Hoe los je ongelijkheden op bij wiskunde?

Ongelijkheden als 3q-10>20 en dergelijke snap ik wel, maar ik heb gehoord dat je bij negatieve getallen < en > moet omklappen bij vermenigvuldigingen, hoe zit dat want ik snap daar niks van.

(Antwoord op bovenstaande ongelijkheid is q>10)

Weet jij het antwoord?

/2500

gewoon het zelfde als met een =. Kom je op bijvoorbeeld -q>8 uit, dan deel je door -1 en dán klapt dat tekentje om en wordt het q<8

Wat je in feite doet is de termen naar de andere kant van het teken verplaatsen. Daarbij verandert een negatief getal naar positief: -q > 8 -8 > q Dit is effectief hetzelfde als het van positief naar negatief veranderen en het teken omklappen: q > -8

Het omklappen van het teken is logisch uit te leggen: Voorbeeld: I. Als q < 10 dan is -q ? Zonder een trucje te onthouden kun je dit beredeneren. Stel voor q gewoon eens het getal 9, dan . I. Als 9 < 10 dan is -9 > -10 Het verwarrende ontstaan door dat laatste: min negen is groter dan min 10. plus 9 is kleiner dan plus 10.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100