Een factor voor het wortelteken brengen?

Hoe moet je de getallen bepalen die je gebruikt voor de factor? Bijvoorbeeld bij √32, volgens mijn wiskunde boek moet je √16x√2 gebruiken, maar is er soms een foefje om deze 2 getallen te krijgen? Het is zo vermoeiend om telkens in mijn hoofd te blijven proberen totdat ik 2 goeie getallen krijg. En soms heb ik 2 goeie, bijvoorbeeld bij √32 kan je ook √4x√8 gebruiken, maar nee, volgens mijn boek mag dat dan weer niet omdat je dan een kleinere factor krijgt. Omdat √16x√2=4√2, en √4x√8=2√8.

Dus, misschien een trucje om achter de goede getallen te komen (in dit geval √16 en √2)?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

Probeer het getal te delen door een getal waarvan je wel de wortel uit je hoofd kent of kunt leren. Met de getallen 4,9, 16, 25, 36, 49, 64, 81 en 121 kom je volgens mij een heel eind. Andere getallen heb je niet nodig. Schrijf ze niet op een spiekbriefje. Je kunt ze namelijk makkelijk onthouden want het zijn de kwadraten van 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11.

Nee, dat moet je echt met je eigen hersentjes doen! Er zijn vast wel iteratieve methoden die het ook kunnen, maar met je eigen grijze massa gaat sneller. Hieronder nog een link naar het wetenschapsforum waar ongeveer hetzelfde probleem beschreven staat, met conclusie: probeer er zelf uit te komen.

Bronnen:
http://www.wetenschapsforum.nl/index.php?s...

Feitelijk moet je het getal opdelen in priemfactoren en als je dan 2 gelijken ziet, dan kan je die als enkele voor de wortel halen. Voorbeeld: 360 = 2 * 180 = 2 * 2 * 90 = 2 * 2 * 2 * 45 = 2 * 2 * 2 * 3 * 15 = 2 * 2 * 2 * 3 * 3 * 5 Je ziet nu 2 tweeen en 2 drieen, dus je factor voor de wortel is 2 * 3 = 6. Houd je over een 2 en een 5, dus (2*5=) 10. Dus √360 = 6 √10

Probeer eerst of je het getal door 2 kan delen, daarna door drie, vier enz. Als je een getal hebt gevonden waardoor je het kan delen, en kan je de wortel van dat getal doen, heb je altijd de hoogst mogelijke.

Je moet er een lijstje van kwadraten bij leggen. Kun je 's morgens voor het proefwerk op je hand schrijven. 144,121,100,81,64,49,36,25,16,9,4. Je probeert het getal onder de wortel door dit rijtje getallen te delen. Je gaat van groot naar klein. Bij √32 is het eerste getal waarmee het gaat 16. Dus √32=√16 x √2 = 4√2.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100