Hoe los ik dit op?

Maak van de volgende deling een breuk en vereenvoudig.
-25
_

45

Dus zegmaar -25 45ste.
Maar ik snap het niet want het is toch al een breuk?

Weet jij het antwoord?

/2500

hij kan kleiner lijkt mij dan. dan wordt het - 5 _9e

Deze deling is al een breuk, maar als hij werd geschreven als -25:45 is het wel een deling, maar geen breuk. Hij kan wel kleiner, namelijk beide kanten delen door 5. dan krijg je -5/9

-25:45 is als breuk -5/9 (kleinste verhouding nemen)

Bij vereenvoudiging moet je de breuk zo klein, eenvoudig mogelijk maken. Zowel de noemer als teller kun je delen door 5. -25/45 = -5/9

misschien moet je eens bij een leraar gaan vragen die zijn vaak wat slimmer daarin

Je zou het kunnen delen door vijf en dat is 25:5=5 en 45:5=9 dus vijf negenste (5/9). Kan je deze dan ook uitrekenen? 16/64 en 36/144? Toegevoegd na 1 minuut: Zet het antwoord bij de reacties.

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100