Kale sommen, hoe kan ik deze het best uitrekenen?

Ik ben dus aan het oefenen voor het centraal 3f rekenexamen en ik heb maar geen inzicht deze sommen.. Iemand die me per som wilt uitleggen hoe ik dit het best en het snelst kan doen? En misschien wat tips of ezelsbruggetjes? Alvast heel erg bedankt.

1. 15 - 45 : 3 x 2⁄3
2. 512 x 12 - 256 x 4 = ......
3. 240 : ¾ =
4. 27,05 : 2,5 = .... , ....
5. 3,6 + 3,6 : 3,6 = ... , .
6. (24 x 6,8) : (6,8 x 4) = ...

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Kortgezegd, volg deze bewerkingsvolgorde: 1. Haakjes 2. Worteltrekken en machtsverheffen 3. Vermenigvuldigen en delen 4. Optellen en aftrekken 15 - 45 : 3 x 2⁄3 Je doet dan eerst 45/3 = 15. En dan 15*(2/3) = 10. Ten slotte doe je 15-10 = 5 512 x 12 - 256 x 4 Hier zijn verschillende manieren mogelijk. Je kunt eerst 512 x 10 doen en dan 2 x 512. Dus 10*512 + 2 * 512 = 5120 + 1024 = 6144 Dan moet je ook nog 256*4 doen. Hier kun je het beste eerst 10*256 doen, dit delen door twee en dan hier nog 256 vanaf halen. Dus: 10*256 / 2 -256 = 2560/2 - 256 = 1280 - 256 = 1024 (je kunt hier ook twee keer verdubbelen, dus: 256*2=512 en 512*2=1024 Ten slotte moet je nog 6144-1024=5120 doen. 240 / (3/4) Weet hier: delen door een breuk, is vermenigvuldigen met het omgekeerde. Als je het antwoord niet meteen ziet van deze som kun je dus doen: 240*4/3=960 / 3 = 320 27,05 : 2,5 Bij een som als deze vinden de meeste het makkelijkste om eerst 27,05*25 te doen (dus een factor 10). Hier is weer wat jij het makkelijkste vindt, het meest simpele is dit denk ik: 27,05*10+27,05*10 + (27,05*10/2) = 270,05 + 270,05 + (270,05/2) = 541 + 135,25 = 676,25. Omdat je aan het begin een factor 10 heb vermenigvuldigt, moet je het nu weer door 10 delen, dus 67,625 3,6 + 3,6 : 3,6 Hier moet je weten dat je eerst moet delen en dan pas moet optellen. Je weet dat 3,6/3,6=1 dus dan krijg je 3,6 + 1 = 4,6 (24 x 6,8) : (6,8 x 4) Deze is ietsje lastiger. Je moet hier weten dat je eerst de haakjes moet uitwerken. Allereerst 24 x 6,8. Het makkelijkste is hier om eerst 6,8 *100 te doen, dit te delen door 4 en er vervolgens nog 1x 6,8 vanaf te halen. Dus: (100 * 6,8)/4 – 6,8 = 680/4 – 6,8 = 170 – 6,8 = 163,2 Hierna 6,8 x 4. Dit kun je doen via de manier die hierboven staat van 256*4 maar je kunt het ook 2x verdubbelen. Dus: 6,8*2*2 = 13,6 * 2 = 27,2 (hier staat dus eigenlijk: 6,8 + 6,8 + 6,8 + 6,8) Als laatste moet je nog 163,2/27,2 doen. Als je niet heel veel wiskundig inzicht hebt en niet direct ziet dat het ongeveer zes is, kun je hier een tabelletje voor maken. In dit tabelletje doe je elke keer n * 27,2. Waarbij n een geheel getal is. Dus: 1 |27,2 2 |54,4 3 |81,6 (hier kun je al zien dat het precies de helft is van 163,2) 4 |108,8 5 |136 6 |163,2 Als je nog vragen hebt over een specifieke som, vraag het gerust! Toegevoegd na 3 minuten: Wat bij het delen door kommagetallen wellicht nog helpt: vermenigvuldig beide componenten met 10, 100 of 1000. 163,2/27,2 wordt dan 1632/270 (allebei x10).

als eerste moet je natuurlijk de rekenvolgorde kennen. stap 1: haakjes wegwerken stap 2: machtsverheffen en worteltrekken stap 3: vermenigvuldigen en delen stap 4: optellen en aftrekken en daarna kan je het bij elkaar optellen en aftrekken alleen als het gedeeld door is kan je een staartdeling gebruiken.

De moderne bewerkingsvolgorde van dit soort sommen is: Stap 1: haakjes wegwerken Stap 2: machtsverheffen en worteltrekken Stap 3: vermenigvuldigen en delen Stap 4: optellen en aftrekken Er zijn geen sommen bij met machtsverheffen en worteltrekken, dus dat maakt het wat makkelijker. De meeste sommen zou je nu moeten kunnen uitrekenen. De som 240 : ¾ = is misschien wat moeilijker, maar delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde. Hier geldt dus: 240 : ¾ = 240 x 4/3 = 960/3 = 320 Ook 27,05 : 2,5 = is ook wat moeilijker, maar 2,5 kan je schrijven als 5/2. Gebruik ook hier de regel: delen door een breuk is vermenigvuldigen met het omgekeerde. Dan wordt de som: 27,05 : 5/2 = 27,05 x 2/5 = 54,10/5 = 10,82

Gebruik de rekenvolgorde, als je keer en gedeeld door allebei hebt, moet je gewoon van links naar rechts rekenen

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100