het karpale-tunnelsyndroom

De behandeling hangt af van de ernst van de klachten:

  • Rust en aanpassen van handgebruik
  • Nachtspalk om de pols te ontlasten
  • Oefentherapie via een handtherapeut
  • Ontstekingsremmende injecties

Bij blijvende of ernstige klachten kan een operatie nodig zijn om de zenuw meer ruimte te geven.

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact op met de huisarts bij aanhoudende tintelingen, krachtsverlies of als de handfunctie duidelijk vermindert. Vroege behandeling verkleint de kans op blijvende schade.

Disclaimer: Dit artikel is bedoeld ter informatie en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg bij klachten altijd je huisarts of specialist.

Bronnen:

Thuisarts.nl, Nederlandse Vereniging voor Neurologie, Hand & Pols Centrum

Meer over: