Hoe dacht men vroeger over het sterven van sterren?

Weet jij het antwoord?

/2500

Het beste antwoord

In de middeleeuwen dacht men dat de sterrenhemel eeuwig en onveranderlijk was.-- in ieder geval totdat God er een eind aan zou maken. Een 'sfeer' die zo door God was geschapen, onbereikbaar voor de mens en ook onverwoestbaar. Alles in de sterrenhemel was OF statisch, OF voorspelbaar. (zoals planeetbewegingen). Daar waren twee vervelende uitzonderingen op: kometen (die kwamen onvoorspelbaar) en supernova's -- "nieuwe" sterren die een tijdje heel helder schenen en dan weer verdwenen, ook onvoorspelbaar (feitelijk het ontploffen van zware sterren). Waarvan er een paar in de geschiedenis ZO helder waren dat ze wel MOESTEN opvallen. Er was er bijvoorbeeld zo eentje in 1053. Toen had men dus al kunnen weten dat de sterrenhemel NIET onveranderlijk was, maar men kon het nog niet 'inpassen'. In de renaissance (16e, 17e eeuw) werd het beeld van 'onveranderlijke sferen' bijgesteld, en bedacht men dat ook de sterrenhemel aan dezelfde natuurwetten moest gehoorzamen als hier op aarde, en dus niet zo onveranderlijk kon zijn als altijd gedacht was. Veel verder wat betreft het sterven van sterren kwam men hier toen nog niet mee (hoewel er toen ook wat heldere supernova's waren). In de 18e of 19e eeuw (dat weet ik niet precies), bedacht men dat sterren brandstof moesten gebruiken, en dat die een keer op moest raken. Natuurlijk dacht men toen alleen aan brandstoffen die op dat moment bekend waren: kolen, of olie, of zelfs alleen maar de energie die je krijgt doordat een gaswolk steeds verder in elkaar valt (contractie-energie). Onafhankelijk van de brandstof, moest er ooit een eind aan komen, en men schatte toen dat een ster enkele duizenden jaren mee moest gaan. Een ster zou heel fel beginnen, en dan, naarmate hij ouder werd, steeds zwakker gaan branden totdat hij 'uitdoofde'. Er is een diagram (Herzsprung-Russeldiagram, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Hertzsprung-Russelldiagram ) waarbij de y-as de lichtkracht en de x- as de temperatuur aangeeft, en zo rond 1910 viel het op dat de meeste sterren op een diagonaal stonden die van linksboven naar rechtsonder zou lopen. De eerste gedachte was toen dat een ster linksboven 'binnen' zou komen, steeds zwakker en koeler zou worden en helemaal rechtsonder zou 'eindigen'. Met de ontdekking van nucleaire energie, en later de theorie van kernfusie, werden nieuwe theorieen mogelijk, die uiteindelijk tot het huidige beeld hebben geleid (oa, dus dat een supernova juist een ster aan het EIND van zijn leven is). Toegevoegd na 1 dag: 1053 moet 1054 zijn

Stel zelf een vraag

Ben je op zoek naar het antwoord die ene vraag die je misschien al tijden achtervolgt?

/100